Op deze pagina staat de monitoringsmatrix voor ‘Ruimte voor onderzoekers in de wetenschap’. Dit is één van de subthema's van de beleidsprioriteit 'Een sterke basis en hoge kwaliteit' uit de begroting voor 2027 van OCW.

Wij werken aan hoge kwaliteit in onderwijs en wetenschap als basis voor een veerkrachtige samenleving. Door te investeren in de basisvaardigheden van leerlingen en studenten zorgen we ervoor dat iedereen een stevig fundament voor de toekomst meekrijgt. Tegelijkertijd versterken we de impact van wetenschappelijk onderzoek om nieuwe kennis te ontwikkelen en oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken. Zo bouwen we aan een samenleving waarin talent, kennis en innovatie hand in hand gaan.

Sub-thema

Ruimte voor onderzoekers in de wetenschap

Het aantrekken, ontwikkelen en behouden van onderzoekstalent is van groot belang voor het behouden en versterken van de toppositie en impact van de Nederlandse wetenschap. Onderzoekers hebben ruimte nodig om hun werk te doen en talenten te ontplooien. Daarvoor is een goede werkomgeving bij onze kennisinstellingen nodig.

Beleidsmaatregelen
  1. Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen:
    Het is belangrijk dat de kennisinstellingen hun verantwoordelijkheid blijven nemen en ingezette verandertrajecten in hun organisaties verankeren. Het gaat hierbij om thema’s, zoals het breder erkennen en waarderen van wetenschappers en docenten, het terugdringen van aanvraag- en werkdruk en aandacht voor diversiteit en inclusie met oog op de kansengelijkheid. Instellingen worden hierbij ondersteund door de werkdrukmiddelen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap en door de middelen uit het amendement Bontenbal om de positie, ondersteuning en onderzoekstijd van jonge onderzoekers te verbeteren.
  2. NWO Financieringslijnen Talent en Open Competitie:
    NWO speelt als nationale wetenschapsfinancier een belangrijke rol bij het aantrekken, ontwikkelen en behouden van onderzoekstalent in Nederland. Twee financieringslijnen van NWO dragen hieraan bij door vrij en ongebonden onderzoek te financieren: Talent en Open Competitie.
  3. Sectorplannen: De structurele middelen in de sectorplannen kunnen door instellingen worden ingezet voor vaste contracten en voor het bieden van ruimte aan onderzoekers om door te groeien.

Financiële middelen

  1. Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen:
    € 154,8 miljoen
  2. NWO Financieringslijnen Talent en Open Competitie: 
    • Talent: € 230 miljoen
    • Open competitie: € 203,1 miljoen
  3. Sectorplannen: Sectorplannen I: € 113 miljoen structureel, Sectorplannen II: € 240,6 miljoen structureel, Sectorplannen III: € 132,4 miljoen structureel

Beleidsartikel

  1.  Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen: Artikel 16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid
  2. NWO Financieringslijnen Talent en Open Competitie: Artikel 16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid
  3. Sectorplannen: Artikel 16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Beleidsindicatoren

  1. Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen 
  2. NWO Financieringslijnen Talent en Open Competitie: 
  3. Sectorplannen: Deze indicator is in ontwikkeling. De evaluaties door de monitoringscommissies dienen als input.

Onderzoek en monitoring

1. Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen: 

3. Sectorplannen: 

  • Sectorplannen I: Eindevaluatie Sectorplan Rechtsgeleerdheid en domeinplan Digitale SSH; Eindevaluatie sectorplancommissie Beta en Techniek
  • Sectorplannen II: De domeinspecifieke monitoringscommissies van de sectorplannen (bèta & techniek, SSH, medische en gezondheidswetenschappen) monitoren doorlopend de voortgang van de sectorplannen a.d.h.v. sectorspecifieke kpi’s. Elk van de commissies levert een midterm-evaluatie en eindevaluatie op in 2026 resp. 2029. Deze zijn inclusief een kwalitatieve beschrijving over thema’s als inhoudelijke versterking van een vakgebied (o.a. internationaal toonaangevend), doorontwikkeling naar maatschappelijke impact, verwevenheid van onderzoek en onderwijs en ontwikkeling van de landelijke organisatiegraad. Daarnaast richt de monitoring zich op de ontwikkeling van rust en ruimte aan universiteiten.

Kamerbrieven

1. Verbetertrajecten werkomgeving bij kennisinstellingen: 

3. Sectorplannen: