Op deze pagina is cijfermatige informatie te vinden over het gespecialiseerd onderwijs. Het gaat om de volgende thema’s: de schoolprestaties in het vso, type problematiek in cluster 2, bekostigingscategorieën in cluster 3, deelname aan het residentieel onderwijs en ambulante begeleiding vanuit cluster 1 en 2 in het regulier bo en vo.

Schoolprestaties vso

In schooljaar 2024/2025 hebben 969 vso-leerlingen een eindexamen gemaakt. Van hen zijn 927 (65%) geslaagd. In schooljaar 2011/2012 maakten 657 vso-leerlingen eindexamen, waarvan 587 slaagden (89%). Afgerond 90% van de vso-examenkandidaten in 2024/2025 deed een examen op vmboniveau. Het aantal vso-examenkandidaten dat havo-examen deed verdubbelde van 2018/2019 tot 2022/2023 van 40 naar 80 leerlingen.
 

Slagingspercentage examens vso

DUO 1 cijferbestanden PO 2011-2025

In 2024/2025 slaagde 95,7% van de vso-leerlingen die een eindexamen maakten, in 2018/2019 slaagde 95%, in 2011/2012 90%. De schooljaren 2019/2020 en 2020/2021 werden gekenmerkt door coronamaatregelen, in deze jaren slaagde 99% en 98% van de vso-leerlingen. In 2022/23 slaagde afgerond 95%, in de jaren hierop
is het percentage geslaagden ongeveer 96%.

Type problematiek cluster 2

Cluster 2 scholen bieden onderwijs aan dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige communicatiemoeilijkheden, waaronder een taalontwikkelingsstoornis (tos) of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben. Leerlingen met een tos maken een groot deel van de populatie binnen cluster 2 uit; trends bij de overige ondersteuningsbehoeften zijn daardoor minder goed zichtbaar. Door in de legenda op tos te klikken verbergt u deze data en kunt  u de trends in de overige data beter waarnemen.

De meeste so-leerlingen (89%) in cluster 2 hebben een tos, namelijk 5.455 van de 6.142 leerlingen in so cluster 2 in 2025. Ten opzichte van vijf jaar geleden waren in 2025 minder leerlingen in so cluster 2 en relatief evenveel minder met tos. In 2025 is 3% van de cluster 2-leerlingen doof en 6% slechthorend. Er waren minder dove kinderen in so en minder slechthorende kinderen in 2025 dan in 2019.

Onderwijssoorten cluster 2 so in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

De meeste so-leerlingen in cluster 2 hebben een taalontwikkelingsstoornis (tos; 88,8% in 2025). In 2025 is 2,8% van de cluster 2-leerlingen doof en 5,8% slechthorend. De afgelopen zes jaar zijn deze percentages ongeveer stabiel gebleven.

 Onderwijssoorten cluster 2 so in aantallen

DUO 1 cijferbestanden PO 2011-2025

De meeste so-leerlingen in cluster 2 hebben een tos, namelijk 5.454 leerlingen in 2025. In 2025 zaten 173 dove en 357 slechthorende kinderen in so, 31 kinderen die zowel doof als visueel gehandicapt waren en 127 zeer moeilijk lerende kinderen die tevens doof of slechthorend waren. Er waren minder dove kinderen in so en minder slechthorende kinderen in 2025 ten opzichte van 2019.

 Onderwijssoorten cluster 2 vso in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

In 2025 was 29,3% van de vso cluster 2-leerlingen geregistreerd met taalontwikkelingsstoornis (tos). taalontwikkelingsstoornissen (tos) zijn in 2022 voor het eerst ook in vso geregistreerd, en waren zowel in dat jaar bij 26% van de vso cluster 2-leerlingen geregistreerd. In vso zijn in 2025 79,3% van de cluster 2-leerlingen slechthorend of hebben tos, in 2018 was 82% slechthorend.

Onderwijssoorten cluster 2 vso in aantallen

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

Taalontwikkelingsstoornissen (tos) zijn 2022 voor het eerst ook in vso geregistreerd. In eerdere jaren werden deze leerlingen in het vso geregistreerd als slechthorend. In 2025 zijn 388 van de vso cluster 2-leerlingen geregistreerd met tos, dit is waarschijnlijk een onderregistratie; het werkelijke aantal vso leerlingen met tos zal naar verwachting hoger liggen. In vso zijn 2025 1.050 van de cluster 2-leerlingen slechthorend of hebben tos. Vergeleken met 2018 is het aantal vso-leerlingen in cluster 2 gedaald en het aantal dove kinderen ook. In 2025 zijn 32 vso-leerlingen doof en tevens visueel gehandicapt, dat is meer dan in 2018.

