Het Ministerie van OCW geeft in de begroting in de beleidsagenda op hoofdlijnen aan wat de beleidsprioriteiten zijn voor het begrotingsjaar en welke subthema's hierbij horen.
Voor elk subthema is een monitoringsmatrix beschikbaar met informatie over: de beleidsprioriteit waarbij het subthema hoort, de belangrijkste maatregelen die er onder vallen, de financiële middelen en beleidsindicatoren die bij de maatregelen horen, (SEA-)onderzoeken en bijbehorende beleidsbrieven. De monitoringsmatrix wordt bij de verantwoording bijgewerkt op basis van de resultaten over het begrotingsjaar.
Op rijksfinancien.nl zijn alle officiële begrotingsstukken voor de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van het begrotingsjaar 2027 beschikbaar.
Beleidsprioriteiten
Wij werken aan hoge kwaliteit in onderwijs en wetenschap als basis voor een veerkrachtige samenleving. Door te investeren in de basisvaardigheden van leerlingen en studenten zorgen we ervoor dat iedereen een stevig fundament voor de toekomst meekrijgt. Tegelijkertijd versterken we de impact van wetenschappelijk onderzoek om nieuwe kennis te ontwikkelen en oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken. Zo bouwen we aan een samenleving waarin talent, kennis en innovatie hand in hand gaan.
Actueel en kwalitatief goed onderwijs met focus op de basisvaardigheden
Het kabinet streeft ernaar dat leerlingen en studenten de basisvaardig-heden beter gaan beheersen. Te veel leerlingen en studenten hebben op dit moment moeite met lezen, schrijven en rekenen. Daarom is de afgelopen jaren via het Masterplan basisvaardigheden gewerkt aan het verbeteren van de basisvaardigheden. Verschillende onderzoeken, zoals PISA, laten zien dat het noodzakelijk is om taal nu echt op de eerste plaats te zetten en de bestaande aanpak aan te scherpen. Waar leerlingen in PISA-2012 nog gemiddeld 511 punten voor lezen scoorden, is dat in 2022 afgenomen tot 459. Met deze score duiken we onder het gemiddelde van alle OESO-landen. Daarom komen we in het najaar met de Versterkings-agenda Taal en andere basisvaardigheden, waarmee we de bestaande aanpak versterken en streven naar een trendbreuk in de resultaten op taal. Via het Masterplan basisvaardigheden hebben tussen 2022 en 2025 ongeveer 7.800 scholen gebruik gemaakt van de subsidie verbetering basis-vaardigheden en evidence-informed gewerkt aan de verbetering van de basisvaardigheden. Vanaf 2027 ontvangen alle scholen structureel geld om te werken aan de verbetering van de basisvaardigheden en vanaf 2028 gebeurt dat via een nieuw bekostigingsinstrument: gerichte bekostiging. Via het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) krijgen onderwijsprofes-sionals toegang tot hoogwaardige en betrouwbare kennis zodat evidence-informed onderwijs de norm wordt voor alle scholen. Verder zetten we met de Kwaliteitsalliantie voor leermiddelen in op actuele, betaalbare en goede leermiddelen en zetten we via het programma Ontwikkeling Jonge Kind in op het versterken van de aandacht voor het Jonge Kind.
Mbo-instellingen krijgen extra middelen die geïnvesteerd kunnen worden in begeleiding op taal en rekenen. Daarnaast verwachten we dat in 2027 de wet in werking treedt waarmee aanvullende eisen worden gesteld aan huidige en toekomstige docenten Nederlands, rekenen en burgerschap. Verder zullen er, in navolging van het primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo), peilingsonderzoeken worden ontwikkeld voor het mbo voor rekenvaardigheid, leesvaardigheid en burgerschap.
Het kabinet zet ook in op de verbetering van basisvaardigheden van volwassenen. Op dit moment beheersen ongeveer 3 miljoen volwassenen taal, reken, en/of digitale vaardigheden nog niet voldoende om goed mee te komen in de maatschappij. De afgelopen jaren is door gemeenten en andere partners hard gewerkt om in educatieaanbod te voorzien en de doelgroep te bereiken. In het najaar van 2026 komt de staatssecretaris met het ‘Leer-en Groeiplan taal, rekenen en digitaal voor volwassenen’ om de inzet van basisvaardigheden voor volwassenen verder te ontwikkelen.
Hoewel verreweg de meeste leerlingen gewoon onderwijs volgen, gaan nog steeds te veel leerlingen (langdurig) niet naar school. Schoolverzuim belemmert niet alleen kinderen en jongeren in hun ontwikkeling, het leidt ook tot het onbenut blijven van allerlei talenten. Daarom maakt het kabinet werk van het terugdringen en voorkomen van schoolverzuim. Met het door uw Kamer aannemen van het wetsvoorstel terugdringen schoolverzuim zetten we hierin een belangrijke eerste stap. Dit wetsvoorstel versterkt onder meer het (preventieve) verzuimbeleid van scholen, brengt leerplichtambtenaren, samenwerkingsverbanden en gemeenten beter in positie om verzuim terug te dringen, brengt het totale verzuim beter in beeld en verbetert de procedure om langdurige vrijstellingen van de Leerplichtwet te voorkomen. Dit is van belang, want het tegengaan van verzuim begint met het beter zicht hebben op verzuim en vroegtijdig handelen door scholen, samenwerkingsverbanden en leerplichtambtenaren. In 2026 en 2027 – als ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt – gaan we scholen en andere betrokkenen ondersteunen bij de implementatie van de wet. Dit doen we onder meer middels een meerjarig project, een ‘toolkit’ voor scholen en e-learnings voor leraren. In lijn met het Coalitieakkoord zet het kabinet daarnaast in op meer flexibiliteit voor kinderen die dreigen uit te vallen. Dit doen we onder andere met het wetsvoorstel Maatwerk in het funderend onderwijs dat onlangs in internetconsultatie is gegaan. Voor de langere termijn maakt het kabinet bovendien een transitie van passend naar inclusief onderwijs. Met inclusief onderwijs is het uitgangspunt dat alle kinderen op een school dichtbij huis goed onderwijs krijgen met de ondersteuning die zij nodig hebben, vormgegeven vanuit een sterk schoolklimaat en een goede pedagogische basis op school én daarbuiten.
Innovatief, veilig en digitaal autonoom vervolgonderwijs
Het vervolgonderwijs innoveert door middel van digitalisering, waarmee we zorgen dat het onderwijs van hoge kwaliteit blijft en meebeweegt met de nieuwste ontwikkelingen. Zo worden binnen NGF-programma Npuls digitale voorzieningen ontwikkeld waarmee onderwijsinstellingen hun onderwijs flexibel kunnen organiseren. Ook wordt gewerkt aan een AI-voorziening waarmee alle studenten en docenten in 2027 op een veilige en verantwoorde manier AI-kunnen gebruiken. We verwachten eind 2026 een brief aan de Kamer te sturen waarin ingegaan wordt op een verantwoorde inzet van AI in het vervolgonderwijs. Verder zorgen we dat het onderwijs digitaal veiliger wordt. Hiervoor wordt in het hbo en wo de cyberveiligheid van bekostigde hogescholen en universiteiten structureel geborgd door ze aan te wijzen onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en in het mbo wordt toegewerkt naar nieuwe bestuurlijke afspraken op het gebied van cyberveiligheid en de inrichting van een cyberweerbaarheidspool. Ook werken we met landelijke partners en sectorverenigingen, aan het versterken van digitale autonomie, waarmee onderwijsinstellingen samen de voorwaarden en spelregels kunnen bepalen waaraan technologieaanbieders zich houden en waarin publieke waarden centraal staan.
Consistente sturing en duidelijkheid in rollen en bekostiging in het funderend onderwijs
Wij willen meer transparantie geven over de besteding en effectiviteit van bekostiging en meer zekerheid bieden door middel van structurele bekostiging voor structurele taken. Hierdoor worden scholen beter in staat gesteld om langjarig beleid uit te voeren en daarom komen de middelen voor de verbetering van de basisvaardigheden, School en omgeving, Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden, structureel beschikbaar via de bekostiging. Verder vormen we ook de kleinescholentoeslag om in een dunbevolktheidstoeslag. Dit draagt bij aan een toegankelijk onderwijsaanbod. Daarnaast lopen er meerdere wetstrajecten die nader duiding geven aan wat er van wie mag worden verwacht. Zo zorgt het wetsvoorstel Versterken Inspraak Leraren en Schoolleiders ervoor dat de rol van leraren en schoolleiders beter geborgd wordt bij onderwijskundige besluiten binnen de school, en op nationaal niveau.
Toekomstbestendig stelsel voor vervolgonderwijs
Het doel van het kabinet is om het onderwijsstelsel op korte en lange termijn weerbaarder te maken voor dalende studentenaantallen en om in de (arbeidsmarkt)regio’s, in het bijzonder daar waar de impact van de dalende studentenaantallen het grootst is, een kwalitatief goed en divers mbo-, hbo- en wo-aanbod beschikbaar te houden. Voor het mbo is er de regeling Aanvullende middelen studentendaling (2025-2028) waarbij instellingen met vestigingen in de elf sterkst krimpende regio’s aanvullende middelen ontvangen. Daarnaast wordt voor de lange termijn de gehele financiëlefinanciëlesystematiek van het mbo herzien, zoals aangekondigd in de Kamerbrief over stabiele financiering voor een goed en toegankelijk mbo. Hierin wordt tevens een herziene bekostigingssystematiek geschetst, die per 2029 ingaat. Hiermee worden instellingen in staat gesteld om een kwalitatief sterk en toegankelijk mbo-aanbod te realiseren in alle regio’s in Nederland. Ook voor het hbo en wo werken we aan het wijzigen van de financieringssystematiek zodat deze stabieler wordt.
