Deze indicator toont de ontwikkeling van de uitgaven aan Research & Development (R&D). R&D in Nederland wordt uitgevoerd door verschillende organisaties en gefinancierd uit verschillende bronnen. De financiers van R&D zijn de overheid, bedrijven, het buitenland en overige partijen zoals researchinstellingen, hoger onderwijs en private non-profitorganisaties. Financiers uit het buitenland zijn bijvoorbeeld de Europese onderzoeksprogramma’s.
Bij deze indicator worden de uitgegeven bedragen in R&D uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), om een vergelijking met andere landen mogelijk te maken. De percentages zijn een belangrijke indicator voor de mate waarin investeringen in onderzoek in Nederland zich verhouden tot die in andere landen.
De grafieken laten zien hoe de uitgaven aan R&D zich ontwikkelen, als percentage van het bbp en per financieringsbron: totaal, overheid, bedrijven en buitenland.
Totale R&D-uitgaven in % van het bruto binnenlands product (bbp)
2020, 2022 en 2023 (of dichtstbijzijnde jaar)
Landen verschillen qua R&D-intensiteit. De totale Nederlandse R&D financiering zit in 2023 met 2,30% net boven het EU-27 gemiddelde (2,15%) en net onder het gemiddelde voor de OESO-landen (2,70%). Tussen 2020 en 2023 is de totale Nederlandse R&D financiering toegenomen met 0,04 procentpunt. Hiermee is de internationale positie van Nederland gelijk gebleven: de 14e plek.
| Land | 2020 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|
| KOR | 4,52 | 4,85 | 4,94 |
| ZWE | 3,51 | 3,5 | 3,64 |
| JAP | 3,27 | 3,4 | 3,44 |
| VS | 3,41 | 3,48 | 3,42 |
| BEL | 3,37 | 3,21 | 3,24 |
| OOS | 3,21 | 3,17 | 3,22 |
| DUI | 3,09 | 3,04 | 3,13 |
| ZWI | 3,09 | 3,15 | 3,1 |
| FIN | 2,93 | 2,98 | 3,09 |
| DEN | 2,97 | 2,88 | 3,07 |
| VK | 2,91 | 2,78 | 2,75 |
| OESO | 2,7 | 2,67 | 2,7 |
| CHI | 2,36 | 2,49 | 2,58 |
| NED | 2,27 | 2,18 | 2,3 |
| FRA | 2,27 | 2,22 | 2,18 |
| EU-27 | 2,17 | 2,11 | 2,15 |
| SIN | 2,16 | 1,81 | 2,03 |
| CAN | 1,93 | 1,84 | 1,94 |
| NOO | 2,24 | 1,55 | 1,85 |
| AUS | 1,8 | 0 | 1,68 |
| IER | 1,13 | 1,53 | 1,54 |
| SPA | 1,4 | 1,4 | 1,49 |
| ITA | 1,5 | 1,37 | 1,37 |
Bron: OESO, MSTI. OECD Data Explorer • Main Science and Technology Indicators (MSTI database)
Definitie: De grafiek geeft de R&D-uitgaven van een land weer, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (‘R&D-intensiteit’). De figuur is gebaseerd op gegevens van de uitvoerders van R&D, die gevraagd worden om de financieringsbronnen van hun R&D aan te geven.
De data zijn afkomstig uit de Main Science and Technology Indicators (MSTI) database van de OESO. De database bevat voor alle OESO-lidstaten en zeven niet-leden (Argentinië, China, Chinese Taipei, Roemenië, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika) een set aan indicatoren, die de inzet van landen op het gebied van wetenschap en technologie weergeeft vanaf 1981. De indicatoren hebben betrekking op de financiering van R&D, het R&D personeel, patenten en internationale handel in R&D-intensieve industrieën. Hier is gebruik gemaakt van de indicator ‘Gross Expenditure on R&D (GERD)’
Cijfers van afwijkende jaren:
Zwitserland: 2017, 2019, 2021 en 2023
Australië: 2017, 2019 en 2023
Singapore : geen cijfers beschikbaar
Trendbreuken:
Nederland 2022 (toegenomen nauwkeurigheid door aangepaste methodologie); VS 2021 en 2023.
