Op deze pagina staat beschreven hoeveel leerlingen welk type onderwijs volgen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in regulier onderwijs (regulier basisonderwijs (bo), speciaal basisonderwijs (sbo), regulier voortgezet onderwijs (vo)) en speciaal onderwijs (speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso)). Deze informatie wordt zowel geboden in absolute getallen als in het aandeel ten opzichte van de totale populatie in het primair of het voortgezet onderwijs. 

Leerlingaantallen

Sinds 2021 zit 4,8% van de po-leerlingen in speciaal (basis)onderwijs. Het aandeel en aantal leerlingen in speciaal onderwijs (so) steeg van 2016 tot 2024. Van 2016 tot 2021 steeg het aandeel leerlingen in speciaal basisonderwijs (sbo), sinds 2021 is dit aandeel afgenomen. Tot 2022 waren er meer leerlingen in sbo dan in so, sinds 2023 zijn er meer leerlingen in so dan in sbo.  

Aandeel leerlingen sbo en so in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2010-2025

Het aandeel leerlingen in het primair onderwijs (po) dat in het speciaal (basis)onderwijs zat (sbo en so samen) is sinds 2021 gestabiliseerd. Van 2016 tot 2021 nam het aandeel s(b)o-leerlingen toe. Het aandeel leerlingenin speciaal onderwijs (so) is toegenomen van 2,0% in 2016 tot 2,5% in 2025. Het aandeel leerlingen in speciaalbasisonderwijs (sbo) nam tussen 2016 en 2021 toe van 2,3% tot 2,5%, en nam daarna af tot 2,3% in 2025. Toten met 2021 waren er meer leerlingen in sbo (2,5%) dan in so (2,3%). In 2025 zijn er minder leerlingen in sbo(2,3%) dan in so (2,5%).

Leerlingaantallen in sbo en so

DUO 1 cijferbestanden PO 2010-2025

In 2025 telde het sbo 32.248 leerlingen en het so 35.243 leerlingen. Sinds 2016 neemt het absolute aantalleerlingen in so toe van 29.137 tot 35.243 in 2025. Het aantal sbo-leerlingen is toegenomen van 33.869 in 2016tot 35.731 in 2019. Daarna nam het aantal leerlingen in sbo af tot 32.248 in 2025. Tot 2022 waren er meerleerlingen in sbo dan in so (34.613 vs 33.866), sinds 2023 zijn er minder leerlingen in sbo dan in so.

Ontwikkeling so per cluster

In 2025 zitten de meeste so-leerlingen in een cluster 3-vestiging, gevolgd door achtereenvolgens cluster 4, cluster 2 en cluster 1. Sinds 2015 gaan er relatief steeds meer so-leerlingen naar cluster 3 en steeds minder naar cluster 4. Sinds dat jaar neemt zowel het aantal als het aandeel cluster 3-leerlingen in so toe. In 2025 zijn er 17.161 leerlingen in so cluster 3, dat is 48,7% van de so-leerlingen. Het aantal en aandeel cluster 4-leerlingen in so nam vanaf 2015 in lichtere mate af tot 11.668 in 2025 (33,1% van de so-leerlingen).  Sinds 2020 is het aantal cluster 2-leerlingen gedaald tot 6.1942 leerlingen in 2024 (17,4%).

Aandeel leerlingen in so naar cluster in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

De meeste so-leerlingen zitten op een cluster 3-vestiging (48,7% van de so-leerlingen in 2025), gevolgd door achtereenvolgens cluster 4 (33,1% in 2025), cluster 2 (17,4% in 2025) en cluster 1 (0,8% in 2025). Sinds 2015 is het aandeel leerlingen in so cluster 3 gegroeid; het aandeel so-leerlingen dat in cluster 3 zit steeg van 38,5% in 2015 naar 48,7% in 2025. Het aandeel so-leerlingen in cluster 4 daalde van 39,9% in 2015 naar 32,7% in 2023 en lijkt sinds 2022 gestabiliseerd rond 33%. Het aandeel leerlingen in cluster 2 is gedaald van 20,9% in 2018 naar 17,4% in 2025. In 2015 waren cluster 3 en 4 dus nog bijna even groot, sinds die tijd gaan er relatief steeds meer so-leerlingen naar cluster 3 en steeds minder naar cluster 4.

Leerlingaantallen in so naar cluster

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

In 2025 zitten 17.161 so-leerlingen in cluster 3, 11.668 zitten in cluster 4, 6.142 in cluster 2 en 272 in cluster 1. In 2015 waren in het so cluster 3 en 4 nog ongeveer even groot met 11.437 leerlingen in cluster 3 en 11.818 in cluster 4. Het aantal leerlingen in cluster 3 is tussen 2015 en 2025 gestegen, terwijl cluster 4 in die tijd juist kromp. Cluster 1 en 2 zijn in 2025 iets groter dan in 2015, maar relatief stabiel.

Ontwikkeling in het voortgezet onderwijs (vso)

Sinds 2016 is er een stijging van vso-leerlingen, tot 4,3% van alle vo-leerlingen in 2025 (39.792 vso-leerlingen). Het aantal vso-leerlingen stijgt sinds 2016. 

Aandeel leerlingen vso in procenten

DUO 1 cijferbestanden PO 2010-2025

In 2025 zit 4,1% van de vo-leerlingen in het vso, in 2016 was dat 3,6%.

Leerlingaantallen vso

DUO 1 cijferbestanden PO 2010-2025

Er zitten 39.792 leerlingen in vso in 2025. Vanaf 2016 was het aantal leerlingen in het vso een aantal jaar stabiel, sinds 2020 neemt het aantal toe.

Ontwikkeling vso per cluster

In 2024 zit ongeveer de 53% van de leerlingen in vso in cluster 4, 43% in cluster 3, circa 3% in cluster 2 en 1% in cluster 1. Van 2016 tot 2024 zijn aantallen vso-leerlingen in cluster 1 en 2 gedaald en in cluster 3 en 4 gestegen.  

Aandeel leerlingen in het vso naar cluster

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

Van de vso-leerlingen in 2025 zit 0,8% van de vso-leerlingen in cluster 1, 3,3% in cluster 2, 42,6% in cluster 3 en 53,3% in cluster 4. Daarmee is het aandeel leerlingen per cluster in vso is van 2015 tot 2020 relatief stabiel.

Leerlingaantallen in het vso naar cluster

DUO 1 cijferbestanden PO 2015-2025

In 2025 zitten 21.206 vso-leerlingen in cluster 4, 16.938 in cluster 3, 1.324 in cluster 2 en 324 in cluster 1. Van 2016 tot 2025 zijn vso cluster 1 en 2 gekrompen en vso cluster 3 en 4 gegroeid.