Het ministerie van OCW en de instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek hebben zich gecommitteerd aan het Nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek (DIHOO). Door het monitoren van het aandeel vrouwen onder medewerkers en studenten van universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) wordt inzichtelijk hoe de diversiteit zich op dit punt ontwikkelt.

Het ministerie is zich ervan bewust dat diversiteit breder is dan alleen het aspect gender. Andere zichtbare en minder zichtbare aspecten van diversiteit (bijv. etniciteit, seksuele geaardheid en religie) laten zich minder makkelijk meten aan de hand van indicatoren. De figuren hieronder laten steeds de ontwikkeling zien in de tijd van het aandeel vrouwen, als indicator voor de genderdiversiteit.

Het aandeel vrouwen onder het wo-personeel, totaal en per functieniveau

Procenten fte

Bron: LNVH

Het aandeel vrouwen onder het totale wo-personeel neemt sinds 2020 licht toe, namelijk van 41% in 2020 tot 44% in 2024. Het aandeel vrouwelijke hoogleraren is gestegen van 26% in 2020 tot 30% in 2024. Bij de UHD’s is de stijging sinds 2020 met 6 procentpunten het grootst, namelijk van 30% in 2020 tot 37% in 2024. Hoe hoger de functiecategorie, hoe lager het aandeel vrouwen is. In 2024 was 46% van de promovendi vrouw tegenover 30% van de hoogleraren. Het aandeel vrouwen is het hoogst bij de docenten (overig wetenschappelijke personeel onderwijs), namelijk 54% in 2024.

Het aandeel vrouwen onder het hbo-personeel, totaal en per leeftijdscategorie

Procenten

Vereniging hogescholen

Het aandeel vrouwen onder het totale hbo-personeel ligt boven het aandeel mannen, in 2025 was 58% van het totale hbo-personeel vrouw. Het aandeel vrouwen groeit licht sinds 2020, toen was het nog 55%. In de leeftijdsgroep 25-29 zit het grootste aandeel vrouwen (64% in 2025). Over het algemeen zien we dat hoe hoger de leeftijdsgroep is, hoe lager het aandeel vrouwen is. In de categorie 65+ is het aandeel vrouwen met 39% het laagst.

Het aandeel vrouwen onder de studentenpopulatie in het hoger onderwijs, uitgesplitst naar hbo en wo

Procenten

Bron: CBS, StatLine

Het aandeel vrouwelijke studenten onder alle studenten ligt boven de 50% en stijgt vanaf 2020/'21 jaarlijks licht (+1% sinds 2020, voor zowel hbo als wo). Het aandeel vrouwelijke studenten in het wo is met 54% in 2025/’26 net iets groter dan in het hbo (53%).

Het aandeel vrouwen onder de studentenpopulatie in het hoger onderwijs, uitgesplitst naar studierichting, hbo

Procenten

Bron: CBS, StatLine

Het aandeel vrouwelijke studenten is het grootst binnen de studierichtingen ‘Gezondheidszorg en welzijn’ en ‘Journalistiek, gedrag en maatschappij’ met respectievelijk 76% en 73% in het studiejaar 2025/’26 en het kleinst binnen ‘Informatica’ met 13%. Bij ‘Wiskunde en natuurwetenschappen’ (45%), 'Landbouw, dierengeneeskunde en -verzorging' (44%) en 'Dienstverlening' (47%) zijn het aandeel vrouwen en mannen in balans (tussen 40% en 60% vrouwen).

Tussen 2020/'21 en 2025/'26 neemt het aandeel vrouwelijke studenten toe bij 'Onderwijs', ‘Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis', ‘Journalistiek, gedrag en maatschappij’, ‘Informatica’, ‘Techniek, industrie en bouwkunde’ en ‘Landbouw, dierengeneeskunde en –verzorging'. In diezelfde periode neemt het aandeel vrouwelijke studenten bij ‘Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’, ‘Gezondheidszorg en welzijn’ en ‘Dienstverlening’ af. Bij ' Wiskunde en natuurwetenschappen' blijft het aandeel vrouwen ongeveer gelijk.

Het aandeel vrouwen onder de studentenpopulatie in het hoger onderwijs, uitgesplitst naar studierichting, wo

Procenten

Bron: CBS, StatLine

Het aandeel vrouwelijke studenten is het grootst binnen de studierichtingen ‘Onderwijs’, ‘Journalistiek, gedrag en maatschappij’ en ‘Gezondheidszorg en welzijn’ met respectievelijk 86%, 68% en 68% in het studiejaar 2025/’26, en het kleinst binnen ‘Informatica’ met 27%. Bij ‘Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’ (48%), ‘Wiskunde en natuurwetenschappen’ (48%), en 'Dienstverlening' (46%) zijn de aandelen vrouwen en mannen in balans (tussen 40% en 60% vrouwen).

Tussen 2020/'21 en 2025/'26 neemt het aandeel vrouwelijke studenten toe bij 'Onderwijs', ‘Journalistiek, gedrag en maatschappij’, ‘Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’, 'Wiskunde en natuurwetenschappen', ‘Informatica’ en ‘Techniek, industrie en bouwkunde’. In diezelfde periode neemt het aandeel vrouwelijke studenten bij ‘Gezondheidszorg en welzijn’ af. Bij ‘Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis', ‘Landbouw, dierengeneeskunde en -verzorging' en ‘Dienstverlening’ blijft het aandeel vrouwen ongeveer gelijk.

Het aandeel vrouwelijke studenten dat kiest voor de studierichting ‘Informatica’ is aanzienlijk groter binnen wo-opleidingen dan binnen hbo- opleidingen (13% hbo, 27% wo 2025/’26). Ditzelfde patroon zien we ook terug bij ‘Onderwijs’ (69% hbo, 86% wo 2025/’26) en ‘Landbouw, Diergeneeskunde en -verzorging’ (44% hbo, 65% wo 2025/’26).