Verschil in gehanteerde definitie:
VS.
Beschikbaarheid: Tweemaal per jaar, in maart en september
Publicatiedatum: 9 september 2026
R&D-uitgaven door de overheid in % bbp
2020, 2022 en 2023 (of dichtstbijzijnde jaar)
De Nederlandse overheidsfinanciering zit in 2023 (0,67%) net boven het EU-27 gemiddelde (0,65%) en het gemiddelde van de OESO-landen (0,63%). Toch zit de overheidsfinanciering beneden het niveau van een aantal landen waarmee Nederland zich graag vergelijkt, zoals Zuid-Korea, Oostenrijk, Noorwegen en Duitsland. Tussen 2020 en 2022 nam de Nederlandse overheidsfinanciering af met 0,06 procentpunt. In 2023 nam deze weer toe met 0,04 procentpunt, waardoor hij met 0,67% weer dichter in de buurt komt van 2020 (0,69%). De internationale positie van Nederland is gestegen van de 12e plek in 2020 naar de 10e plek in 2023.
| Land | 2020 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|
| KOR | 1,01 | 1,1 | 1,13 |
| OOS | 1,07 | 0,99 | 0,94 |
| DUI | 0,92 | 0,92 | 0,93 |
| DEN | 0,83 | 0,84 | 0,84 |
| ZWI | 0,83 | 0,83 | 0,81 |
| FIN | 0,81 | 0,77 | 0,8 |
| ZWE | 0,83 | 0,8 | 0,8 |
| NOO | 1,04 | 0,7 | 0,79 |
| FRA | 0,72 | 0,71 | 0,72 |
| NED | 0,69 | 0,63 | 0,67 |
| SIN | 0,75 | 0,6 | 0,65 |
| EU-27 | 0,66 | 0,65 | 0,65 |
| VS | 0,73 | 0,66 | 0,65 |
| OESO | 0,65 | 0,62 | 0,63 |
| BEL | 0,56 | 0,59 | 0,59 |
| SPA | 0,54 | 0,53 | 0,57 |
| JAP | 0,5 | 0,51 | 0,55 |
| VK | 0,57 | 0,52 | 0,55 |
| ITA | 0,5 | 0,5 | 0,51 |
| CAN | 0,6 | 0,51 | 0,5 |
| CHI | 0,47 | 0,44 | 0,44 |
| IER | 0,21 | 0,18 | 0,18 |
Bron: OESO, MSTI. OECD Data Explorer • Main Science and Technology Indicators (MSTI database)
Definitie: De grafiek geeft de R&D-uitgaven van een land weer, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (‘R&D-intensiteit’). De figuur is gebaseerd op gegevens van de uitvoerders van R&D, die gevraagd worden om de financieringsbronnen van hun R&D aan te geven.
De data zijn afkomstig uit de Main Science and Technology Indicators (MSTI) database van de OESO. De database bevat voor alle OESO-lidstaten en zeven niet-leden ((Argentinië, China, Chinese Taipei, Roemenië, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika) een set aan indicatoren, die de inzet van landen op het gebied van wetenschap en technologie weergeeft vanaf 1981. De indicatoren hebben betrekking op de financiering van R&D, het R&D personeel, patenten en internationale handel in R&D-intensieve industrieën. Hier is gebruik gemaakt van de indicator ‘Gross Expenditure on R&D (GERD) by source of funds’
Cijfers van afwijkende jaren:
Australië: geen data beschikbaar
België, Zweden en Zwitserland: 2017, 2019, 2021, 2023
Denemarken: 2017, 2019, X, 2023. Geen data beschikbaar voor 2021 of 2022
Ierland: 2018, 2019, 2021, 2023
Duitsland en EU-27: 2018, 2020, 2021 en 2023
Trendbreuken:
Nederland 2022 (toegenomen nauwkeurigheid door aangepaste methodologie); VS 2021.
Verschil in gehanteerde definitie:
Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, VS.
Beschikbaarheid: Tweemaal per jaar, in maart en september
Publicatiedatum: 9 september 2026
R&D-uitgaven door bedrijven in % bbp
2020, 2022 en 2023 (of dichtstbijzijnde jaar)
De R&D-uitgaven van bedrijven in Nederland in 2023 (1,35%) zitten onder het OESO-gemiddelde van 1,74% en net boven het EU-27 gemiddelde van 1,21%. De R&D-uitgaven van bedrijven in Nederland zijn veel lager dan in landen als Zuid-Korea, Japan, de Verenigde Staten en België. Tussen 2020 en 2023 is de bedrijvenfinanciering in Nederland toegenomen met 0,06 procentpunt. De internationale positie van Nederland is tussen 2020 en 2023 gelijk gebleven: de 13e plek.
| Land | 2020 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|
| KOR | 3,46 | 3,7 | 3,76 |
| JAP | 2,56 | 2,67 | 2,68 |
| VS | 2,27 | 2,43 | 2,35 |
| ZWE | 2,13 | 2,09 | 2,31 |
| CHI | 1,83 | 1,97 | 2,04 |
| ZWI | 2,03 | 2,18 | 1,98 |
| DUI | 1,93 | 1,93 | 1,96 |
| BEL | 2,03 | 2,19 | 1,95 |
| FIN | 1,64 | 1,73 | 1,76 |
| OESO | 1,71 | 1,74 | 1,74 |
| DEN | 1,72 | 1,7 | |
| OOS | 1,6 | 1,64 | 1,7 |
| VK | 1,67 | 1,67 | 1,6 |
| NED | 1,29 | 1,27 | 1,35 |
| SIN | 1,26 | 1,09 | 1,23 |
| EU-27 | 1,24 | 1,21 | 1,21 |
| FRA | 1,28 | 1,25 | 1,18 |
| CAN | 0,86 | 0,86 | 0,96 |
| NOO | 1 | 0,69 | 0,84 |
| SPA | 0,69 | 0,69 | 0,72 |
| ITA | 0,79 | 0,73 | 0,7 |
| IER | 0,75 | 0,6 | 0,69 |
Bron: OESO, MSTI. OECD Data Explorer • Main Science and Technology Indicators (MSTI database)
Definitie:De grafiek geeft de R&D-uitgaven van een land weer, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (‘R&D-intensiteit’). De figuur is gebaseerd op gegevens van de uitvoerders van R&D, die gevraagd worden om de financieringsbronnen van hun R&D aan te geven.
De data zijn afkomstig uit de Main Science and Technology Indicators (MSTI) database van de OESO. De database bevat voor alle OESO-lidstaten en zeven niet-leden ((Argentinië, China, Chinese Taipei, Roemenië, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika) een set aan indicatoren, die de inzet van landen op het gebied van wetenschap en technologie weergeeft vanaf 1981. De indicatoren hebben betrekking op de financiering van R&D, het R&D personeel, patenten en internationale handel in R&D-intensieve industrieën. Hier is gebruik gemaakt van de indicator ‘Gross Expenditure on R&D (GERD) by source of funds’.
Cijfers van afwijkende jaren:
Australië: geen data beschikbaar
België, Zweden en Zwitserland: 2017, 2019, 2021, 2023
Denemarken: 2017, 2019, X, 2023. Geen data beschikbaar voor 2021 of 2022
Ierland: 2018, 2019, 2021, 2023
Duitsland en EU-27: 2018, 2020, 2021 en 2023
Trendbreuken:
Nederland 2022 (toegenomen nauwkeurigheid door aangepaste methodologie); VS 2021.
Verschil in gehanteerde definitie:
Duitsland, VS.
Beschikbaarheid: Tweemaal per jaar, in maart en september
Publicatiedatum: 9 september 2026
R&D-uitgaven door het buitenland in % bbp
2020, 2022 en 2023 (of dichtstbijzijnde jaar)
Naast R&D-financiering uit Nederlandse bronnen vindt er ook financiering van R&D in Nederland plaats via buitenlandse bronnen zoals buitenlandse bedrijven en onderzoeksmiddelen van de Europese Unie.