Kennisontwikkeling voor Nederland
Onderzoek draagt bij aan het ontwikkelen van kennis, het overdragen van kennis, en, het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Het kabinet investeert daarom extra in de gehele kennisketen. Ook wordt inzet verricht om de (regionale) samenwerking tussen bedrijfsleven, maatschappelijke organisatie, mbo, hbo, wo en overheid te versterken. Zo blijven we in 2027 investeren in onderzoek, kennisbenutting en valorisatie bij universiteiten. Ook zetten we structureel in op praktijkgericht onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen van kennis(producten) voor de beroepspraktijk. Met verschillende NGF programma’s zoals de Biotech Booster en Big Chemistry ondersteunen we onderzoekers bij het versnellen van kennisontwikkeling en de vermarkting hiervan. Ook blijven we investeren in onderzoeksinfrastructuren, zoals in de opvolger voor de nationale supercomputer Snellius. Ook zet het kabinet zich in om de Einstein Telescope naar de Euregio Maas-Rijn te halen. Open science NL en NEWS bevorderen ook in 2027 de (brede) toegankelijkheid van onderzoeksresultaten. De beleidsinzet van het kabinet geeft als geheel een belangrijke impuls aan de kennisontwikkeling en -toepassing voor Nederland.
Internationale samenwerkingen en kennisveiligheid
Het doel van de internationale samenwerkingen in onderzoek en wetenschap is om de hoge kwaliteit te behouden en te versterken, alsook om talent aan te trekken en het Europese en daarmee Nederlandse concurrentievermogen te versterken. Tegelijkertijd zorgen de geopolitieke ontwikkelingen er voor dat de aandacht voor kennisveiligheid en cyberweerbaarheid onverminderd groot is. Het kabinet blijft toegang voor Nederlandse onderzoekers tot Europese onderzoek- en innovatieprogramma’s steunen. Dit doen we onder meer via voortzetting van de matching Horizon Europe en cofinanciering van relevante Europese partnerschappen. Om instellingen te helpen bij de uitdagingen op het vlak van (kennis)veiligheid en weerbaarheid stelt het kabinet extra middelen ter beschikking en versterken we het Rijksbrede Loket Kennisveiligheid om instellingen gerichter te informeren en adviseren over veiligheidsrisico’s bij internationale samenwerking. Daarnaast werken we verder aan een haalbaarheidsanalyse voor een beperkte vorm van screening van onderzoekers die toegang willen tot gevoelige kennis en technologie.
Ruimte voor onderzoekers in de wetenschap
OCW heeft als doel het aantrekken, ontwikkelen en behouden van onderzoekstalent. Hiervoor is een goede werkomgeving bij kennisinstellingen nodig. Het is belangrijk dat kennisinstellingen hun verantwoordelijkheid blijven nemen en ingezette verandertrajecten in hun organisaties verankeren, zoals breder erkennen en waarderen van wetenschappers en docenten. Instellingen worden hierbij ondersteund door de tijdelijke werkdrukmiddelen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Verder kunnen de structurele middelen in de sectorplannen worden ingezet door instellingen voor vaste contracten en voor het bieden van ruimte aan onderzoekers om door te groeien.
Samenwerking en profilering in de wetenschap
Het ministerie van OCW wil ervoor zorgen dat universiteiten elkaar aanvullen in plaats van beconcurreren. Om te zorgen dat instellingen zich nog meer onderscheiden, zetten we in op profilering en samenwerking via de sectorplannen.
Versterking samenwerking binnen Europa
Om de kwaliteit van het onderwijs, cultuur en wetenschap te versterken bevorderen we internationale samenwerking binnen Europa. Op deze manier ontwikkelen we ook internationale competenties van lerenden, docenten, de culturele/creatieve sector en wetenschappers. Dit doen we onder andere via het Nationaal Agentschap Erasmus+ onderwijs & Training. Via dit agentschap wordt het EU-programma Erasmus+ uitgevoerd en beheerd in Nederland. Daarnaast is ons beleid ook gericht op specifiekespecifiekespecifiekeEuropese landen via bijvoorbeeld het Duitsland Instituut Amsterdam of het Vlaams-Nederlands huis DeBuren. Verder verstrekken we subsidie aan Neth-ER; deze vereniging van Nederlandse organisaties heeft als doel de Nederlandse participatie aan Europese programma’s te bevorderen.
Verbeteren financiële positie studenten
Het is ons doel om de financiële positie van studenten te verbeteren. Daarbij geldt dat de financiële toegankelijkheid een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen de overheid, de ouder en de student. Dit kabinet is voornemens om de basisbeurs voor alle uitwonende studenten te verhogen. Daarnaast werkt het kabinet aan verbeteringen in het studiefinancieringsstelsel en in de financiële positie van studenten op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
Tegemoetkoming studenten-leenstelsel
Het doel van de aanvullende tegemoetkoming is om een extra financieelfinancieelgebaar te maken als erkenning naar studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. Ook komt een beperkt aantal studenten die vanwege bijzondere omstandigheden geen diploma hebben gehaald alsnog in aanmerking voor de tegemoetkoming en vervolgens voor de aanvullende tegemoetkoming. Het parlement moet nog instemmen met het hiervoor benodigde wetsvoorstel. De aanvullende tegemoetkoming wordt naar verwachting vanaf april 2027 uitgekeerd.
Het kabinet wil een gezonde, leefbare en veilige wereld doorgeven aan toekomstige generaties. Het is belangrijk dat iedereen meekan in de klimaat- en energietransitie. De maatregelen uit het uitvoeringsplan Duurzaamheid in het Onderwijs helpen scholen in het po, vo, go en mbo vraaggericht bij het borgen van duurzaamheid in het onderwijs. Daarnaast zet OCW zich in om haar sectoren zo goed mogelijk te ondersteunen bij de implementatie van de Minimum energieprestatie-eisen (MEPS). Naast de inzet voor de onderwijssectoren ondersteunen wij de uitvoering van de routekaart ‘Verduurzaming culturele en creatieve sector’ om te komen tot verduurzaming van de culturele en creatieve sector.
Aantrekkelijk werk voor leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel
Kwaliteit van onderwijs begint bij voldoende, goed opgeleide en bevlogen onderwijsprofessionals, die zich gedurende hun loopbaan blijven professionaliseren. Het is van belang dat onderwijsprofessionals als beroepsgroep verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen beroepskwaliteit en nauw betrokken zijn bij onderwijskundig beleid. We werken daarom aan aantrekkelijk werk en goed werkgeverschap. We spannen ons in voor het instandhouden van een toegankelijk aanbod van lerarenopleidingen en hun onderlinge samenwerking. We willen hiermee voorkomen dat er opleidingen wegvallen in belangrijke (tekort)vakken of regio’s. Om zo voldoende (zij-instromende) onderwijsprofessionals in het funderend onderwijs en het mbo te werven en te behouden voor een carrière in het onderwijs.
Zo werken in de onderwijsregio’s besturen, lerarenopleidingen en de beroepsgroep samen om te zorgen voor voldoende en goed opgeleid onderwijspersoneel. Daarnaast zijn er de regelingen subsidie zij-instroom, de lerarenbeurs en de subsidie onderwijspersoneel opleiding tot leraar, die een tegemoetkoming bieden voor de lerarenopleiding voor respectievelijk zij-instromers en instructeurs. Ook is er de campagne werken met de toekomst, die zij-instromers en studiekiezers enthousiasmeert voor een baan in het onderwijs. Ook het NGF-project Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) heeft als doel de professionalisering van leraren te structureren en te stimuleren. Daarnaast draagt het wetsvoorstel Versterken Inspraak Leraren en Schoolleiders bij aan de borging van de rol van leraren en schoolleiders bij onderwijskundige besluiten binnen de school, en op nationaal niveau.
Daarnaast wordt ook ingezet op het carrièreperspectief van mbo-docenten. Vanuit de middelen uit de Werkagenda mbo 2023-2027 verbeteren instellingen het carrièreperspectief voor het onderwijzend personeel. Dat betekent: meer zicht op hogere inschaling, een vermindering van de werkdruk en meer mogelijkheden voor ontwikkeling en professionalisering.
De regeling Versterking Aansluiting Beroepsonderwijskolom (VABOK) wordt per 2027 stopgezet. Een deel van de resterende middelen zijn toegevoegd aan de bekostiging van het hbo. Deze middelen worden ingezet voor het ophogen van het aantal opleidingsplaatsen bij de hbo zorgopleidingen Mondzorgkunde, Physician Assistant en Verpleegkundig specialist en het Actieplan kleine lerarenopleidingen. Het Actieplan richt zich op het behoud van een landelijk dekkend en toegankelijk aanbod van hbo-lerarenopleidingen en moet mede bijdragen aan de continuïteit van het onderwijs in de schoolvakken met de grootste lerarentekorten.
