De referentieniveaus voor Nederlandse taal en rekenen bepalen wat leerlingen op een bepaald moment in hun schoolloopbaan moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen. In opdracht van het ministerie van OCW heeft Stichting Cito in beeld gebracht welke referentieniveaus leerlingen eind leerjaar 2 beheersen voor Nederlands leesvaardigheid en rekenen-wiskunde. De gegevens in de figuur gaan over de referentieniveaus in de schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025 en worden ontleend aan de toetsen van het Cito volgsysteem voortgezet onderwijs (cvvo).
Rekenen-wiskunde
De referentieniveaus voor Nederlandse taal en rekenen bepalen wat leerlingen op een bepaald moment in hun schoolloopbaan moeten beheersen op het gebied van taal en rekenen. In opdracht van het ministerie van OCW heeft Stichting Cito in beeld gebracht welke referentieniveaus leerlingen eind leerjaar 2 beheersen voor Nederlands leesvaardigheid en rekenen-wiskunde. De gegevens in de figuur gaan over de referentieniveaus in de schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025 en worden ontleend aan de toetsen van het Cito volgsysteem voortgezet onderwijs (cvvo).
Percentage leerlingen dat eind leerjaar 2 een bepaald referentieniveau voor rekenen-wiskunde beheerst
Percentages in schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.
In schooljaar 2021-2022 beheerst 53% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 92% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal het niveau 1F. Voor havisten is dat 99% en voor vwo-leerlingen 100%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 4% voor vmbo kb/bb, 26% voor vmbo gt, 66% voor havo en 91% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 6% voor havo en 29% voor vwo.
In schooljaar 2022-2023 beheerst 50% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 91% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal het niveau 1F. Voor havisten is dat 99% en voor vwo-leerlingen 100%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 4% voor vmbo kb/bb, 24% voor vmbo gt, 64% voor havo en 89% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 6% voor havo en 27% voor vwo.
In schooljaar 2023-2024 beheerst 47% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 89% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal het niveau 1F. Voor havisten is dat 98% en voor vwo-leerlingen 100%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 4% voor vmbo kb/bb, 22% voor vmbo gt, 62% voor havo en 90% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 5% voor havo en 27% voor vwo.
In schooljaar 2024-2025 beheerst 48% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 88% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal het niveau 1F. Voor havisten is dat 98% en voor vwo-leerlingen 100%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 4% voor vmbo kb/bb, 20% voor vmbo gt, 63% voor havo en 92% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 6% voor havo en 32% voor vwo.
| Schooljaar en opleidingsniveau | Minder dan 1F | 1F | 2F | 3F |
|---|---|---|---|---|
| 2021-2022, vmbo bb kb | 47% | 49% | 4% | 0% |
| 2022-2023, vmbo bb kb | 50% | 46% | 4% | 0% |
| 2023-2024, vmbo bb kb | 53% | 43% | 3% | 0% |
| 2024-2025, vmbo bb kb | 52% | 45% | 3% | 0% |
| 2021-2022, vmbo gt | 8% | 66% | 26% | 1% |
| 2022-2023, vmbo gt | 9% | 67% | 23% | 1% |
| 2023-2024, vmbo gt | 11% | 67% | 21% | 1% |
| 2024-2025, vmbo gt | 13% | 68% | 19% | 1% |
| 2021-2022, havo | 1% | 33% | 61% | 6% |
| 2022-2023, havo | 1% | 35% | 58% | 6% |
| 2023-2024, havo | 2% | 36% | 57% | 5% |
| 2024-2025, havo | 1% | 36% | 57% | 6% |
| 2021-2022, vwo | 0% | 9% | 62% | 30% |
| 2022-2023, vwo | 0% | 11% | 62% | 27% |
| 2023-2024, vwo | 0% | 10% | 62% | 27% |
| 2024-2025, vwo | 0% | 8% | 60% | 32% |
Bron: Stichting Cito
Definitie: De referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen schrijven voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Alle referentieniveaus samen vormen het referentiekader voor taal en rekenen. Voor taal zijn er in totaal vier niveaus beschreven en voor rekenen/wiskunde drie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een fundamenteel niveau (F) en een streefniveau (S). Het niveau 2F heeft iedereen nodig om te kunnen participeren in de maatschappij.