De Nederlandse R&D-financiering vanuit het buitenland zit in 2023 (0,23%) net onder het EU-27 gemiddelde van 0,24% en net boven het OESO-gemiddelde van 0,20%. Tussen 2020 en 2023 is de financiering uit het buitenland als aandeel van het bbp in Nederland gelijk gebleven. De internationale positie van Nederland is gedaald van de 6e plek in 2020 naar de 9e plek in 2023.
Een heel klein deel van R&D wordt gefinancierd door andere partijen dan overheid, bedrijfsleven en buitenlandse partijen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan researchinstellingen, hoger onderwijs en private non-profit organisaties. Voor de meeste landen, waaronder Nederland, is het aandeel van de R&D ontvangen van deze partijen laag, tussen de 0 en 0,10%. In Canada, Denemarken en het VK is dit een stuk hoger, met respectievelijk 0,28%, 0,24% en 0,32% in 2023. In Japan, de VS en Zweden ligt het aandeel net onder de 0,2%.
| Land | 2020 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|
| IER | 0,16 | 0,28 | 0,65 |
| BEL | 0,46 | 0,52 | 0,61 |
| OOS | 0,53 | 0,53 | 0,55 |
| FIN | 0,41 | 0,41 | 0,45 |
| ZWE | 0,3 | 0,4 | 0,36 |
| VK | 0,35 | 0,28 | 0,29 |
| ZWI | 0,19 | 0,18 | 0,28 |
| DEN | 0,16 | 0,28 | |
| EU-27 | 0,22 | 0,21 | 0,24 |
| NED | 0,23 | 0,22 | 0,23 |
| DUI | 0,23 | 0,21 | 0,23 |
| VS | 0,23 | 0,21 | 0,22 |
| OESO | 0,2 | 0,19 | 0,2 |
| CAN | 0,19 | 0,18 | 0,2 |
| FRA | 0,18 | 0,17 | 0,19 |
| NOO | 0,18 | 0,13 | 0,17 |
| ITA | 0,17 | 0,13 | 0,13 |
| SPA | 0,11 | 0,12 | 0,13 |
| SIN | 0,1 | 0,1 | 0,09 |
| JAP | 0,02 | 0,02 | 0,02 |
| KOR | 0,01 | 0,02 | 0,02 |
| CHI | 0,01 | 0 | 0,01 |
Bron: OESO, MSTI. OECD Data Explorer • Main Science and Technology Indicators (MSTI database)
Definitie: De grafiek geeft de R&D-uitgaven van een land weer, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (‘R&D-intensiteit’). De figuur is gebaseerd op gegevens van de uitvoerders van R&D, die gevraagd worden om de financieringsbronnen van hun R&D aan te geven.
De data zijn afkomstig uit de Main Science and Technology Indicators (MSTI) database van de OESO. De database bevat voor alle OESO-lidstaten en zeven niet-leden ((Argentinië, China, Chinese Taipei, Roemenië, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika) een set aan indicatoren, die de inzet van landen op het gebied van wetenschap en technologie weergeeft vanaf 1981. De indicatoren hebben betrekking op de financiering van R&D, het R&D personeel, patenten en internationale handel in R&D-intensieve industrieën. Hier is gebruik gemaakt van de indicator ‘Gross Expenditure on R&D (GERD) by source of funds’.
Cijfers van afwijkende jaren:
Australië: geen data beschikbaar
België, Zweden en Zwitserland: 2017, 2019, 2021, 2023
Denemarken: 2017, 2019, X, 2023. Geen data beschikbaar voor 2021 of 2022
Ierland: 2018, 2019, 2021, 2023
Duitsland en EU-27: 2018, 2020, 2021 en 2023
Voor China geldt dat het percentage in 2022 0% bedroeg. Dit is daardoor niet zichtbaar in de grafiek.
Trendbreuken:
Nederland 2022 (toegenomen nauwkeurigheid door aangepaste methodologie); Duitsland 2023; VS 2021.
Verschil in gehanteerde definitie:
Duitsland, VS (2022 en 2023).
Beschikbaarheid: Tweemaal per jaar, in maart en september
Publicatiedatum: 9 september 2026