Vanaf de begroting voor 2023 is een eerste stap gezet naar een nieuwe aanpak voor het rapporteren over de voortgang van beleid: systematiek met beleidsindicatoren. Met beleidsindicatoren geeft het ministerie van OCW kwantitatief inzicht in de voortgang, werking en effectiviteit van het beleid van de ocw-beleidsterreinen in de Beleidsagenda (in de begroting) en het Beleidsverslag (in het jaarverslag).
In de OCW begroting van 2025 is voor de eerste maal de systematiek met beleidsindicatoren in zijn geheel zichtbaar, in de Beleidsagenda zijn per thema beleidsindicatoren opgenomen voor de beleidsprioriteiten. Ga naar rijksfinancien.nl voor alle officiele begrotingsstukken voor alle stukken voor de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van het begrotingsjaar 2025.
Beleidsverslag 2025
Voor de beleidsprioriteiten is in de onderstaande teksten van de Beleidsverslag een link opgenomen naar onderliggende beleidsindicatoren. Kengetallen voor de beleidsterreinen zijn vindbaar via de beleidsartikelen.
Beleidsindicatoren bij de beleidsprioriteiten
Wij hebben ons ook in 2025 ingezet om de kwaliteit van het onderwijs en de (fundamentele) wetenschap te versterken. Het doel blijft dat leerlingen en studenten de basisvaardigheden taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter gaan beheersen. Daarnaast was er ook blijvende inzet om de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek te vergroten.
Wij hebben als doel dat leerlingen in het funderend onderwijs de basisvaardigheden taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter gaan beheersen. Dat is van groot belang voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en om goed mee te kunnen doen in de maatschappij. Wij werken op verschillende manieren aan dit doel. Zo krijgen scholen de subsidie verbetering basisvaardigheden om evidence-informed te werken aan de basisvaardigheden van leerlingen in het primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo). Daarnaast zijn in 2025 de definitieve conceptkerndoelen voor alle negen leergebieden opgeleverd, waardoor een belangrijke stap is gezet om tot een actueel en duidelijk curriculum en opdracht aan scholen te komen. Ook is evidence-informed onderwijs in 2025 op verschillende manieren gestimuleerd. Bijvoorbeeld door hoogwaardige en betrouwbare kennis over effectief onderwijs toegankelijker te maken.
Verbetering van de onderwijskwaliteit in het mbo
Het doel van OCW is dat mbo-studenten na hun opleiding goed kunnen functioneren in de maatschappij, het beroep en, indien gewenst, soepel doorstromen naar het vervolgonderwijs. Om dit doel te bereiken is in 2025 verder gewerkt aan het versterken van de kwaliteit van het onderwijs en de examinering in de basisvaardigheden. Voor startende mbo-studenten is er geïnvesteerd om taal- en rekenachterstanden op korte termijn weg te werken. Daarnaast is gewerkt aan het herijken van de taaleisen voor Nederlands en de bijhorende examinering op basis van een adviesrapport van een expertgroep. Tot slot is het wetsvoorstel ten aanzien van de hernieuwde inrichting van het burgerschapsonderwijs eind 2025 voor advies aangeboden aan de Raad van State en heeft het wetsvoorstel over aanvullende eisen mbo-docenten basisvaardigheden in de tweede helft van 2025 de internetconsultatie doorlopen.
Consistente sturing en duidelijkheid in rollen en bekostiging
Wij willen zorgen voor helderheid in rollen van alle betrokkenen in het onderwijsveld. Wij werken aan wetgeving (zoals het wetsvoorstel ten aanzien van eisen aan bestuurders), en ook door financieringsstromen te bundelen. Er is gewerkt aan beleid op basis van vijf uitgangspunten die eerder beschreven zijn in de herijkingsbrief van 2024. Het gaat om (1) de overheid die regie neemt, (2) het opstellen van langjarige doelen, (3) structurele bekostiging voor structurele taken, (4) het belang van verdere professionalisering en (5) dat samenwerking de norm wordt. Ook zijn er inspanningen verricht om de leraar en de schoolleider een stevige stem te geven in onderwijskundige beslissingen die in de school worden genomen, variërend van dagelijkse acties in de klas tot aan strategische keuzes voor de hele organisatie. In lijn met deze visie hebben wij gewerkt aan structurele bekostiging voor structurele taken, bestedingsnormen, omvormen van de kleinescholentoeslag en aan het wetsvoorstel bevordering bestuurlijke kwaliteit en integriteit in het funderend onderwijs. Het conceptwetsvoorstel voor gerichte bekostiging stond begin 2025 open voor internetconsultatie en eind 2025 heeft de Raad van State hierop advies kunnen geven.
Lopende afspraken voor Caribisch Nederland
We werken aan toekomstbestendig beroepsonderwijs voor Caribisch Nederland. In 2025 is een wetsvoorstel voorbereid waarmee OCW komt tot één wettelijk stelsel voor Europees en Caribisch Nederland voor het mbo, volwassenonderwijs en voortijdig schoolverlaters.
We hebben gemeenten en schoolbesturen in 2025 ondersteund bij het dragen van verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting door professionalisering, standaardisatie, kennisuitwisseling en innovatie ten bate van schoolgebouwen. Zo is een wetsvoorstel, dat tot doel heeft gemeenten en schoolbesturen meer planmatig te laten samenwerken bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen, in 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast is het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting van start gegaan met 27 innovatieve scholenbouwprojecten.
Door in te zetten op de kwaliteit en toegankelijkheid van het nieuwkomersonderwijs zorgen wij ervoor dat ook kinderen uit het buitenland die het Nederlands nog niet machtig zijn, onderwijs op hun niveau kunnen volgen en kunnen deelnemen en bijdragen aan de Nederlandse maatschappij. Wij zijn in 2025 gestart met de voorbereiding van een wetsvoorstel om het nieuwkomersonderwijs te bestendigen en te optimaliseren met name vanwege de toename van nieuwkomers. Ook is de wettelijke evaluatie van de tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense ontheemden afgerond en zijn de onderwijsbepalingen in de implementatiewetgeving voor het Migratiepact naar de Tweede Kamer gestuurd. Verder heeft OCW bijgedragen door ondersteuning te bieden aan scholen en hen in staat gesteld om in noodsituaties nieuwkomers onderwijs te bieden, onder meer door het toekennen van tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen.
Onze inzet is om in (arbeidsmarkt)regio’s, waar de impact van de dalende studentenaantallen het grootst is, een kwalitatief goed en divers mbo-, hbo- en wo-aanbod beschikbaar te houden. Voor het mbo en hbo zijn daarom in 2025 financiële middelen voor vitale opleidingen in krimpregio’s ter beschikking gesteld. Ze dienen als overbrugging naar een structurele aanpassing van de financiering van het vervolgonderwijs inclusief meer stabiliteit. De middelen ondersteunen maatregelen om vitale opleidingen te behouden, regionaal samen te werken en het aanbod beter te laten aansluiten op de arbeidsmarkt. Verder zijn met ingang van 2025 de kwaliteitsmiddelen van hogescholen en universiteiten structureel toegevoegd aan de vaste voet, ten behoeve van de budgettaire stabiliteit en voorspelbaarheid.
Innovatie en digitalisering in het vervolgonderwijs
Door in te zetten op innovatie en digitalisering draagt OCW bij aan toekomstbestendige onderwijskwaliteit in het vervolgonderwijs. We hebben in 2025 hierop ingezet via het Nationaal Groeifonds (NGF) programma Npuls. Ook is gewerkt aan de borging van de cyberveiligheid in het mbo, hbo en wo om de digitale weerbaarheid te vergroten en een beschermde leer- en onderzoeksomgeving te bieden, onder andere met het programma MBO digitaal veilig en de voorbereidingen om het hbo en wo onder te brengen in de aanstaande Cyberbeveiligingswet (ministerie van JenV). Daarnaast is met het programma Digitaal Bekwaam gewerkt aan de ict-bekwaamheid van onderwijsprofessionals. Tot slot is ingezet op het vergroten van het aandeel mbo-instellingen met practoraten om praktijkgericht onderzoek en innovatie te versterken.
Grip op internationale studenten
Het Wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB) is doorgezet, in aangepaste vorm, om de positie van het Nederlands als onderwijstaal te gaan versterken. Naar aanleiding van de aangenomen motie Krul c.s is een nota van wijziging bij de WIB geschreven: de toets anderstalig aanbod is niet langer van toepassing op het bestaande anderstalige aanbod. De nota van wijziging ligt momenteel voor bij de Raad van State voor advies. Verder is de Nederlandse inzet op gebalanceerde mobiliteit in Europa gecontinueerd. Mede op initiatief van Nederland wordt er onderzoek gedaan naar gebalanceerde mobiliteit waarbij zowel positieve als negatieve effecten worden meegenomen. Verder is het NL Scholarship programma, waarmee internationale diplomastudenten ondersteund worden om in Nederland te komen studeren, aangescherpt waardoor er gerichter wordt ingezet op het aantrekken van diplomastudenten die voor Nederland van maatschappelijke meerwaarde kunnen zijn.
Internationale samenwerkingen en kennisveiligheid
De investeringen in universiteiten, hogescholen, onderzoek, wetenschap en innovatie zijn verminderd. Er zijn daarom scherpe keuzes gemaakt waaronder de continuering op Europese en internationale samenwerking. Dit versterkt de positie van de Nederlandse wetenschap en de concurrentiepositie en geeft schaalvoordelen. Een belangrijk programma voor OCW op dit gebied is de Matchingregeling Horizon Europe. Dit is een regeling waarmee deelname aan Horizon Europe, een programma voor de financiering van onderzoek en innovatie, gestimuleerd wordt. NWO heeft daarnaast op ons verzoek het Tulp Fonds voor internationale topwetenschappers gelanceerd waarmee excellente topwetenschappers van buiten Europa naar Nederland worden aangetrokken. Ook zijn de investeringen in (internationale) grootschalige wetenschappelijke infrastructuren (GWI) voortgezet, bijvoorbeeld via de Nationale Roadmap GWI 2021, de Einstein Telescope en de aanvraag van EU-financiering voor de bouw van een AI-fabriek in Groningen. Internationale samenwerking betekent enerzijds openheid en toegankelijkheid en anderzijds het beschermen van de nationale veiligheid inclusief kennisveiligheid, zeker in deze tijd van oplopende geopolitieke spanningen. In 2025 hebben wij en de kennissector gewerkt aan het wetsvoorstel screening kennisveiligheid (onder andere de internetconsultatie en verschillende uitvoeringstoetsen), de versterking van het Loket Kennisveiligheid en het opstellen van landelijke risico-indicatoren voor kennisinstellingen. Ook is 17,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de instellingen om sensitieve kennis en technologie te beschermen en is gewerkt aan de Europese aanpak van kennisveiligheid.