Bekostigingscategorieën cluster 3

Cluster 3 leerlingen zijn lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die  één van deze handicaps hebben.
Afhankelijk van de zorgbehoefte van een leerling krijgen schoolvestigingen  in cluster 3 een hoge (H), midden (M) of lage bekostigingscategorie voor deze leerling. 

Bekostigingscategorie cluster 3 so in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2022

In 2022 heeft 69% van de so cluster 3-leerlingen bekostigingscategorie laag, 17% bekostigingscategorie midden en 15% bekostigingscategorie hoog. De verdeling van bekostigingscategorieën in cluster 3 is veranderd, met name in bekostigingscategorie hoog. In so verandert deze verdeling meer dan in vso. Het aandeel so cluster 3-leerlingen met bekostigingscategorie hoog daalt van 19% in 2017 naar 15% in 2022. Het aandeel so-leerlingen in cluster 3 met bekostigingscategorie midden is in 2017 en in 2022 even hoog als in vso: 16%. Het aandeel so-leerlingen met bekostigingscategorie laag stijgt van 64% in 2017 naar 69% in 2022. 

Residentieel onderwijs

Residentieel onderwijs is bedoeld voor een diverse groep jongeren met een complexe hulpvraag die in een jeugdhulpinstelling of een justitiële jeugdinrichting verblijven.

Leerlingen op een residentiële plaats in het so

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

Op 1 oktober 2025 zitten 3,3% so-leerlingen op een residentiële plaats. Op 1 oktober 2015 zaten 8,6% van de so-leerlingen op een residentiële plaats. De laatste jaren is dit aantal geleidelijk gestabiliseerd: van 9,3% in 2014 naar ongeveer 4,1% in 2021 naar 3,3% in 2025.

Ambulante begeleiding - Primair Onderwijs

In 2025 hadden 9.422 van de basisschoolleerlingen (0,7%) een geregistreerd onderwijsarrangement en 1.037 speciaal basisschoolleerlingen (3,0%). In 2024 had 0,1% van de basisschoolleerlingen een onderwijsarrangement vanuit cluster 1 en 0,6% vanuit cluster 2. Het aandeel (speciaal) basisschoolleerlingen met een onderwijsarrangement vanuit cluster 2 is in 2025 ten opzichte van 2015 verdubbeld. In 2025 is het aandeel met begeleiding vanuit cluster 1 in bo vergelijkbaar met 2015 (0,6% in beide jaren), in sbo is het hoger dan in 2015 (0,2% in 2025, 0,1% in 2015).

ambulante begeleiding regulier bo in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

In 2025 had 0,69% van de basisschoolleerlingen een onderwijsarrangement. In 2025 had 0,61% van de basisschoolleerlingen een onderwijsarrangement vanuit cluster 2, 0,06% vanuit cluster 1 en 0,02% vanuit een epilepsieschool. Het aandeel basisschoolleerlingen met een onderwijsarrangement vanuit cluster 2 was in 2015 ongeveer de helft ten opzichte van 2025 (0,61%). Het aandeel leerlingen met een onderwijsarrangement vanuit cluster 1 is sinds 2015 met 0,06% stabiel gebleven.

Ambulante begeleiding - Voortgezet Onderwijs

Na een aanvankelijke afname is het aantal en aandeel onderwijsarrangementen in regulier vo sinds 2019 ongeveer stabiel. In 2025 had 0,1% van de vo-leerlingen een onderwijsarrangement vanuit cluster 1 en 0,1% vanuit cluster 2.

ambulante begeleiding vo in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

Van leerlingen in regulier vo heeft 0,22% een onderwijsarrangement in 2025. Na aanvankelijke afname is dit aandeel ongeveer stabiel en even hoog als in 2019 (0,20%). In 2025 had 0,06% van de vo-leerlingen een onderwijsarrangement vanuit cluster 1, in 2019 was dat 0,05%. In 2025 werd 0,14% begeleid vanuit cluster 2 tegenover 0,14% in 2017. Een toename is te zien in het aandeel arrangementen epilepsie, dat is in 2025 0,02%.