Deze indicator geeft inzicht in de verdeling van de toegekende starters- en stimuleringsbeurzen voor onderzoekers. Het ministerie van OCW investeerde tussen 2022 en 2025 in onderzoek en onderzoekstijd door middel van starters- en stimuleringsbeurzen. Doel van de beurzen was het stimuleren van ongebonden onderzoek en het verlagen van de werk- en aanvraagdruk bij onderzoekers. De beurzen vormden een persoonlijk werkkapitaal voor onderzoekers aan universiteiten en universitair medische centra (umc’s). Door kabinetsbezuinigingen zijn er sinds 2025 geen nieuwe starters- en stimuleringsbeurzen meer toegekend. De helft van het budget (77,9 miljoen euro per jaar) blijft beschikbaar voor het verlagen van de werkdruk in de wetenschap.
De figuur laat zien hoeveel onderzoekers een startersbeurs hebben ontvangen, in 2022 tot en met 2025.
Aantal onderzoekers dat een startersbeurs heeft ontvangen
aantal onderzoekers
De startersbeurzen zijn voornamelijk bedoeld voor startende universitair docenten. Het toekennen van startersbeurzen begon in de loop van 2022. In 2022 kregen 113 onderzoekers een startersbeurs. In 2023 waren dit er 706, in 2024 1.021 en in 2025 746. Het grootste aandeel ging naar universitair docenten (93% in 2025). De resterende beurzen gingen naar overig wetenschappelijk personeel, zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel.
| Jaar | Overig WP | UD |
|---|---|---|
| 2022 | 3 | 110 |
| 2023 | 32 | 674 |
| 2024 | 104 | 917 |
| 2025 | 52 | 694 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen toegekende startersbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. UD= Universitair docent. Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel, waaronder wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026
Aantal onderzoekers dat een stimuleringsbeurs heeft ontvangen
aantal onderzoekers
De stimuleringsbeurzen zijn bedoeld voor zittende universitair (hoofd)docenten en hoogleraren. Net als bij de startersbeurzen begon het toekennen van de stimuleringsbeurzen in de loop van 2022. In 2022 kregen 4 onderzoekers een stimuleringsbeurs. In 2023 waren dit er 783 en in 2024 1.039. In 2025 hebben 823 onderzoekers een stimuleringsbeurs ontvangen. Hiervan ging het grootste aandeel naar universitair docenten (52% in 2025), gevolgd door hoogleraren (16%) en universitair hoofddocenten (14%).
| Jaar | Niet bekend | Overig WP | UD | UHD | HGL |
|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 0 | 0 | 1 | 0 | 3 |
| 2023 | 0 | 15 | 487 | 135 | 146 |
| 2024 | 3 | 55 | 561 | 188 | 232 |
| 2025 | 108 | 40 | 426 | 116 | 133 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen toegekende stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. UD= Universitair docent; UHD= Universitair hoofddocent; HGL= Hoogleraar; Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel waaronder wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026
Hoogte van de toegekende stimuleringsbeurzen
aantallen stimuleringsbeurzen
Het toekennen van de starters- en stimuleringsbeurzen begon, zoals gezegd, in de loop van 2022. De hoogte van de startersbeurzen is tot 1 juli 2024 voor alle onderzoekers 300.000 euro. De hoogte van de stimuleringsbeurzen is variabel. Van de stimuleringsbeurzen werden de meeste beurzen toegekend in de categorie <= €50.000. In 2025 was dit 63%.
| Hoogte van de toegekende stimuleringsbeurzen | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|
| <= 50.000 | 441 | 577 | 520 |
| 50.001 - 100.000 | 69 | 91 | 52 |
| 100.001 - 150.000 | 70 | 72 | 30 |
| 150.001 - 200.000 | 26 | 63 | 27 |
| 200.001 - 250.000 | 47 | 67 | 43 |
| 250.001 - 300.000 | 75 | 107 | 111 |
| >= 300.000 | 55 | 62 | 40 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen en bedragen (categoriaal) van stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. Bedragen zijn inclusief overhead. De hoogte van de vier toegekende stimuleringsbeurzen in 2022 ontbreekt.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026
Het aandeel startersbeurzen dat toegekend is aan vrouwen, per wetenschapsgebied, in de periode 2022-2025
Percentage
In de periode 2022-2025 werden de meeste startersbeurzen toegekend binnen de wetenschapsgebieden Gedrag & maatschappij (22%) en Gezondheid (18%). Ondanks dat het aandeel vrouwen voor alle toegekende startersbeurzen 51% is, zien we wel verschillen in de verdeling van het aantal startersbeurzen tussen mannen en vrouwen bij afzonderlijke wetenschapsgebieden.
Zo ligt het aandeel vrouwen bij het totaal aantal toegekende startersbeurzen in de periode 2022 en 2025 boven de 60% voor de gebieden Gedrag en Maatschappij (64%), Landbouw (63%) en Diversen (66%), maar onder de 40% voor Economie (39%). Voor Rechten, Gezondheid, Taal en Cultuur ligt het aandeel vrouwen rond de 50% met respectievelijk 52%, 51% en 49%.
