Elk talent is nodig om Nederland draaiende te houden. En iedereen moet zo goed mogelijk mee kunnen doen in de samenleving. Het onderwijs bereidt leerlingen daarop voor.
Om goed te kunnen volgen hoe leerlingen worden voorbereid op werk en de samenleving, houdt OCW een aantal indicatoren bij. Dat zijn cijfers die laten zien hoe het ervoor staat met dit thema. De cijfers op deze pagina gaan over het primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo).
Belangrijkste thema’s voor de voorbereiding op werk en samenleving
- Onderwijspositie
- Toegang tot onderwijs
- Maatschappelijke diensttijd
Onderwijspositie
Welk onderwijs een leerling volgt en wat die leerling daarin bereikt, noemen we de onderwijspositie. Dit gaat bijvoorbeeld over het opleidingsniveau dat een leerling volgt in het voortgezet onderwijs en of dat past bij het advies van de basisschool. Daarnaast gaat het over gelijke kansen voor verschillende groepen leerlingen. Bijvoorbeeld of er een verband is tussen de opleiding van ouders en het diploma dat leerlingen behalen. De indicatoren voor de onderwijspositie zijn:
- De verschillen in positie in leerjaar drie vo ten opzichte van het basisschooladvies tussen groepen leerlingen
- De verschillen in onderwijspositie op basis van behaald vo-diploma tussen groepen leerlingen
- De verschillen in onderwijspositie tussen groepen leerlingen 10 jaar na behalen vo-diploma
- De verschillen in positie in leerjaar drie vo tussen groepen leerlingen
Toegang tot onderwijs
Het is belangrijk dat alle leerlingen mee kunnen doen in het onderwijs, ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. De indicatoren voor de toegang tot onderwijs zijn:
Maatschappelijke diensttijd
Tijdens de maatschappelijke diensttijd (MDT) doen leerlingen iets voor een ander en voor de samenleving. Hiermee kunnen zij nieuwe ervaringen opdoen en hun talenten ontwikkelen. De indicatoren voor de maatschappelijke diensttijd zijn: