Naast bruikbare kennis voor de bedrijvensector, levert de samenwerking tussen een publieke instelling (universiteit) en een private partij (bedrijf) gezamenlijke publicaties op: de zogeheten publiek-private co-publicaties. Het monitoren van deze gezamenlijke publicaties geeft inzicht in de mate waarin wordt samengewerkt tussen publieke instellingen en private partijen en de mate waarin gezamenlijke kennis wordt gegenereerd.
De grafiek laat het aantal co-publicaties tussen universiteiten en bedrijven zien als percentage van de totale publicatie-output.
Co-publicaties universiteiten met bedrijven
In % van de totale publicatie-output
Het aandeel publiek- private co-publicaties van Nederland ten opzichte van het totale aantal publicaties is redelijk stabiel over de periode 2009-2023 en ligt boven het OESO-gemiddelde en het EU-15 gemiddelde. Na een stabiele periode tussen 2011 en 2015 stijgt het aandeel vanaf 2016 tot 2019. Ook in 2021 is een stijging te zien. In 2023 bedraagt het aandeel publiek-private co-publicaties 9,6%. Dit is hoger dan landen als Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk (elk 9,3%,, maar lager dan Oostenrijk (10,9%), Japan (10,4%), Denemarken (10,2%) en de Verenigde Staten (9,7%).
Jaar Nederland Minimum Maximum OESO-Gemiddelde EU-15/EU-14 2009 7,4 1,9 11 5,7 5,9 2010 7,5 2 11,7 5,9 6,1 2011 7,8 2 13,8 6,1 6,4 2012 7,7 2 14,1 6,1 6,3 2013 7,7 1,9 13,4 5,9 6,2 2014 7,6 1,9 13,3 5,6 6 2015 7,5 1,9 12,1 5,6 6 2016 7,6 2,1 11,9 5,9 6,4 2017 7,7 2,1 12,5 6,2 6,7 2018 7,8 2,2 12,3 6,4 6,9 2019 8,1 2,2 12 6,7 7,3 2020 8,5 2,1 11,2 6,7 7,2 2021 8,5 2,1 10,7 6,6 7,2 2022 9,2 2,5 10,9 7,3 7,8 2023 9,6 2,6 11,8 7,6 8 Bron: CWTS Leiden Ranking op basis van Web of Science data, bewerkingen Rathenau Instituut.
Definitie: Publieke instellingen zijn hier beperkt tot de Nederlandse universiteiten. Het aandeel publiek-private co-publicaties is berekend als het aantal co-publicaties tussen universiteiten en bedrijven als percentage van het totale aantal wetenschappelijke publicaties. De publicaties zijn geteld op basis van full counting, waarbij elke publicatie volledig wordt meegeteld voor elk land dat bij de publicatie betrokken is. De positie van Nederland is weergegeven ten opzichte van referentiegroepen (OESO en EU-15/EU-14), waarvan het gemiddelde is berekend als een ongewogen gemiddelde van de afzonderlijke landen. Het EU-15 gemiddelde is vanaf 2020 het EU-14 gemiddelde vanwege het vertrek van het Verenigd koninkrijk uit de EU. 'Minimum en 'maximum' geven respectievelijk het laagste en hoogste aandeel publiek-private co-publicaties weer binnen de landen in de vergelijking. De cijfers gaan over publicaties gepubliceerd in de voorliggende periode van vier jaar. Bijvoorbeeld: cijfers 2009 betreffen publicaties in de periode 2006-2009 en cijfers 2023 betreffen publicaties in de periode 2020-2023.
Beschikbaarheid: Jaarlijks in december
Laatste publicatiedatum: 18 september 2026