Het ministerie van OCW werkt aan sociale veiligheid en gelijke behandeling, zodat iedereen in Nederland op een vrije en volwaardige manier kan deelnemen aan de samenleving. Een sociaal veilige omgeving is conditioneel voor de bevordering van kwaliteit in het onderwijs, de cultuur en wetenschap. In een wereld waarin fysieke en digitale veiligheid minder vanzelfsprekend zijn geworden, houdt OCW ook oog voor het belang van sociale samenhang en het voorkomen van polarisatie. OCW blijft zich ook inzetten om discriminatie en racisme tegen te gaan, in al onze beleidsterreinen. We blijven de aandacht vasthouden voor thema’s zoals sociale veiligheid op scholen en de beleidsintensiveringen op het koloniaal- en slavernijverleden in het kader van ‘het proces na de komma’.
Een vrij en veilig schoolklimaat voor leerlingen én personeel in het funderend onderwijs
Je vrij en veilig voelen op school is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. We streven naar een vrij en veilig schoolklimaat want dan krijgen leerlingen eerlijke kansen en kunnen zij zich als mens ontplooien. Het kabinet zet hierop in met verschillende wetsvoorstellen. Daarnaast wordt de instellingssubsidie stichting School & Veiligheid ingezet om een sociaal veilige leer- en werkomgeving te bevorderen.
Sociale veiligheid in het mbo, hbo, wo en de wetenschap
Het kabinet heeft als doel een veiligere leer- en werkomgeving te creëren in het vervolgonderwijs en onderzoek. Op dit moment verkennen we de mogelijkheden om de sociale veiligheid in het vervolgonderwijs en het onderzoek te verhogen. Verder stimuleren het landelijk programma en de subsidieregeling Sociale Veiligheid de bevordering van de sociale veiligheid op universiteiten, hogescholen en studentenorganisaties. Ook zet OCW zich op verschillende manieren in voor de bestrijding van antisemitisme, bijvoorbeeld door bij te dragen aan de kabinetsbrede Strategie Bestrijding Antisemitisme. Maar ook met het recent eenmalig beschikbaar stellen van extra middelen aan Joodse (studenten)organisaties voor het versterken van de sociale infrastructuur en een continue dialoog met het veld. Verder geven we met de Werkagenda mbo 2024 ‒ 2027 een impuls aan de versterking van sociale veiligheid in het mbo. Mbo-instellingen zetten in op het verbeteren van het studentenwelzijn en de integrale veiligheid op mbo’s en leerbedrijven.
Veiligheid en vrijheid voor vrouwen en lhbtiq+ personen
Naast de sociale veiligheid in het onderwijs en de wetenschap zet OCW zich ook daarbuiten in voor sociale veiligheid via het emancipatiebeleid. Het emancipatiebeleid van OCW richt zich op de veiligheid, vrijheid en gezondheid van vrouwen en lhbtiq+ personen. Zoals in de Emancipatienota 2026 ‒ 2030 is beschreven, moet en kan de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen beter. Daar werkt OCW ook aan mee. Het doel van OCW is om de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen te verbeteren. Met de Versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid wordt er ingezet op het vergroten van de persoonlijke vrijheid van lhbtiq+ personen, het creëren van meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen bij instanties en het stellen van de veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm. Verder ondersteunt, stimuleert en faciliteert OCW gemeenten om de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte te verbeteren. En draagt OCW met preventieve maatregelen actief bij aan de aanpak van geweld tegen vrouwen onder coördinatie van VWS. De oprichting van de mannenalliantie draagt daaraan bij door het bestrijden van schadelijke stereotyperingen om geweld tegen vrouwen weg te nemen.
Een centrale doelstelling van ons emancipatiebeleid is gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen (op het gebied van werk en inkomen). Werk is de belangrijkste stap naar financiële onafhankelijkheid en daarmee vrijheid. Daarom steunen wij vrouwen die meer of weer willen werken via de alliantie Financieel Sterk door Werk. Verder stimuleren we arbeidstoeleiding van vrouwen, waaronder alleenstaande moeders in een financieel kwetsbare positie. Ook wordt ingezet op meer vrouwen in de top. Het ministerie van OCW financiert de SER om de voortgang van genderdiversiteit in de top te monitoren en stimuleren. In 2027 evalueert OCW de Topvrouwenwet.
Een goede opleiding, (digitale) vaardigheden en kritisch kunnen denken zijn essentieel voor de economische ontwikkeling en het aanpakken van grote transities. Het kabinet wil dat iedereen zijn talenten inzet voor de steeds krapper wordende arbeidsmarkt én dat iedereen zo goed mogelijk kan meedoen in de samenleving, ook in het kader van brede welvaart en sociale cohesie. Het wegnemen van belemmeringen voor studenten met een functiebeperking is onderdeel van deze inzet.
Maatschappelijke diensttijd (MDT)
MDT biedt jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans om hun talenten te ontdekken, ontwikkelen, vrijwillig iets te betekenen voor een ander of de samenleving en mensen te ontmoeten buiten hun eigen leefwereld. MDT draagt hiermee bij aan twee maatschappelijke opgaven: (1) veerkrachtige, mentaal gezonde jongeren en (2) een sterke, weerbare samenleving. Door de subsidieregeling MDT worden verschillende samenwerkingsverbanden ondersteund om projecten te realiseren die bijdragen aan de eerdergenoemde maatschappelijke opgaven.
Het funderend onderwijs moet bijdragen aan een goede onderwijsloopbaan en brede talentontwikkeling voor alle leerlingen ongeacht de omgevingsfactoren waar kinderen mee te maken hebben. We werken hieraan door middel van meerdere maatregelen. Zo kunnen scholen via een subsidieregeling een ‘brugfunctionaris’ aannemen die gezinnen ondersteunt bij vragen en zorgen. Leerlingen die dat het hardste nodig hebben krijgen extra leer- en ontwikkeltijd met het programma School & Omgeving, aanvullend op onderwijstijd (bijv. sport, cultuur, huiswerkbegeleiding). Ook zorgen we er via het Programma Schoolmaaltijden voor dat kinderen op scholen met veel leerlingen uit een gezin met een laag, inkomen niet met een lege maag op school zitten. Vanaf 2029 worden de subsidies voor het programma School & Omgeving, de brugfunctionaris en schoolmaaltijden omgezet in bekostiging. Internetconsultatie van dit wetsvoorstel is deze zomer gestart.
Het ministerie van OCW zet in op meer waardering voor het mbo. We hebben goed opgeleide vakmensen keihard nodig voor de maatschappelijke opgaven waar we in Nederland voor staan. We zetten ons ervoor in dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien op het mbo. Verder gaan we in 2027 verder met het voorkomen van voortijdig schoolverlaten via de wet Van school naar duurzaam werk. Daarmee helpen we jongeren bij de overgang van het mbo, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs naar werk.
Vakmensen en specialisten zijn nodig voor de maatschappij en de toekomstige welvaart van Nederland. Met de Nationale Talentstrategie werkt het ministerie van OCW, samen met andere departementen in partnerschap met onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers en studenten in 2027 aan het opleiden en begeleiden van meer talent naar de opgaven die cruciaal zijn voor onze welvaart. Binnen de partnerschappen maken we met onze partners afspraken over investeringen in mensen, stages en opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten werken aan voorstellen met daarin concrete voorstellen over de rol en bijdrage aan de Talentstrategie.
We werken aan een bestendig LLO-stelsel en komen daarom met een nieuwe LLO-regeling. De regeling moet toegang geven tot scholing die helpt om aan het werk te komen, door te groeien of over te stappen. Daarbij willen we gerichter keuzes maken om zo een stevig fundament te leggen voor een goed functionerend stelsel van om- en bijscholing. We bouwen aan een toekomstbestendig LLO stelsel om leren en ontwikkelen stevig te verankeren. Een van de opgaven is het uitwerken van vraagstukken rondom de uitbreiding van een eventuele wettelijke taak LLO voor het mbo, hbo en wo. Verder gaan we deelname op onderdelen van formeel onderwijs vereenvoudigen door de inwerkingtreding van de wet Verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt (VABA) en door het verkennen van een vierde leerweg in het hbo en wo. Hierin nemen we ook de ontwikkeling van microcredentials mee. Ook is het via CompetentNL mogelijk om vaardigheden en competenties in het leren via verschillende vormen (informeel, non-formeel en formeel) op een uniforme wijze inzichtelijk te maken. Specifiek voor kwetsbare groepen zal er ook ingezet worden op het verbeteren van de basisvaardigheden.
Universiteiten en hogescholen krijgen meer mogelijkheden om internationaal toptalent aan te trekken en te behouden. Met name voor sectoren waar de maatschappelijke opgaven het meest urgent zijn en waarmee kennis- en innovatie ecosystemen in de regio behouden kunnen blijven. In het kader van de talentstrategie informeren wij u nader over welke opgaven dat voor het kabinet zijn. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectoren, betekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsen moet worden begrensd. De universiteiten en hogescholen delen deze inzet van het kabinet en zetten onverminderd de afspraken door die zij onderling in het kader van de zelfregie hebben gemaakt. Deze afspraken zien onder meer op capaciteit, Nederlandse taalvaardigheid, verbeteren van de blijfkans en huisvesting. Met uitzondering van de afspraken over de aanpassing van de onderwijstaal van Engels naar Nederlands, aangezien in het coalitieakkoord is afgesproken dat het bestaande anderstalige opleidingsaanbod behouden kan blijven. De afspraken over zelfregie vormen het vertrekpunt voor de op korte termijn te maken bestuurlijke afspraken. In lijn met het coalitieakkoord passen we daarnaast de Wet Internationalisering in Balans aan: de Toets Anderstalig Onderwijs voor nieuw en bestaand aanbod verdwijnt uit het wetsvoorstel en in samenhang daarmee bezien we op dit moment welke andere aanpassingen nodig zijn en welke onderdelen ongewijzigd in stand blijven (zoals onder andere de numerus fixus voor niet-EER studenten en de noodfixusnoodfixusvoor onverwacht hoge aanmeldingen).
