Op deze pagina worden lerarentekorten op internationaal niveau vergeleken. Openstaande vacatures voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs worden getoond in vergelijking met de gehele arbeidsmarkt. Ook wordt inzicht gegeven in de uitstroom van het lerarenberoep en in de instroom van leraren die voorheen in een andere sector werkzaam waren. De lerarentekortcijfers staan in verband met de cijfers over tevredenheid van leraren over hun beroep (vanuit het TALIS rapport) en de leeftijdsopbouw van leraren.

Disclaimer: In Nederland worden jaarlijks tekortcijfers verzameld en geanalyseerd, waarbij niet alleen de openstaande vacatures worden meegenomen, maar waarin ook de zogenaamde “verborgen tekorten” worden meegenomen. Dat zijn tekorten waarbij een school een personeelsprobleem oplost op een manier die eigenlijk niet de bedoeling is, bijvoorbeeld door het samenvoegen van klassen.

Omdat de definitie van de OESO alleen gaat over openstaande vacatures, wordt in internationale context gebruik gemaakt van de cijfers uit de tekortmeting zonder deze verborgen tekorten. Dat maakt dat cijfers afwijken van de cijfers uit de landelijke tekortmeting, maar daardoor wel kunnen worden vergeleken met de tekorten in andere landen.

Percentage niet vervulde vacatures in het primair en het voortgezet onderwijs

aangegeven in percentage, exclusief verborgen tekorten, waarvoor een ongewenste alternatieve oplossing is gevonden

Bron: EAG 2026, Teacher Shortages Table 2

In dit onderdeel worden er alleen zogenaamde open tekorten (1723 FTE) opgenomen in de data. Deze open tekorten houden geen rekening met vacatures vervuld op ongewenste manier (zogenoemde verborgen tekorten) (7729 FTE). Deze tekorten worden in Nederland wel gemeten, maar vallen buiten de definitie van de OESO. 
In Nederland zien we in het primair onderwijs dat 1.9% van de vacatures in het schooljaar 2024/25 niet vervuld is, voor secundair onderwijs bedraagt dit 2.0%. Door methodologische verschillen tussen veel OESO-landen is hier geen OESO-gemiddelde opgenomen. Vergeleken met getoonde landen die op een vergelijkbare manier meten ligt de hoogte van de tekorten scoort Nederland gemiddeld. De tekortcijfers voor het primair en voortgezet onderwijs liggen in Nederland dicht bij elkaar, wat in andere landen in minder het geval is. 
Voor recente data over lerarentekorten zie Trendrapportage Arbeidsmarkt leraren po, vo en mbo 2025 | Voion.

Vergelijking van percentages niet vervulde vacatures in het primair en voortgezet onderwijs met het percentage niet vervulde vacatures in de gehele arbeidsmarkt

aangegeven in percentages, exclusief verborgen tekorten, waarvoor een ongewenste alternatieve oplossing is gevonden (2024/2025)

Bron: EAG 2026, Teacher Shortages Figure 9

In dit onderdeel worden er alleen zogenaamde open tekorten in 2024/2025 (1723 FTE) opgenomen in de data. Deze open tekorten houden geen rekening met zogenoemde verborgen tekorten (7729 FTE). Deze tekorten worden in Nederland wel gemeten, maar zijn niet internationaal vergelijkbaar.
In deze grafiek wordt een vergelijking getoond tussen de tekorten binnen het lerarenberoep en de tekorten binnen de gehele arbeidsmarkt. Hierbij zien we dat de krapte in het onderwijs (exclusief verborgen tekorten) (2%) ongeveer de helft van de krapte op de algehele arbeidsmarkt bedraagt (4.3%). Hierbij is het opvallend dat Vlaanderen een vergelijkbaar beeld laat zien.

Het percentage leraren dat het beroep heeft verlaten

Percentage van het totale aantal bevoegde leraren binnen het primair en voortgezet onderwijs, zowel fulltime als parttime werkend (2024-2025)

Bron: EAG 2026, Teacher Shortages Table 3

Deze grafiek toont het percentage van het totaal aantal bevoegde leraren dat het beroep heeft verlaten, voor zowel leraren die fulltime als parttime werken. Het percentage dat het beroep heeft verlaten is in Nederland (6,9%) relatief vergelijkbaar met het OESO-gemiddelde (6,4%).

Het percentage leraren met meer dan 10 jaar werkervaring in een ander sector

leraren die werken in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (2024/2025)

Bron: EAG 2026, Teacher Shortages Table 5

In deze grafiek zien we het percentage leraren dat 10 jaar in een andere sector heeft gewerkt voordat zij leraar werden. Voor Nederland bedraagt dit 16.9% van het totaal aantal leraren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dit ligt aanzienlijk hoger dan het OESO-gemiddelde van 8.4%. Nederland is één van de voorlopers op dit gebied, mede door het zij-instroomtraject voor leraren. Hierbij kunnen personen uit andere sectoren sneller instromen terwijl ze hun bevoegdheid tot leraar nog aan het behalen zijn. In alle vergelijkslanden is er een vorm van een dergelijk zij-instroomtraject, maar de eisen per land verschillen.