Scholen hebben een zorgplicht om te zorgen dat leerlingen in een sociaal veilig schoolklimaat kunnen leren en werken.
Om zicht te krijgen op de veiligheidsbeleving op de scholen in het funderend onderwijs wordt sinds 2006 (vo) en 2010 (po) gemeten hoe het staat met de gevoelens van veiligheid van de leerlingen en het personeel. De gegevens in het figuur gaan over metingen in voorjaar 2022 van de Landelijke veiligheidsmonitor po/vo.
Percentage leerlingen en personeel in het primair en voortgezet onderwijs dat zich veilig voelt
Percentage in 2022
Een meerderheid van de leerlingen en het personeel in het funderend onderwijs voelt zich (heel) veilig op school en er zijn weinig noemenswaardige verschillen ten opzichte van voorgaand schooljaar. Lhbt leerlingen voelen zich iets minder veilig dan niet-lhbt leerlingen. Bij het personeel in het po zien we een vergelijkbaar beeld.
| Soort persoon | Lhbt, 2022 | Niet-lhbt, 2022 |
|---|---|---|
| Leerlingen po | 95% | 98% |
| Leerlingen vo | 95% | 98% |
| Personeel po | 90% | 97% |
| Personeel vo | 95% | 95% |
Bron: ResearchNed
Definitie: Leerlingen en personeel worden tweejaarlijks bevraagd in het kader van de Landelijke veiligheidsmonitor po/vo. Hen wordt daarbij ook gevraagd of zij zich in of op school veilig voelen. Deze antwoorden zijn vervolgens uitgesplitst naar lhbt en niet-lhbt personen. Lhbt is in dit onderzoek iedereen waarvan de seksuele gerichtheid of oriëntatie afwijkt van de heteroseksuele norm of die genderincongruent is. Een leerling behoort tot de groep lhbt als het geslacht bij de geboorte afwijkt van de genderidentiteit, als zij verliefd zouden kunnen worden op iemand van hetzelfde geslacht (po) of aangeven homoseksueel of lesbisch te zijn (vo). Bijvoorbeeld, iemand zegt zich een jongen te voelen terwijl het geboortegeslacht meisje is. Personeelsleden vallen onder lhbt op grond van hun seksuele oriëntatie/gendercongruentie (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en/of transgender).
Data beschikbaar in: elke twee jaar
Gepubliceerd in het CMS: 19 september 2023