Kennisontwikkeling voor Nederland
Het beleid van OCW is erop gericht de verbinding tussen kennisinstellingen en de samenleving te versterken en de economische en maatschappelijke impact van onderzoek en wetenschap middels valorisatie te vergroten. Wij stimuleren dit onder andere door de doorontwikkeling van de programma’s van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) te faciliteren en door het verhogen van het budget van het Kennis- en innovatieconvenant (KIC, in samenwerking met EZ). Ook liepen de Nationaal Groeifondsprojecten Biotech Booster en Big Chemistry in 2025 door. Een hoogtepunt daarin was de definitieve toekenning van de NGF-gelden aan Biotech Booster. Wij keren daarnaast de Faculty of impact (in samenwerking met EZ) beurs uit aan onderzoekers die ondernemerschap en wetenschappelijk onderzoek willen combineren. Ook is het werkplan van Open Science NL uitgevoerd. Daarnaast is de samenwerking tussen onderzoek en wetenschap met defensie versterkt zoals aangekondigd in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (onder andere binnen de NWA en het KIC).
Samenwerking en profilering in de wetenschap
We hebben ingezet op efficiënte samenwerking tussen universiteiten, hierdoor is de toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijs en onderzoek hoog gebleven. Door het verstrekken van financiële middelen voor sectorplannen hebben wij gestimuleerd dat instellingen landelijk samenwerken en gezamenlijke scherpe keuzes maken (taakverdeling en profilering). Sectorplannen dragen bij aan de kwaliteit van onderzoek en onderwijs. Ze dragen ook bij aan het creëren van rust en ruimte in het wetenschappelijke onderwijs en onderzoek door het bieden van vaste contracten. In 2025 hebben wij, op basis van de eindevaluaties van de sectorplannen 2019-2024, besloten om de middelen voor deze plannen te continueren in de rijksbijdrage aan de universiteiten.
Wij hebben besloten om alle financiële maatregelen, die tussen 2012 en juni 2023 genomen zijn op grond van de risicogerichte controlewerkwijze, terug te draaien. Alle boetes en terugvorderingen die tussen 2012 en juni 2023 zijn opgelegd aan studenten, die op basis van het voormalige selectieproces zijn geselecteerd, worden door ons terugbetaald. Studenten die hierdoor de uitwonendenbeurs zijn misgelopen, terwijl ze wel ingeschreven zijn gebleven op het adres waar ze gecontroleerd zijn, krijgen die uitwonendenbeurs alsnog. Dit is een complexe opgave die zorgvuldige voorbereiding vergt. Zo moeten er aparte ICT-applicaties worden ontwikkeld. Ook blijkt het niet altijd mogelijk om contact te leggen met (oud-)studenten, omdat contactgegevens ontbreken of verouderd zijn. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de omstandigheden van de (oud-)student, zoals het feit dat er (oud-)studenten zijn die achterstanden hebben in het aflossen van hun schuld bij DUO. Sinds september 2025 is wij begonnen met het uitvoeren van de eerste herzieningen en de daarbij behorende terugbetalingen. We werken aan een nieuw controleproces voor de uitwonendenbeurs. Er wordt toegewerkt naar een interventieladder met verschillende controle-instrumenten. Ook worden er stappen gezet om te komen tot een nieuw risicogericht selectiemodel.
Tegemoetkoming studenten uit leenstelselperiode
De tegemoetkoming voor studenten die zonder basisbeurs onder het leenstelsel hebben gestudeerd is een gebaar voor studenten in de periode dat er geen basisbeurs in het hbo en wo is geweest. Daarnaast keert de voucher vervangende tegemoetkoming vanaf 2025 een bedrag uit ter vervanging van de studievoorschotvoucher die de eerste vier cohorten studenten onder het leenstelsel konden inzetten voor een nieuwe opleiding. De uitvoering loopt nog een aantal jaar door. In 2025 is ook gewerkt aan het wetsvoorstel om een aanvullende tegemoetkoming voor studenten die zonder basisbeurs onder het leenstelsel hebben gestudeerd mogelijk te maken.
Wij zetten middels de lerarenstrategie in op voldoende leraren en schoolleiders die goed zijn opgeleid, hun vakkennis bijhouden en met plezier in een aantrekkelijke omgeving werken.
Met de lerarenstrategie zetten wij in op aantrekkelijk werk en goed werkgeverschap voor leraren, docenten en schoolleiders die met plezier werken in het onderwijs en goed opgeleid zijn. Daarnaast werkt een groot aandeel po-, vo- en mbo-onderwijslocaties mee aan solidariteit en samenwerking in de onderwijsregio’s vanwege structurele tekorten aan onderwijspersoneel in een krappe arbeidsmarkt. Met ondersteuning van de Realisatie-Eenheid (RE) zijn er afspraken gemaakt over het aantrekken, opleiden, behouden en professionaliseren van onderwijspersoneel. De tekorten zijn ongelijk verdeeld tussen en binnen regio’s. In de ondersteuning wordt daarom door de RE gewerkt met een aanpak die ruimte laat voor regionale differentiatie. Wij hebben in 2025 de opleiding en professionalisering van onderwijspersoneel ondersteund via subsidies en beurzen, zoals de lerarenbeurs (4664 aanvragen) en de Subsidieregeling voor het opleiden van onderwijsondersteunend personeel tot leraar (SOOL) (759 aanvragen) waarmee onderwijsassistenten en leraarondersteuners worden geholpen bij het volgen van de opleiding tot leraar. Verder is in 2025, door de vertegenwoordiging van de beroepsgroep, het advies voor de herijking van de bekwaamheidseisen van leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en docenten en instructeurs in het mbo opgeleverd, waarin de bekwaamheidseisen concreter en specifieker zijn geformuleerd. In het Opleidingsberaad Leraren coördineren we vervolgens samen met lerarenorganisaties, werkgevers en lerarenopleidingen de onderlinge samenwerking rond de ontwikkeling en bijstelling van kaders voor de opleidingen voor leraren. Daarnaast wordt met de meerjarige campagne Werken met de Toekomst een positief en realistisch beeld van werken in het onderwijs geschetst. De zij-instroom via het traject Zij-instroom in Beroep blijft een gedegen stroom nieuwe leraren en docenten opleveren in alle sectoren en is de instroom op de pabo opnieuw gestegen. Om het aantrekkelijker te maken voor leraren die meer uren willen en kunnen werken, is een driejarige pilot gestart hoe meerurenmaatwerk daarbij helpt. Ook is er in het mbo in het kader van de Werkagenda mbo 2023-2027 ingezet op positieve ontwikkelingen op het gebied van de inschaling, werkdruk, en professionalisering van onderwijspersoneel en begeleiding van startend onderwijspersoneel. Tot slot is het wetsvoorstel Strategisch Personeelsbeleid en Arbeidsmarktmaatregelen naar de Raad van State verzonden.
Wij hebben gewerkt aan sociale veiligheid en gelijke behandeling zodat iedereen in Nederland op een vrije en volwaardige manier kan deelnemen aan de samenleving. Zo is in 2025 verder uitvoering gegeven aan de OCW Agenda tegen Discriminatie en Racisme. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, onder andere naar de effectiviteit van maatregelen tegen discriminatie en racisme in de OCW-sectoren. Ten aanzien van het koloniaal verleden zijn verschillende beleidsintensiveringen met de middelen van het proces na de komma ingezet. Zo wordt een handreiking ontwikkeld voor docenten over hoe zij het koloniaal- en slavernijverleden in de klas kunnen behandelen en wordt gewerkt aan een bronnenbank.
Sociale veiligheid in het funderend onderwijs
Wij beogen de veiligheid van leerlingen en medewerkers in het funderend onderwijs verder te verbeteren. De ervaren veiligheid van leerlingen en medewerkers in het funderend onderwijs is hoog (95% - 98%). Er is in 2025 gewerkt aan drie wetsvoorstellen die moeten zorgen voor een nadere inkleuring van de zorgplicht van schoolbesturen, de intensivering van de VOG-screening en een voorstel dat het landelijk zicht op de veiligheid van leerlingen in het funderend onderwijs verbetert. Verder investeerden wij in de sociale veiligheid op scholen via de instellingssubsidie stichting School & Veiligheid.
Sociale veiligheid mbo, hbo, wo en wetenschap
We hebben in 2025 ingezet op het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag, zodat iedereen zich veilig voelt in het vervolgonderwijs en de wetenschap. Er is, samen met het veld een aanpak opgesteld voor een wettelijke zorgplicht en er is een wetsvoorstel meld- en overlegplicht voor zedenmisdrijven voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de klacht- en meldvoorzieningen van studenten en medewerkers in het hoger onderwijs. Met de eerste subsidieronde van het landelijk subsidieprogramma in het hoger onderwijs en de Werkagenda mbo wordt verder ingezet op sociale veiligheid in het mbo binnen de instelling en in de beroepspraktijkvorming.
De eigenstandige belangen van kinderen in het informeel onderwijs moeten worden beschermd door alle volwassenen die met hun zorg zijn belast. Wij hebben in 2025 uitvoering gegeven aan dit doel door middel van een aantal maatregelen. Zo worden organisaties gestimuleerd om een VOG aan te vragen voor al hun vrijwilligers die met kinderen werken om de (sociale) veiligheid te bevorderen. Verder moet het wetsvoorstel toezicht informeel onderwijs, waarvan de internetconsultatie in 2025 was afgerond, regelen dat er kan worden opgetreden bij onveilige situaties in het informeel onderwijs.
Tegengaan stagediscriminatie in het vervolgonderwijs
Wij willen stagediscriminatie in het onderwijs tegengaan zodat iedere student gelijke kansen krijgt om zijn of haar opleiding succesvol af te ronden. Met het Stagepact mbo en het Manifest en Werkprogramma tegen stagediscriminatie in het hbo en wo hebben wij ook in 2025 inspanningen verricht om dit doel te bereiken. Hierin staan afspraken met onderwijsinstellingen, werkgevers en andere partijen over maatregelen tegen stagediscriminatie. De Tweede Kamer is in de Kamerbrief over de midterm review van de Werkagenda mbo geïnformeerd over de voortgang van het Stagepact mbo.
Perspectief en zekerheid voor wetenschappers
Om divers talent voor de wetenschap te ontwikkelen, aan te trekken en te behouden is gewerkt aan meer werkzekerheid, erkenning en waardering voor personen in de wetenschap. Met het programma Erkennen & Waarderen ontstaat er ruimte voor de erkenning en waardering van verschillende kwaliteiten die wetenschappers kunnen hebben. Universiteiten ontvingen daarnaast ook geld om de positie, ondersteuning en onderzoekstijd van jonge onderzoekers te verbeteren (amendement Bontenbal) en de werkdruk te verlagen (restant stimuleringsbeurzen en amendement Eerdmans). Verder is er in 2025 gewerkt aan een vervolg op het Nationaal Actieplan diversiteit en inclusie hoger onderwijs en onderzoek.
Protesten op universiteiten en hogescholen
Het Israëlisch-Palestijns conflict leidde in verschillende steden tot studentenprotesten. Universiteiten en hogescholen zijn op de proef gesteld omdat ze enerzijds ruimte willen bieden aan de protesten en zorgen dat deze in goede banen werden geleid en anderzijds een veilige leer- en werkomgeving willen bieden. Intensief contact tussen OCW, UNL, VH en individuele instellingen heeft geleid tot maatregelen om de veiligheid te vergroten.
Acceptatie, veiligheid en gelijke behandeling
Wij hebben nationaal ingezet voor gelijke behandeling en voor het versterken van persoonlijke vrijheden zoals keuzevrijheid en zelfbeschikking. Zo is er een versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid en zetten wij ons in voor een veilige schoolomgeving met als doel het gevoel van veiligheid van leerlingen en personeel te vergroten. Verder wordt de sociale acceptatie, veiligheid en emancipatie van lhbtiqa+ personen verbeterd op lokaal niveau door middel van het Programma Regenboogsteden. Ook zijn er verschillende allianties waarin wordt samengewerkt: Verandering van Binnenuit, Kleurrijk en Vrij en Act4respect.
Gelijke positie vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt
We hebben, met de uitvoering van de topvrouwenwet, ingezet op het bevorderen van een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities in de publieke en private sectoren. Het bedrijfsleven wordt via de SER geholpen om te rapporteren over de genderbalans in de top van de private sector. In 2025 heeft een recordaantal bedrijven hierover gerapporteerd. Ook ligt het aantal vrouwelijke commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven op 44%. Verder hebben wij ingezet op het verbeteren van de positie van financieel kwetsbare vrouwen onder andere via de alliantie Financieel Sterk door Werk, een onderzoeksprogramma Economische Veerkracht van vrouwen NWO en subsidies aan Single Super Mom. Daarnaast is met de alliantie Politica gewerkt aan een gelijkere representatie van vrouwen in de politiek.
Tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
Wij werken met verschillende maatregelen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Met de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) wordt hier invulling aangegeven. Verder is het programma Veilige Steden uitgebreid om de veiligheid van vrouwen en meisjes in publieke ruimten te verbeteren.
Wij hebben inspanningen verricht zodat iedereen in Nederland zo goed mogelijk kan meedoen in de samenleving en ieders talent benut kan worden.
Sinds de invoering van passend onderwijs in 2014 hebben scholen een zorgplicht en zijn samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor een dekkend netwerk van voorzieningen. Wij hebben als doel dat alle kinderen, met en zonder ondersteuningsbehoefte, een passende plek krijgen. Ook in 2025 is de verbeteraanpak passend onderwijs doorgezet met daarin 25 maatregelen gericht op het versterken en verbeteren van het stelsel van passend onderwijs. Deze aanpak is gericht op alle actoren in het stelsel, van leerlingen en ouders, tot scholen en samenwerkingsverbanden. Daarin worden zeven maatregelen met voorrang opgepakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om een wetsvoorstel voor het terugdringen van schoolverzuim van leerlingen, het vergroten van de mogelijkheden voor maatwerk en het komen tot een landelijke norm voor ondersteuning die alle scholen aan leerlingen moeten bieden.
Betere doorstroom naar en binnen het voortgezet onderwijs
Wij willen ervoor zorgen dat het funderend onderwijs bijdraagt aan een goede onderwijsloopbaan voor alle leerlingen en wil daarbij het verschil in onderwijspositie tussen leerlingen op basis van hun ouders’ onderwijspositie af zien nemen. Zo wordt met de subsidieregeling Verbinding po-vo gestimuleerd dat po- en vo-scholen samenwerken om de overgang van po naar vo soepeler te laten verlopen. Ook is er een handreiking ontworpen om scholen te ondersteunen bij het geven van schooladviezen in groep 8. Daarnaast is gewerkt aan het vergroten van de aantrekkingskracht van schoolvestigingen met een breed aanbod aan onderwijsrichtingen op één locatie.
Maatschappelijke diensttijd (MDT)
MDT biedt jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans om hun talenten te ontwikkelen, vrijwillig iets te betekenen voor een ander of de samenleving en mensen te ontmoeten buiten hun eigen leefwereld. Na het eerdere voornemen in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof om de subsidie voor MDT af te schaffen, leidde het amendement Bontenbal c.s. tot het opnieuw opnemen van structureel jaarlijks €130 miljoen beschikbaar voor MDT. Vanuit de subsidieregeling 2025 zijn er 85 projecten gehonoreerd. Hierdoor zijn ruim 61.000 MDT-trajecten gefinancierd.
Onze inzet is dat leerlingen zich kunnen focussen op leren en ontwikkelen en dat leraren zich kunnen richten op het bieden van goed onderwijs. Met programma’s als de Brugfunctionaris en School & Omgeving werken wij aan het wegnemen van de effecten van negatieve omgevingsfactoren in de klas en het bieden van extra activiteiten buiten en aanvullend op de schooltijd. De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) werkt samen met coalities van verschillende partijen aan interventies om onderwijskansen te bevorderen. Voor het programma Schoolmaaltijden is €130 miljoen aan subsidie verstrekt aan het Jeugd Educatie Fonds en het Nederlandse Rode Kruis voor het programma in Europees Nederland. Daarnaast is € 1 miljoen ingezet op Caribisch Nederland. Het programma beoogt dat leerlingen met een gevulde maag lessen volgen. Een kind kan immers beter leren met een gevulde maag.
Waardering voor kennis en kunde
Wij willen dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en hun kansen op duurzaam werk vergroten. Om dit te bereiken hebben wij met de Werkagenda mbo en met partijen in en rond het mbo inspanningen verricht voor een gelijkwaardige behandeling van mbo-studenten. Steeds meer mbo-studenten nemen deel aan het studentenleven en mbo-instellingen introduceren collegekaarten. Ook zijn met de Werkagenda mbo maatregelen getroffen die bijdragen aan gelijke kansen in het mbo. Maar nog niet alle (groepen) studenten profiteren van de inzet: er zijn grote verschillen tussen en binnen instellingen. Daarnaast is er ook in 2025 ingezet om voortijdig schoolverlaten (vsv) te voorkomen en terug te dringen. Ook is de Wet van school naar duurzaam werk die jongeren ondersteunt bij de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt in 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 1 januari 2026 in werking getreden.
Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst
We hebben als doel dat iedere student in elke regio nu en in de toekomst wordt opgeleid om een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving en de economie, passend bij de talenten van de student. Vanuit de Werkagenda mbo is er in 2025 op verschillende manieren ingezet op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Zo is verder ingezet op een goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) wat bijdraagt aan een optimale match tussen capaciteiten, affiniteiten en arbeidsmarktperspectief. Ook hebben wij in 2025 samen met partners uit onderwijs en bedrijfsleven gewerkt aan het bbl-offensief voor het versterken en bekender maken van de bbl. In 2023 zijn er in het Stagepact mbo afspraken gemaakt over voldoende stages van goede kwaliteit, het tegengaan van stagediscriminatie en stagevergoedingen. In 2025 is onverminderd gewerkt aan uitvoering van deze afspraken. Daarnaast werken wij met hbo-en wo-instellingen aan meer regie op het landelijke opleidingsaanbod om in tijden van krimp en krapte een effectief, doelmatig en toegankelijk opleidingsaanbod te behouden. Tevens zijn in het hbo in de domeinen onderwijs, zorg en techniek middelen ingezet om de instroom te verhogen, uitval te verminderen en de aansluiting van opleidingen met de arbeidsmarkt te verbeteren.
Met de beleidsagenda LLO werken wij om werkenden en werkzoekenden de mogelijkheid te geven om blijvend bij te kunnen bijdragen aan de maatschappij. In 2025 is vanuit het NGF besloten de tweede tranche middelen voor het LLO Collectief ter waarde van € 43 miljoen definitief toe te kennen. Ook is de loopbaanpagina Leeroverzicht ontwikkeld ten behoeve van het oriënteren op werk en welke scholing hierbij hoort, waaronder ook een doorverwijzing scholingsadvies (werkcentra) en sectorale ontwikkelpaden. Om te werken aan een meer op vaardigheden gerichte arbeidsmarkt is een gemeenschappelijke skillstaal ontwikkeld. De eerste versie van deze taal, CompetentNL, is in 2025 opgeleverd. Daarnaast is ingezet op de opschaling van publiek-private samenwerking op het gebied van LLO en is met LLO Katalysator geïnvesteerd in de samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. Tot slot is de verkenning naar een gerichte uitbreiding van de wettelijke taak met betrekking tot bij- en omscholing voor het vervolgonderwijs opgeleverd door een extern consortium.
Regionale samenwerking vo-mbo-hbo
Wij hebben regionale samenwerking gestimuleerd tussen het v(s)o, mbo en hbo, zodat leerlingen en studenten makkelijker doorstromen en iedereen de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen. In 2025 is er subsidie vanuit de subsidieregeling Versterking Aansluiting Beroepsonderwijskolom (VABOK) beschikbaar gesteld voor samenwerkingsverbanden (v(s)o, mbo en hbo om de aansluiting te verbeteren van een opleidingsroute tussen v(s)o-mbo en mbo-hbo. Deze subsidie zetten samenwerkingsverbanden in voor de programmatische aansluiting binnen de beroepsonderwijskolom, een doorlopende LOB-lijn en bovensectorale activiteiten.
Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent
Wij willen, met het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent, zo snel mogelijk extra technisch talent opleiden, die hun werkkring daadwerkelijk kiezen in de microchipindustrie. Vanuit de vier regio’s: Brainport, Twente, Zuid-Holland en het Noorden is ingezet op het initiële onderwijs en LLO, zodat het extra technische talent voor de schaalsprong van de industrie wordt opgeleid.
Het CBS stelt sinds 2021 departementale factsheets brede welvaart op, ter ondersteuning van de integratie van brede welvaart in overheidsbeleid, als aanvulling op de al langer bestaande Monitor Brede Welvaart (sinds 2017). Sinds 2025 worden deze factsheets uitgebracht als bijlage bij het jaarverslag. De OCW factsheet laat een breed spectrum van OCW-beleidsterreinen zien in de vorm van indicatoren die een relatie hebben met (het streven naar) brede welvaart. Zo speelt bijvoorbeeld kwalitatief goed onderwijs en een leven lang ontwikkelen voor iedereen een sleutelrol in het realiseren van brede welvaart. De factsheets zullen we blijven gebruiken bij het monitoren van brede welvaart.
OCW heeft als doel dat iedereen meekan in de klimaat- en energietransitie en dat bestaande ongelijkheden in onderwijs, cultuur en wetenschap niet vergroot worden. Het Programma Onderwijshuisvesting (POHV) heeft gezorgd voor meer kennisdeling, standaardisatie en opschaling van bewezen aanpakken om de beschikbare middelen voor de verduurzaming van scholen zo doelmatig mogelijk te besteden. De Routekaart Duurzame Cultuursector en het Kennis- en Innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed helpen de culturele sector te verduurzamen. Daarnaast investeerden OCW en VRO in de versterking van duurzaamheidsleningen bij het Nationaal Restauratiefonds voor monumentaal maatschappelijk vastgoed. Wij werken aan betekenisvolle jongerenparticipatie via de challenge Duurzaamheid in het Onderwijs en de organisatie van jongerentafels. Via het Klimaatfonds startten wij met de uitvoering van de subsidieregeling Praktijkleren voor de energie- en klimaattransitie en het project Vrouwen in de techniek: versnellen gendergelijkheid in het onderwijs.
Cultuur is een onmisbaar onderdeel van een democratische samenleving en de culturele en creatieve sector, zoals media, design en podiumkunsten, dragen bij aan het verdien- en concurrentievermogen van Nederland. Wij hebben inspanningen verricht in 2025 om een sterker cultureel en creatief klimaat te creëren.
Bibliotheken en leesbevordering
In 2025 hebben wij blijvende inzet verricht om een toekomstgerichte bibliotheek in elke gemeente te realiseren. Tevens is er geïnvesteerd in het versterken van de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Zo is de structurele financiering voor de aanpak Bibliotheek op School (DBoS) geregeld en is gewerkt aan de wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) waarbij een zorgplicht voor gemeenten en provincies wordt geïntroduceerd om te zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheekvoorzieningen op redelijke afstand van inwoners.
De Archiefwet 1995 wordt gemoderniseerd, zodat ze beter uitvoerbaar wordt. Met de modernisering, en de versterking van het toezicht op de uitvoering van deze wet, wil het kabinet bevorderen dat overheidsorganisaties hun (digitale) informatie effectief gaan beheren. In 2025 hebben wij samen met de bestuurlijke en professionele belanghebbenden een meerjarig implementatieprogramma opgezet. Daarnaast is structureel geïnvesteerd in een selectieregister, en in het scholings- en onderwijsaanbod voor archief- en informatieprofessionals.
We hebben in 2025 ingezet om erfgoed door te geven in goede staat aan volgende generaties. Zo is op het monumentenbeleid de Subsidie instandhouding monumenten (Sim) opgehoogd en is een Rijkssubsidieregeling voor grote restauraties aangekondigd. Verder zijn ook de leenmogelijkheden voor eigenaren via het Nationaal Restauratiefonds versterkt. Daarnaast is in 2025 een nieuw Rijksmuseum aangekondigd: Panorama Mesdag, dat gaat zorgen voor een nieuw deel van de Rijkscollectie.
