Deze indicator geeft inzicht in de verdeling van de toegekende starters- en stimuleringsbeurzen voor onderzoekers. Het ministerie van OCW investeerde tussen 2022 en 2025 in onderzoek en onderzoekstijd door middel van starters- en stimuleringsbeurzen. Doel van de beurzen was het stimuleren van ongebonden onderzoek en het verlagen van de werk- en aanvraagdruk bij onderzoekers. De beurzen vormden een persoonlijk werkkapitaal voor onderzoekers aan universiteiten en universitair medische centra (umc’s). Wegens bezuinigingen zijn er sinds 2025 geen nieuwe starters- en stimuleringsbeurzen meer toegekend. De helft van het budget (77,9 miljoen euro per jaar) blijft beschikbaar voor het verlagen van de werkdruk in de wetenschap
De figuur laat zien hoeveel onderzoekers een startersbeurs hebben ontvangen, in 2022 tot en met 2024.
Aantal onderzoekers dat een startersbeurs heeft ontvangen
aantal onderzoekers
De startersbeurzen zijn bedoeld voor startende universitair docenten. Het toekennen van startersbeurzen begon in de loop van 2022. In 2022 kregen 105 onderzoekers een startersbeurs. In 2023 waren dit er 734 en in 2024 1.006. Het grootste aandeel ging naar universitair docenten (bijna 90% in 2024). De resterende beurzen gingen naar overig wetenschappelijk personeel, zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel.
| Startersbeurs | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Overig WP | 3 | 32 | 109 |
| UD | 102 | 702 | 897 |
| Totaal | 105 | 734 | 1006 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen toegekende startersbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. UD= Universitair docent. Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel, waaronder wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026
Aantal onderzoekers dat een stimuleringsbeurs heeft ontvangen
aantal onderzoekers
De stimuleringsbeurzen zijn bedoeld voor zittende universitair (hoofd)docenten en hoogleraren. Net als bij de startersbeurzen begon het toekennen van de stimuleringsbeurzen in de loop van 2022. In 2022 kregen 62 onderzoekers een stimuleringsbeurs. In 2023 waren dit er 817 en in 2024 waren er 1.141 onderzoekers die een stimuleringsbeurs ontvingen. Hiervan ging het grootste aandeel naar universitair docenten (49% in 2024), gevolgd door hoogleraren (24%) en universitair hoofddocenten (22%).
| Stimuleringsbeurs | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Niet bekend | 0 | 18 | 3 |
| Overig WP | 0 | 23 | 53 |
| UD | 46 | 493 | 564 |
| UHD | 10 | 138 | 249 |
| HGL | 6 | 145 | 272 |
| Totaal | 62 | 817 | 1141 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen toegekende stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. UD= Universitair docent; UHD= Universitair hoofddocent; HGL= Hoogleraar; Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel waaronder wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026
Hoogte van de toegekende stimuleringsbeurzen
aantallen stimuleringsbeurzen
Het toekennen van de starters- en stimuleringsbeurzen begon, zoals gezegd, in de loop van 2022. De hoogte van de startersbeurzen is tot 1 juli 2024 voor alle onderzoekers 300.000 euro. De hoogte van de stimuleringsbeurzen is variabel. Van de stimuleringsbeurzen werden in 2024 de meeste beurzen toegekend in de categorie <= €50.000 (48%). Voor 2023 werden de meeste beurzen eveneens toegekend in de categorie <= €50.000 (54%).
| Hoogte van de toegekende stimuleringsbeurzen | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| <= 50.000 | 4 | 443 | 550 |
| 50.001 - 100.000 | 47 | 68 | 87 |
| 100.001 - 150.000 | 2 | 67 | 103 |
| 150.001 - 200.000 | 3 | 15 | 63 |
| 200.001 - 250.000 | 5 | 48 | 59 |
| 250.001 - 300.000 | 0 | 110 | 216 |
| >= 300.000 | 1 | 66 | 63 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen en bedragen (categoriaal) van stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. Bedragen zijn inclusief overhead.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026
De verdeling van toegekende startersbeurzen over wetenschapsgebieden met man-vrouw verdeling
aantallen beurzen
Tussen 2022 en 2024 werden de meeste startersbeurzen toegekend binnen de wetenschapsgebieden Gedrag & maatschappij (28%) en Gezondheid (17%). Ondanks dat de man-vrouw verdeling voor alle startersbeurzen samen nagenoeg gelijk is met 52% vrouwen en 48% mannen, zien we wel verschillen in de verdeling van het aantal startersbeurzen tussen mannen en vrouwen bij afzonderlijke wetenschapsgebieden. Zo werden er binnen de gebieden Techniek en Economie meer startersbeurzen uitgereikt aan mannen, met respectievelijk 63% en 60% mannen. Bij het gebied Gedrag & Maatschappij is dit andersom. Daar werd 63% van de startersbeurzen uitgereikt aan een vrouw. Bij de andere wetenschapsgebieden zien we veel kleinere verschillen en werden er vergelijkbare aantallen startersbeurzen uitgereikt aan mannen en vrouwen.