Data beschikbaar in: Jaarlijks, zie hier.
Gepubliceerd in het CMS: 27 maart 2026
Nederlands leesvaardigheid
De onderstaande grafiek laat in percentages zien welke referentieniveaus leerlingen in het voortgezet onderwijs aan het eind van leerjaar 2 beheersen voor Nederlandse leesvaardigheid. De gegevens hebben betrekking op de schooljaren 2021-2022, 2022-2023 en 2023-2024.
Percentage leerlingen dat eind leerjaar 2 een bepaald referentieniveau voor Nederlands leesvaardigheid beheerst
Percentages in schooljaren 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.
In schooljaar 2021-2022 beheerst 69% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 86% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal niveau 1F. Voor havisten is dat 97% en voor vwo-leerlingen 99%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 26% voor vmbo kb/bb, 50% voor vmbo gt, 97% voor havo en 97% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 12% voor havo en 54% voor vwo.
In schooljaar 2022-2023 beheerst 64% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 84% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal niveau 1F. Voor havisten is dat 97% en voor vwo-leerlingen 99%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 22% voor vmbo kb/bb, 45% voor vmbo gt, 75% voor havo en 96% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 10% voor havo en 47% voor vwo.
In schooljaar 2023-2024 beheerst 60% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 81% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal niveau 1F. Voor havisten is dat 96% en voor vwo-leerlingen 99%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 20% voor vmbo kb/bb, 41% voor vmbo gt, 71% voor havo en 96% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 8% voor havo en 44% voor vwo.
In schooljaar 2024-2025 beheerst 56% van de vmbo-kb/bb-leerlingen en 84% van de vmbo-gt-leerlingen minimaal niveau 1F. Voor havisten is dat 96% en voor vwo-leerlingen 99%. Het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 2F beheerst is 15% voor vmbo kb/bb, 38% voor vmbo gt, 71% voor havo en 93% voor vwo. Kijken we naar het percentage leerlingen dat minimaal referentieniveau 3F behaalt, dan is dat 8% voor havo en 35% voor vwo.
| Schooljaar en opleidingsniveau | Minder dan 1F | 1F | 2F | 3F |
|---|---|---|---|---|
| 2021-2022, vmbo bb kb | 30% | 43% | 26% | 0% |
| 2022-2023, vmbo bb kb | 35% | 42% | 22% | 0% |
| 2023-2024, vmbo bb kb | 39% | 41% | 19% | 0% |
| 2024-2025, vmbo bb kb | 44% | 41% | 15% | 0% |
| 2021-2022, vmbo gt | 14% | 36% | 48% | 3% |
| 2022-2023, vmbo gt | 16% | 39% | 43% | 2% |
| 2023-2024, vmbo gt | 20% | 39% | 39% | 2% |
| 2024-2025, vmbo gt | 16% | 46% | 37% | 1% |
| 2021-2022, havo | 3% | 18% | 67% | 12% |
| 2022-2023, havo | 3% | 22% | 65% | 10% |
| 2023-2024, havo | 5% | 25% | 62% | 8% |
| 2024-2025, havo | 4% | 25% | 63% | 8% |
| 2021-2022, vwo | 0% | 2% | 43% | 54% |
| 2022-2023, vwo | 1% | 3% | 49% | 47% |
| 2023-2024, vwo | 1% | 4% | 51% | 44% |
| 2024-2025, vwo | 1% | 6% | 59% | 35% |
Bron: Stichting Cito
Definitie: De referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen schrijven voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. Alle referentieniveaus samen vormen het referentiekader voor taal en rekenen. Voor taal zijn er in totaal vier niveaus beschreven en voor rekenen/wiskunde drie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een fundamenteel niveau (F) en een streefniveau (S). Het niveau 2F heeft iedereen nodig om te kunnen participeren in de maatschappij.
Data beschikbaar in: Jaarlijks, zie hier.
Gepubliceerd in het CMS: 27 maart 2026