Het aandeel vrouwen bij de toegekende startersbeurzen is vergelijkbaar met het aandeel vrouwen onder universitair docenten werkzaam aan de Nederlandse universiteiten (exclusief de sector Gezondheid, WOPI data, 2025). Van de universitair docenten was in 2025 48% vrouw. Ook wanneer we kijken naar de verschillende wetenschapsgebieden, zien we dat het aandeel startersbeurzen toegekend aan vrouwen vergelijkbaar is met het aandeel vrouwen onder universitair docenten: 58% van de universitair docenten is vrouw bij Gedrag en Maatschappij in 2025, 53% bij Rechten en 42% bij Economie. Alleen voor Landbouw liggen deze cijfers verder uit elkaar. Het aandeel vrouwen onder universitair docenten was 47% in 2025, terwijl het aandeel vrouwen bij het totaal aantal toegekende startersbeurzen in de periode 2022 en 2025 63% was.
| Wetenschapsgebied | Aandeel vrouwen |
|---|---|
| Landbouw | 63 |
| Natuur | 45 |
| Techniek | 41 |
| Gezondheid | 51 |
| Economie | 39 |
| Rechten | 52 |
| Gedrag en Maatschappij | 64 |
| Taal en Cultuur | 49 |
| Diversen | 66 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Het totale aandeel vrouwen bij de toegekende startersbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten in de periode 2022 en 2025, naar wetenschapsgebied (HOOP). Voor 2022 is er voor 11 startersbeurzen geen genderverdeling beschikbaar. De cijfers per jaar zijn in te zien in het downloadbare bestand onderaan deze pagina.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026
Het aandeel stimuleringsbeurzen toegekend aan vrouwen, per wetenschapsgebied, in de periode 2022-2025
Percentage
In de periode 2022-2025 werden de meeste stimuleringsbeurzen toegekend binnen de wetenschapsgebieden Rechten (31%) en Taal & cultuur (25%). Binnen het wetenschapsgebied Landbouw zijn nog geen stimuleringsbeurzen uitgereikt. Ondanks dat het aandeel vrouwen voor alle toegekende stimuleringsbeurzen 51% is, zien we - net als bij startersbeurzen - wel verschillen in de verdeling van het aantal stimuleringsbeurzen tussen mannen en vrouwen bij afzonderlijke wetenschapsgebieden.
Zo ligt het aandeel vrouwen voor het totaal aantal toegekende stimuleringsbeurzen in de periode 2022 en 2025 boven de 60% voor het gebied Gezondheid (63%) en Diversen (61%), maar onder de 40% voor Economie (39%) en Techniek (38%). Voor Gedrag en Maatschappij en Taal en Cultuur ligt het aandeel vrouwen rond de 50% met respectievelijk 54% en 49%.
De man-vrouwverdeling bij universitair (hoofd)docenten en hoogleraren werkzaam aan de Nederlandse universiteiten (exclusief de sector Gezondheid, WOPI-data, 2025) is minder gelijk verdeeld dan de man-vrouwverdeling bij de uitgereikte stimuleringsbeurzen. Van de universitair (hoofd)docenten en hoogleraren was in 2025 in totaal 41% vrouw. Ook wanneer we kijken naar de verschillende wetenschapsgebieden, zien we dat voor alle gebieden geldt dat het aandeel beurzen dat wordt uitgereikt aan een vrouw in de periode 2022-2025 hoger ligt dan het aandeel vrouwelijke (hoofd)docenten en hoogleraren dat in 2025 werkzaam is binnen dat gebied. Zo wordt 38% van de beurzen binnen het wetenschapsgebied Techniek uitgereikt aan een vrouw, terwijl het aandeel vrouwelijke (hoofd)docenten en hoogleraren 30% is. Bij het wetenschapsgebied Natuur zijn deze percentages respectievelijk 41% en 34%.
| Wetenschapsgebied | Aandeel vrouwen |
|---|---|
| Natuur | 41 |
| Techniek | 38 |
| Gezondheid | 63 |
| Economie | 39 |
| Rechten | 56 |
| Gedrag en Maatschappij | 54 |
| Taal en Cultuur | 49 |
| Diversen | 61 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Het totale aandeel vrouwen voor de toegekende stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten in de periode 2022-2025, naar wetenschapsgebied (HOOP). Binnen het wetenschapsgebied Landbouw zijn nog geen stimuleringsbeurzen uitgereikt. Voor 2022 is er voor 4 stimuleringsbeurzen geen genderverdeling beschikbaar. De cijfers per jaar zijn in te zien in het downloadbare bestand onderaan deze pagina.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026
Besteding starters- en stimuleringsbeurzen
Miljoen euro
| Besteding Starters- en Stimuleringsbeurzen (realisatie, in miljoen euro) | | | | | | | | | | | | | | | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Startersbeurzen | Stimuleringsbeurzen | ||||||||||||||
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 | ||||
| 1. Onderzoeksfaciliteiten | 0,5 | 2,1 | 5,1 | 5,4 | 5,1 | 4,7 | 0 | 0,6 | 4,3 | 4,5 | 2,2 | 2,3 | |||
| 2. Aanstelling medewerker | Promovendus | Tijdelijk | 0,5 | 6,1 | 29,1 | 55,1 | 57,6 | 59,8 | 0 | 1,9 | 8 | 13,9 | 10,4 | 10,4 | |
| Onderzoeker (postdoc) | Vast | 0 | 0,1 | 0,5 | 0,9 | 0,6 | 0,4 | 0 | 0,1 | 0,2 | 0,5 | 0 | 0 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0,1 | 0,4 | 0,7 | 1,1 | 1 | 0 | 0 | 0,2 | 1,4 | 1,4 | 0,3 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0,1 | 1,7 | 4,7 | 3,2 | 3,6 | 0 | 0 | 0,9 | 1,7 | 0,9 | 0,8 | |||
| Overig WP | Vast | 0 | 0,1 | 0,8 | 1,3 | 0,6 | 0,6 | 0 | 0,1 | 0,7 | 1,4 | 0,1 | 0,1 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0,1 | 0,5 | 0,9 | 1,7 | 1,3 | 0 | 0 | 0,2 | 0,6 | 0,4 | 0,4 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0,1 | 0,8 | 1,3 | 0,8 | 0,8 | 0 | 0,6 | 0,9 | 1 | 0,5 | 0,4 | |||
| Ondersteunend personeel | Vast | 0 | 0,1 | 0,4 | 0,6 | 0,3 | 0,3 | 0 | 0 | 0,3 | 0,5 | 0,3 | 0,3 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,1 | 0,1 | 0,2 | 0,1 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0 | 0,9 | 1,5 | 1,1 | 1 | 0 | 0 | 0,3 | 0,7 | 0,3 | 0,3 | |||
| 3. Vergroting van onderzoekstijd van de beurshouder | 0 | 0,7 | 3,3 | 1,9 | 0 | 0 | 0 | 0,1 | 2,2 | 1,7 | 0 | 0 | |||
| UD | Vast | 0 | 0,2 | 3,2 | 5,3 | 5,2 | 4,1 | 0 | 3,1 | 5 | 3,9 | 2 | 2,1 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,4 | 0,3 | 0 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0 | 0,3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,2 | 0,2 | 0,1 | 0 | 0 | |||
| Overig WP | Vast | 0 | 0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0 | 0,4 | 1,8 | 2,3 | 2,2 | 2 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,1 | 0,2 | 0 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0 | 0,1 | 0,1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,2 | 0,7 | 0,4 | 0,6 | |||
| Ondersteunend personeel | Vast | 0 | 0 | 0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0 | 0,1 | 0,1 | 0 | 0 | 0 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | 0 | 0 | 0,6 | 0,3 | 0,4 | 0,4 | 0 | 0 | 0,1 | 0,2 | 0,1 | 0,1 | |||
| Niet onderverdeeld | 0,4 | 1,7 | 2,4 | 1,5 | 0,3 | 1,2 | 0,3 | 1,2 | 1,7 | 1,1 | 0 | 0 | |||
| Totaal | 1,5 | 11,4 | 49,9 | 81,6 | 78,2 | 79,3 | 0,3 | 9 | 27,7 | 36,4 | 21,5 | 20,3 |
Onderzoekers hebben meerdere jaren de tijd om hun beurs te besteden. In 2025 werd in totaal 81,6 miljoen euro van de startersbeurzen besteed. Het grootste deel hiervan ging naar de aanstelling van promovendi (67%), gevolgd door onderzoeksfaciliteiten (7%) en het vergroten van de onderzoekstijd van universitair docenten met een vaste aanstelling (6%). De prognoses voor 2026 en 2027 zijn vergelijkbaar met een totaal van 78,2 miljoen euro voor 2026 en 79,3 miljoen euro voor 2027. Wel valt bij de prognoses voor de verdeling van de uitgaven op, dat het aandeel dat wordt besteed aan de aanstelling van promovendi stijgt tot 75% in 2027.
Aan stimuleringsbeurzen werd in 2025 36,4 miljoen euro besteed. Ook hier ging het grootste deel naar de aanstelling van promovendi (38%), gevolgd door onderzoeksfaciliteiten (12%) en het vergroten van de onderzoekstijd van universitair docenten met een vaste aanstelling (11%). Voor 2026 en 2027 zijn de prognoses lager dan in 2025, met een totaal van 21,5 miljoen euro voor 2026 en 20,3 miljoen euro voor 2027. Bij de prognose voor 2026 en 2027 valt op dat het aandeel dat wordt besteed aan de aanstelling van promovendi stijgt tot 51% in 2027.
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Bedragen en bestedingsdoelen van starters- en stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. UD= Universitair docent; Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel. Onder overig WP valt wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 11 september 2026