De man-vrouw verdeling bij de toegekende startersbeurzen is vergelijkbaar met de man-vrouw verdeling onder universitair docenten werkzaam aan de Nederlandse universiteiten (exclusief de sector Gezondheid, WOPI data, 2024). Van de universitair docenten was in 2024 47% vrouw. Ook wanneer we kijken naar de verschillende wetenschapsgebieden, zien we dat het aandeel startersbeurzen toegekend aan vrouwen redelijk vergelijkbaar is met het aandeel vrouwen onder universitair docenten: 58% van de universitair docenten is vrouw bij Gedrag en Maatschappij, 41% bij Economie en 36% bij Techniek.
| Wetenschapsgebied en jaar | v | m |
|---|---|---|
| Landbouw, 2022 | 0 | 0 |
| Landbouw, 2023 | 15 | 13 |
| Landbouw, 2024 | 0 | 0 |
| Natuur, 2022 | 3 | 2 |
| Natuur, 2023 | 31 | 38 |
| Natuur, 2024 | 67 | 71 |
| Techniek, 2022 | 0 | 1 |
| Techniek, 2023 | 23 | 37 |
| Techniek, 2024 | 28 | 49 |
| Gezondheid, 2022 | 4 | 4 |
| Gezondheid, 2023 | 32 | 35 |
| Gezondheid, 2024 | 136 | 111 |
| Economie, 2022 | 20 | 28 |
| Economie, 2023 | 15 | 31 |
| Economie, 2024 | 50 | 67 |
| Rechten, 2022 | 16 | 14 |
| Rechten, 2023 | 33 | 36 |
| Rechten, 2024 | 58 | 44 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2022 | 4 | 1 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2023 | 164 | 98 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2024 | 152 | 91 |
| Taal en Cultuur, 2022 | 3 | 4 |
| Taal en Cultuur, 2023 | 54 | 48 |
| Taal en Cultuur, 2024 | 35 | 38 |
| Diversen, 2022 | 1 | 0 |
| Diversen, 2023 | 16 | 15 |
| Diversen, 2024 | 4 | 10 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen startersbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten tussen 2022 en 2024, naar wetenschapsgebied (HOOP) en gender (vrouw/man).
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026
De verdeling van toegekende stimuleringsbeurzen over wetenschapsgebieden met man-vrouw verdeling
aantallen beurzen
Van de stimuleringsbeurzen werden tot en met 2024 de meeste beurzen toegekend binnen de wetenschapsgebieden Taal & cultuur (29%) en Rechten (19%). Binnen het wetenschapsgebied Landbouw zijn nog geen stimuleringsbeurzen uitgereikt. De man-vrouwverdeling is bij de stimuleringsbeurzen tot en met 2024 evenredig (51% vrouw, 49% man). Wanneer we kijken naar de verschillende wetenschapsgebieden, zien we – net als bij de startersbeurzen – wel verschillen in de verdeling. Zo is bij de gebieden Economie en Natuur het aandeel stimuleringsbeurzen voor mannen hoger met respectievelijk 61% en 55%. Bij de gebieden Diversen, Rechten en Gezondheid is het aandeel vrouwen waaraan een stimuleringsbeurs wordt uitgereikt juist hoger met respectievelijk 61%, 55% en 55%.
De man-vrouwverdeling bij universitair (hoofd)docenten en hoogleraren werkzaam aan de Nederlandse universiteiten (exclusief de sector Gezondheid, WOPI-data, 2024) is minder gelijk verdeeld dan de man-vrouwverdeling bij de uitgereikte stimuleringsbeurzen. Van de universitair (hoofd)docenten en hoogleraren was in 2024 in totaal 41% vrouw. Ook wanneer we kijken naar de verschillende wetenschapsgebieden, zien we dat voor alle gebieden geldt dat het aandeel beurzen dat wordt uitgereikt aan een vrouw hoger ligt dan het aandeel vrouwelijke (hoofd)docenten en hoogleraren dat werkzaam is binnen dat gebied, met uitzondering van het gebied Gedrag en Maatschappij. Deze verschillen zijn het grootst bij de gebieden Natuur en Techniek. Zo wordt 53% van de beurzen binnen het wetenschapssgebied Techniek uitgereikt aan een vrouw, terwijl het aandeel vrouwelijke (hoofd)docenten en hoogleraren 29% is. Bij het wetenschapsgebied Natuur zijn deze percentages respectievelijk 45% en 33%.
| Wetenschapsgebied en jaar | v | m |
|---|---|---|
| Landbouw, 2022 | 0 | 0 |
| Landbouw, 2023 | 0 | 0 |
| Landbouw, 2024 | 0 | 0 |
| Natuur, 2022 | 3 | 6 |
| Natuur, 2023 | 14 | 23 |
| Natuur, 2024 | 41 | 42 |
| Techniek, 2022 | 0 | 1 |
| Techniek, 2023 | 23 | 12 |
| Techniek, 2024 | 12 | 18 |
| Gezondheid, 2022 | 0 | 0 |
| Gezondheid, 2023 | 20 | 12 |
| Gezondheid, 2024 | 45 | 41 |
| Economie, 2022 | 0 | 0 |
| Economie, 2023 | 47 | 86 |
| Economie, 2024 | 72 | 99 |
| Rechten, 2022 | 0 | 0 |
| Rechten, 2023 | 79 | 58 |
| Rechten, 2024 | 133 | 112 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2022 | 5 | 2 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2023 | 61 | 54 |
| Gedrag en Maat-schappij, 2024 | 77 | 76 |
| Taal en Cultuur, 2022 | 0 | 0 |
| Taal en Cultuur, 2023 | 138 | 136 |
| Taal en Cultuur, 2024 | 159 | 161 |
| Diversen, 2022 | 27 | 18 |
| Diversen, 2023 | 33 | 21 |
| Diversen, 2024 | 33 | 20 |
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Aantallen stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten tussen 2022 en 2024, naar wetenschapsgebied (HOOP) en gender (vrouw/man).
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026
Besteding starters- en stimuleringsbeurzen
Euro
| Besteding Starters- en Stimuleringsbeurzen (realisatie, in euro) | | | | | | | | | | | | | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Startersbeurzen | Stimuleringsbeurzen | ||||||||||||
| 2022 | 2023 | 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | 2022 | 2023 | 2024 | Prognose 2025 | Prognose 2026 | ||||
| 1. Onderzoeksfaciliteiten | 425.000 | 1.631.017 | 4.348.444 | 6.375.793 | 6.449.162 | 991.360 | 1.864.189 | 3.990.696 | 3.049.247 | 2709897,119 | |||
| 2. Aanstelling medewerker | Promovendus | Tijdelijk | 607.483 | 5.324.167 | 23.372.258 | 43.640.477 | 47.765.861 | 1.041.288 | 4.075.605 | 7.566.888 | 15.320.442 | 16163296,51 | |
| Onderzoeker (postdoc) | Vast | - | 49.216 | 162.576 | 407.400 | 417.700 | 215.223 | 423.646 | 197.000 | 515.000 | 515000 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | 67.244 | 103208 | 91818 | 91730 | - | - | 49384 | 243934 | 209941 | |||
| Tijdelijk | - | 129.980 | 1.280.345 | 1.919.234 | 1.916.832 | - | 53.802 | 1.034.368 | 3.036.760 | 1891587 | |||
| Overig WP | Vast | - | 48.144 | 766.847 | 1.401.083 | 970.910 | - | 178.326 | 187.412 | 484.184 | 482617 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | 40.308 | 88.308 | 91.840 | 92.723 | - | 48.268 | 148507 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | - | 124.103 | 869.132 | 1.862.677 | 2.040.662 | - | 639.893 | 704.378 | 587.500 | 451478 | |||