We hebben gewerkt aan een gezonde infrastructuur voor cultuurbeoefening binnen het onderwijs in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Van de eerste kennismaking op jonge leeftijd – via cultuureducatie op school en cultuurbeoefening in de vrije tijd – naar amateurkunstverenigingen of erfgoedparticipatie voor (jong)volwassenen. Hiervoor zijn begin 2025 afspraken gemaakt tussen OCW, VNG en IPO. De bestuurlijke afspraken zetten in op drie ambities: een sterk ecosysteem voor cultuurbeoefening, het centraal stellen van de cultuur- en erfgoedbeoefenaar en het versterken van de verbinding tussen cultuur en maatschappelijke opgaven.
Wij willen een stevig en divers cultureel fundament voor de toekomst. Op 1 januari 2025 is de nieuwe subsidieperiode (2025-2028) voor de culturele basisinfrastructuur gestart. Samen met de rijkscultuurfondsen wordt een hoogkwalitatief cultureel aanbod ondersteund dat toegankelijk is en gespreid over het land. Op basis van onder andere het advies van de Raad voor Cultuur is bekeken welke verbeteringen vanaf 2029 in het subsidieproces nodig zijn. De eerste stappen zijn in 2025 gezet om de subsidietermijn van vier naar maximaal acht jaar te verlengen.
Eerlijke beloningen (fair pay) in de culturele sector
Per 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor eerlijkere betalingen (fair pay). Culturele instellingen die vanuit de basisinfrastructuur (bis) subsidie van de Rijksoverheid ontvangen, zijn vanaf 2025 verplicht tot fair pay. Voor deze instellingen geldt dat zij zich per 1 januari 2025 moesten verbinden aan collectieve tariefafspraken.
We hebben inspanningen verricht om een veilige en vrije omgeving voor journalisten te creëren en iedereen in Nederland te voorzien van een onafhankelijke nieuwsvoorziening. Daarnaast is maatschappelijke weerbaarheid tegen desinformatie en het voorkomen van wantrouwen tegen onafhankelijke nieuwsvoorzieningen een belangrijk doel.
In 2025 hebben we verder gewerkt aan de hervorming van het landelijke publieke omroepbestel zodat deze omroep ook in de toekomst zijn onmisbare rol in de samenleving kan vervullen. Zo is in 2025 het wetsvoorstel gepubliceerd waardoor de hervorming van de landelijke publieke omroep in de tijd mogelijk kan worden gemaakt door de huidige erkenningsperiode met twee jaar te verlengen tot en met 2028. Verder is ook gewerkt aan het wetsvoorstel waarmee vanaf 2027 de rijksmediabijdrage als gevolg van bezuinigingen wordt verlaagd.
Regionale en lokale journalistiek
OCW heeft in de regionale en lokale journalistiek geïnvesteerd door de lokale publieke omroepen te versterken en steun te verlenen aan fondsen voor onder meer onderzoeksjournalistiek en private media. Ook is er bijgedragen aan een veilige werkomgeving voor journalisten via PersVeilig. In 2025 is het wetsvoorstel versterking van de lokale publieke omroep aan de Raad van State aangeboden en is de concessie aan de RPO verleend.
Ons doel is om te zorgen voor een mediawijze samenleving, waaronder weerbaarheid tegen desinformatie. In 2025 is, net als andere jaren, structureel geïnvesteerd in Netwerk Mediawijsheid. Het Netwerk werkt met vier maatschappelijke opgaven: (1) plezier, grip en profijt bij een leven in media, (2) digitale balans, (3) samen sociaal online en (4) weerbaarheid tegen desinformatie.
Werken aan publieke dienstverlening
We hebben gewerkt aan herstel van vertrouwen in de overheid, door consequent te werken met en vanuit de mensen voor wie het OCW-beleid geldt, en de professionals die met hen werken. Ook in 2025 heeft het programma OCW Open gewerkt aan transparantie over de totstandkoming van beleid en regelgeving, én reflectie op de gevolgen van beleid en regelgeving voor mensen en organisaties. Wij doen onder andere onderzoek naar maatwerk, stimuleren en richten processen in die bijdragen aan openheid en transparantie, organiseren luistersessies en bouwen aan een netwerk met het veld en samenwerking met de praktijk. Daarnaast is Lerend OCW opgezet, een project naar aanleiding van de Controle Uitwonendenbeurs (CUB), om inzichtelijk te maken welke OCW-regelingen mogelijk leiden tot (indirecte) discriminatie.
Kengetallen per beleidsterrein
- 5.1 Beleidsartikel 1 Primair onderwijs
- 5.2 Beleidsartikel 3 Voortgezet onderwijs
- 5.3 Beleidsartikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
- 5.4 Beleidsartikelen 6 en 7 Hoger onderwijs
- 5.5 Beleidsartikel 8 Internationaal beleid
- 5.6 Beleidsartikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid
- 5.7 Beleidsartikel 11 Studiefinanciering
- 5.8 Beleidsartikel 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
- 5.9 Beleidsartikel 13 Lesgeld
- 5.10 Beleidsartikel 14 Cultuur
- 5.11 Beleidsartikel 15 Media
- 5.12 Beleidsartikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid
- 5.13 Beleidsartikel 25 Emancipatie