Nederland heeft zich gecommitteerd aan het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s). De beleidsinzet op brede welvaart heeft interdepartementaal tot doel om een duurzame wereld tot stand te brengen volgens het brede, integrale begrip van duurzaamheid, dat in de SDG’s wordt gehanteerd. De inzet van het ministerie van OCW draagt hieraan bij en richt zich specifiek op het behalen van SDG 4 (kwaliteitsonderwijs een leven lang ontwikkelen voor iedereen) en SDG 5 (gendergelijkheid) en door beleidsimpact te maken op een groot aantal andere subdoelen. We werken via veel beleidsterreinen aan het behalen van de doelen, zo draagt onze inzet voor onderwijs en wetenschap bij aan het kwaliteitsonderwijs. Maar ook de maatregelen die eerder zijn genoemd bij het sub-thema Leven Lang Ontwikkelen dragen bij aan een brede welvaart. Daarnaast werken we aan de SDG voor gendergelijkheid via verschillende allianties die gericht zijn op emancipatie van bijvoorbeeld vrouwen en lhbtiq+ personen.
Cultuur maakt ons leven mooier, maar is zeker ook een onmisbaar onderdeel van een democratische samenleving. De culturele en creatieve sector, zoals media, design en podiumkunsten, dragen bij aan het verdien- en concurrentievermogen van Nederland. In 2027 zullen wij werken aan een sterker cultureel en creatief klimaat.
Bibliotheken en leesbevordering
We streven ernaar dat alle inwoners van Nederland binnen een redelijke afstand toegang hebben tot een volwaardige openbare bibliotheek. Via de wijziging van de wet Stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) krijgen gemeenten en openbare lichamen de verplichting om te zorgen voor een aanbod van bibliotheekvoorzieningen met ten minste één volwaardige bibliotheekvoorziening. Deze wet zal naar verwachting in werking treden in 2027. Ook krijgen lokale bibliotheken in deze wet de taak om het lezen te bevorderen bij onderwijsinstellingen. Dat doen we via structurele finan ciering aan bibliotheken voor leesbevordering bij kinderen. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs krijgen hier middelen voor via de bekostiging basisvaardigheden. Het is ons doel om het leesplezier en de leesvaardigheid te verbeteren door lezen zowel op school als thuis te stimuleren.
In 2027 gaat de nieuwe Archiefwet in. Met deze gemoderniseerde wet en het toezicht daarop, kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het moment van creatie, effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toegankelijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers, rechters en de overheid zelf. Daarnaast staat dit najaar het debat in de Tweede Kamer gepland over het wetsvoorstel ter wijziging van de Archiefwet die het alsnog mogelijk moet maken om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) voor eenieder via het internet ter beschikking te stellen.
Wij streven ernaar om erfgoed door te geven aan en levend te houden voor volgende generaties. Doelen daarbij zijn onder meer dat 90% van de gebouwde rijksmonumenten in goede of redelijke staat verkeert en dat zorgvuldig wordt omgegaan met het bodemarchief. Daarnaast blijft er aandacht voor beheer en behoud van de Rijkscollectie en het presenteren daarvan aan een breed publiek. Via ons monumentenbeleid, archeologiebeleid en de door het rijk bekostigde Rijksmusea werken we hieraan. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een stevig en divers cultureel fundament voor de toekomst.
Het ministerie van OCW werkt aan een gezonde infrastructuur voor cultuurbeoefening en voor de creatieve sectoren in Nederland. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om een leven lang cultuur, creativiteit en erfgoed te beoefenen en de eigen talenten te ontwikkelen. Onder cultuurbeoefening vallen de domeinen cultuureducatie, cultuurparticipatie, amateurkunsten, immaterieel erfgoed, erfgoedparticipatie en talentontwikkeling. Het ministerie van OCW werkt door middel van bestuurlijke afspraken samen met gemeenten, provincies en de sector aan oplossingen voor structurele knelpunten en uitdagingen. Zo werken we samen aan eenduidiger en effectiever beleid en het toegankelijker maken van cultuurbeoefening.
In 2025 is de nieuwe subsidieperiode (2025-2028) voor de culturele basisinfrastructuur gestart. Samen met de rijkscultuurfondsen wordt een hoogkwalitatief cultureel en creatief aanbod ondersteund dat toegankelijk is en gespreid over het land. De voorbereidingen voor de volgende subsidieperiode vanaf 2029 is gestart. Er is een wijziging van de Wet op het specifiekspecifiekcultuurbeleid in voorbereiding die een maximale financieringsperiode van acht jaar mogelijk maakt. Er wordt gewerkt aan een betere toegang tot cultuur in Nederland en vereenvoudiging van de subsidiesystematiek. In 2027 zal de concept-regeling gepubliceerd worden. Daarnaast stimuleren wij eerlijke beloning, beter toezicht en een gezonde financieringsmix.
Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC)
CIIIC is een nationaal groeifondsprogramma met als beoogd doel de vorming en versnelling van een gespecialiseerde arbeidsmarkt voor immersieve digitale content (IX). Om dat te realiseren wil CIIIC vier knelpunten oplossen via vier actielijnen: 1) het huidige tekort aan menselijk kapitaal aanvullen, 2) deze mensen voorzien van kennis en methodes over IX, 3) het gefragmenteerde ecosysteem meer samenhang bieden en 4) nieuwe IX producties realiseren.
In een tijd waarin het medialandschap en mediagebruik snel veranderen, mede door de opkomst van Big Tech waardoor de verdienmodellen van traditionele mediapartijen onder druk komen te staan, is het van groot belang dat er een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening is, alsook een sterk kwalitatief en cultureel Nederlands media-aanbod dat verbindt en toegankelijk is voor iedereen. We delen de analyse van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat media essentieel zijn voor onze democratie en zetten ons daarom in om deze sector te versterken. We zetten in op sterke publieke omroepen op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Daarnaast stimuleren wij betrouwbare, onafhankelijke journalistiek, mediawijsheid en de publiek-private samenwerking in de mediasector.
Om in een dynamisch medialandschap van waarde te blijven voor de Nederlandse samenleving wordt de landelijke publieke omroep fors hervormd. Het bestel wordt vereenvoudigd en de governance wordt slagkrachtig vormgegeven. Hiervoor moet de Mediawet worden aangepast. Beoogde inwerkingtreding van het nieuwe bestel is 2029.
Het doel van het kabinet is dat overal in Nederland toegang is tot betrouwbare en onafhankelijke informatie over de lokale omgeving en het lokale bestuur. Zo dragen we bij aan het versterken van het lokale medialandschap, en in het verlengde ervan een goed functionerende democratie op lokaal niveau. Hiervoor wordt aan een stelselherziening gewerkt, waarin de financiering gewijzigd zal worden en het aantal omroepen zal verminderen. Het bijbehorende wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008 is op 23 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. We streven naar een implementatieperiode vanaf 2026 tot 2028.
Het is ons doel om mediawijsheid onder de Nederlandse bevolking te versterken. Dit draagt bij aan de weerbaarheid tegen desinformatie en aan het vertrouwen in nieuwsvoorzieningen. Weerbaarheid tegen desinformatie is ook een maatschappelijke opgave zoals gedefinieerdgedefinieerddoor Netwerk Mediawijsheid in het meerjarenplan; hiervoor ontvangt het Netwerk Mediawijsheid financiële ondersteuning. Het samenwerkingsverband IsDatEchtZo.nl van Netwerk Mediawijsheid, Beeld en Geluid en ECP zal ook financiële ondersteuning ontvangen om informatievoorziening over de werking van nepnieuws te stimuleren.
Het ministerie van OCW zet in op sterke journalistiek die controleert, onderzoekt en bevraagt. We ondersteunen journalistieke initiatieven en investeren in een pluriform-media aanbod. Zo financiert OCW het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, stichting PersVeilig, en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten om de onderzoeksjournalistiek te versterken.
Werken aan publieke dienstverlening
OCW werkt aan herstel van vertrouwen in de overheid door aantoonbaar een betrouwbare overheidsinstantie te zijn. Zo werken we aan het verbeteren van de dienstverlening door samen te werken met uitvoeringsorganisaties. We geven inzage in de ontwikkelingen die spelen binnen de uitvoering van het OCW-beleid, via het proces rondom de Stand van de Uitvoering, en onderzoeken of onze regelingen discriminatoire mechanismen bevatten. De vereenvoudigingswet van OCW wordt vormgegeven als een jaarlijks instrument dat zowel inhoudelijke als technische vereenvoudigingsvoorstellen bundelt met als doel regels zo snel mogelijk eenvoudiger en uitvoerbaarder te maken. In 2027 gaan we verder met het inrichten van processen die bijdragen aan openheid, transparantie en navolgbaarheid in het handelen van ambtenaren door het blijven monitoren van de voortgang op de informatiehuishouding.