| Ondersteunend personeel | Vast | - | 64.653 | 496.828 | 978.662 | 929.038 | - | 33.260 | 243.108 | 492.569 | 497445 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | - | 0 | 0 | 0 | - | - | 19.514 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | - | 77.702 | 708.545 | 494.964 | 405.351 | - | 26.838 | 310.047 | 343.433 | 312410 | |||
| 3. Vergroting van onderzoekstijd van de beurshouder | - | 24.000 | 1.818.192 | 3.849.440 | 4.521.174 | - | - | 4.807.573 | 2.373.210 | 1757743,188 | |||
| UD | Vast | - | 873.280 | 3.085.614 | 3.421.426 | 3.768.507 | 119.135 | 3.204.160 | 1.102.188 | 1.502.793 | 1468188 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | 2.000 | 0 | 0 | 0 | - | 391.048 | 215.899 | 203.400 | 0 | |||
| Tijdelijk | - | - | 308313 | 54238 | 53353 | 8.568 | 173.935 | 416.597 | 302.142 | 12093 | |||
| Overig WP | Vast | - | - | 129143 | 24257 | 23861 | - | 373.361 | 1.698.130 | 1.153.473 | 1003326 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | - | 0 | 0 | 0 | - | 66.183 | 80.000 | 26.667 | 0 | |||
| Tijdelijk | - | - | 75071 | 0 | 0 | - | 34.667 | 130.589 | 100.000 | 100000 | |||
| Ondersteunend personeel | Vast | - | - | 16371 | 0 | 0 | 14.191 | 50.368 | 505719 | 0 | 0 | ||
| Tijdelijk zicht op vast | - | - | 0 | 0 | 0 | - | - | 0 | 0 | 0 | |||
| Tijdelijk | - | - | 565241 | 110560 | 203882 | - | - | 115099 | 159588 | 157898 | |||
| Niet onderverdeeld | - | 356.600 | 4.423.000 | 8.449.000 | 8.659.000 | - | - | 1.941.000 | 5.428.000 | 5448000 | |||
| Totaal | 1.032.483 | 8.812.415 | 42.617.436 | 73.172.869 | 78.309.747 | 2.389.765 | 11.637.549 | 25.464.096 | 35.322.342 | 33180919,82 |
Onderzoekers hebben meerdere jaren de tijd om hun beurs te besteden. In 2024 werd in totaal 42,6 miljoen euro van de startersbeurzen besteed. Het grootste deel hiervan ging naar de aanstelling van promovendi (55%), gevolgd door onderzoeksfaciliteiten (10%) en het vergroten van de onderzoekstijd van universitair docenten met een vaste aanstelling (7%). De prognoses voor 2025 en 2026 liggen beduidend hoger met een totaal van 73,2 miljoen euro voor 2025 en 78,3 miljoen euro voor 2026. De prognoses voor de verdeling van de uitgaven zijn vergelijkbaar met 2024.
Aan stimuleringsbeurzen werd in 2024 25,5 miljoen euro besteed. Ook hier ging het grootste deel naar de aanstelling van promovendi (30%), gevolgd door het vergroten van de onderzoekstijd van de beurshouder, (19%) en onderzoeksfaciliteiten (16%). Voor 2025 en 2026 zijn de prognoses hoger dan in 2023, met een totaal van 35,3 miljoen euro voor 2025 en 33,2 miljoen euro voor 2026. Bij de prognose voor 2025 en 2026 valt op dat het aandeel dat wordt besteed aan de aanstelling van promovendi flink groter wordt. Naar verwachting stijgt dit tot 48% in 2026.
Bron: Universiteiten van Nederland
Definitie: Bedragen en bestedingsdoelen van starters- en stimuleringsbeurzen zoals opgegeven door de universiteiten. Voor Universiteit Maastricht en Tilburg Universiteit ontbreken prognose-cijfers over 2025 en 2026. Voor de Radboud Universiteit zijn geen data naar bestedingsdoel beschikbaar. Voor deze universiteit is alleen het totaalbedrag opgenomen. UD= Universitair docent; Overig WP= Overig wetenschappelijk personeel. Onder overig WP valt wetenschappelijk personeel zoals universitair medisch specialisten en overig wetenschappelijk personeel onderzoek.
Beschikbaar: Jaarlijks (juni)
Publicatiedatum: 16 juni 2026