In het primair en voortgezet onderwijs werken we samen aan beter onderwijs voor nu en in de toekomst. Het doel is dat ieder kind goed leert lezen, rekenen en schrijven. Daarnaast moet ieder kind ook digitaal vaardig zijn en weten hoe de samenleving werkt.
Om de kwaliteit van het onderwijs goed te kunnen volgen, houdt OCW een aantal indicatoren bij. Dat zijn cijfers die laten zien hoe het ervoor staat met dit thema. De cijfers op deze pagina gaan over het primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo).
Thema’s voor beleid voor de kwaliteit van het onderwijs
De indicatoren voor de kwaliteit van het onderwijs zijn verdeeld in twee thema’s:
- Lees-, taal- en rekenvaardigheid aan het einde van het po
- Lees-, taal- en rekenvaardigheid aan het einde van leerjaar 2 van het vo
Lees-, taal- en rekenvaardigheid aan het einde van het po
Elk jaar maken leerlingen in groep 8 van de basisschool een doorstroomtoets. De resultaten van deze toets geven inzicht in de lees-, taal- en rekenvaardigheid van leerlingen. Deze vaardigheden worden gemeten aan de hand van referentieniveaus. Deze niveaus laten zien wat leerlingen aan het einde van het po zouden moeten kunnen.
Lees-, taal- en rekenvaardigheid aan het einde van leerjaar 2 van het vo
In opdracht van OCW brengt Stichting Cito elk jaar in beeld hoe het gaat met de lees-, taal- en rekenvaardigheid van leerlingen in het 2e leerjaar van het vo. Dat toetst Cito aan de hand van de referentieniveaus voor taal en rekenen.