Met de sectorplannen wordt structureel € 200 mln. per jaar geïnvesteerd in de vier wetenschapsdomeinen: Sociale en Geesteswetenschappen, Bèta, Techniek en Medische- en Gezondheidswetenschappen. Naast profilering en samenwerking zijn de sectorplannen gericht op rust en ruimte creëren in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Daarmee moet dit leiden tot een verhoging van het aantal vaste contracten voor wetenschappers bij universiteiten en umc’s. Hiermee zorgen we voor de versterking van het fundament.
Deze beleidsindicator geeft informatie over de verhouding tussen vaste en tijdelijke dienstverbanden onder wetenschappelijk personeel aan universiteiten. Daarmee geeft hij een indicatie van de werking van het beleid om meer vaste dienstverbanden te creëren voor wetenschappelijk personeel.
De grafiek laat de ontwikkeling zien van het aandeel wetenschappelijk personeel (exclusief promovendi) met een vast dienstverband, tijdelijk dienstverband langer dan 4 jaar, tijdelijk dienstverband van 4 jaar of korter en tijdelijk dienstverband met niet-gespecificeerde lengte, in de periode 2018-2023. Voor een overzicht van het aandeel tijdelijk personeel aan de Nederlandse universiteiten uitgesplitst naar functiecategorie zie deze grafiek op de website van UNL.
Aandeel vaste en tijdelijke dienstverbanden wetenschappelijk personeel aan universiteiten 2018-2023
In fte
De ontwikkeling tussen 2018 en 2023 laat zien dat het aandeel vaste dienstverbanden tussen 2018 en 2021 wat schommelde rond de 60%. Vanaf 2022 is dat aandeel duidelijk gestegen tot 67% in 2023. In 2023 neemt het aandeel tijdelijke contracten met niet-gespecificeerde lengte toe. Dit komt doordat tijdelijke dienstverbanden langer of korter dan 4 jaar niet meer apart worden geregistreerd
| jaar | % vast | % tijdelijk langer dan 4 jaar | % tijdelijk 4 jaar of korter | % tijdelijk duur niet gespecificeerd |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 61,14% | 4,60% | 6,40% | 27,87% |
| 2019 | 60,57% | 4,67% | 7,13% | 27,63% |
| 2020 | 58,84% | 5,69% | 7,54% | 27,93% |
| 2021 | 58,41% | 5,69% | 7,93% | 27,97% |
| 2022 | 64,30% | 5,02% | 5,95% | 24,73% |
| 2023 | 67,23% | 0,00% | 0,00% | 32,77% |
Bron: Verhouding vast en tijdelijk personeel | Universiteiten van Nederland
Definitie: Het aandeel wetenschappelijk personeel met een vast dienstverband, een tijdelijk dienstverband langer dan 4 jaar, een tijdelijk dienstverband van 4 jaar of korter of een tijdelijk dienstverband met niet-gespecificeerde lengte, in fte. Vanaf 2023 worden tijdelijke dienstverbanden langer dan 4 jaar of 4 jaar of korter niet meer apart geregistreerd. Deze dienstverbanden vallen onder tijdelijk dienstverband met niet-gespecificeerde lengte. Peildatum: 31 december van het betreffende jaar (ultimostand). De gegevens zijn inclusief het gebied gezondheid.
N.B. Promovendi zijn uitgezonderd van deze indicator. De functiecategorie ‘onderzoekers’, van wie de meesten postdoc zijn, wordt wel meegenomen in deze indicator. Van tijdelijke onderzoekers zijn geen gegevens beschikbaar of de aanstellingsperiode langer of korter dan 4 jaar is. Deze vallen dus alle onder ‘tijdelijk dienstverband met niet-gespecificeerde lengte’.
Beschikbaarheid data: jaarlijks in januari
Gepubliceerd in het CMS: 22 januari 2025