Jaarlijks maakt het ministerie van OCW een prognose van het aantal leerlingen en studenten in het bekostigde onderwijs. Op basis hiervan is de verwachte ontwikkeling zichtbaar gemaakt. Onderstaand is de telling en verwachting van het aantal bachelor- en masterstudenten in het wetenschappelijk onderwijs te vinden voor dit jaar en de komende 7 jaar. Onder ‘gerelateerde grafieken’ vindt u het aantal studenten uitgesplitst naar voltijd en deeltijd, en ook het aantal studenten uitgesplitst naar herkomst (nationaal/internationaal). Verder wordt de verwachte instroom in het eerste jaar getoond.

Het getelde aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs in collegejaar 2025-'26 is 333.800. Dit is een afname van 5.800 ten opzichte van het collegejaar 2025-’26. De verwachting is dat het aantal wo-studenten verder zal afnemen. In collegejaar 2032-’33 zal het aantal wo-studenten naar verwachting zijn afgenomen tot 305.900.

Prognose studenten in het wetenschappelijk onderwijs, bachelor-master en post-master

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Het aantal bachelorstudenten neemt af van 209.400 in collegejaar 2025-’26 naar 190.900 in collegejaar 2032-’33. Het aantal masterstudenten neemt af van 123.100 in collegejaar 2025-’26 tot 113.800 in 2032-’33. Het aantal post-master studenten blijft de komende jaren stabiel op 1.200 studenten.

Prognose studenten in het wetenschappelijk onderwijs, voltijd-deeltijd

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Het aantal voltijdstudenten in het wo zal naar verwachting de komende jaren afnemen: van 329.700 in collegejaar 2025-’26 naar 302.100 in collegejaar 2032-’33. Ook het aantal deeltijdstudenten in het wo neemt af: van 4.100 in collegejaar 2025-’26 tot 3.800 in collegejaar 2032-’33.

Prognose studenten in het wetenschappelijk onderwijs, nationaal en internationaal

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Het aantal Nederlandse studenten loopt geleidelijk terug de komende jaren, van 242.200 studenten dit collegejaar naar 222.000 in collegejaar 2032-‘33. Het aantal internationale studenten neemt in dezelfde periode af van 91.600 naar 83.900.

Prognose eerstejaarsstudenten in het wetenschappelijk onderwijs, bachelor en master

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Het aantal eerstejaars bachelor studenten in het wo loopt naar verwachting de komende jaren  terug van 46.400 tot 42.800 in collegejaar 2032-’33.  Ook het aantal eerstejaars masterstudenten neemt de komende jaren af van 58.400 dit jaar tot 52.900 in collegejaar 2032-’33. Het aantal eerstejaars post-master studenten blijft rond de 600 schommelen.

Prognose eerstejaarsstudenten in het wetenschappelijk onderwijs, voltijd-deeltijd

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Naar verwachting daalt de komende jaren de totale instroom van studenten in het wetenschappelijk onderwijs van 105.400 studenten dit jaar tot een verwachte 96.400 studenten in collegejaar 2032-‘33. Hierbij blijft het aantal deeltijds-eerstejaarsstudenten steeds vrij constant, er worden er ieder jaar rond de 1.000 verwacht.

Prognose eerstejaars studenten in het wetenschappelijk onderwijs, nationaal en internationaal

In aantallen x 1.000

Bron: Referentieraming 2026

Dit jaar zijn er 69.200 Nederlandse eerstejaarsstudenten in het wo geteld, en 36.300 internationale eerstejaars wo-studenten. Het aantal Nederlandse eerstejaarsstudenten zal de komende jaren afnemen, tot 62.900 in 2032-’33. Het aantal internationale eerstejaarsstudenten neemt af tot 33.400 in 2032-’33.