Huidige situatie: Instroom op de arbeidsmarkt

Belangrijke gegevens, wanneer er naar de huidige situatie op de arbeidsmarkt wordt gekeken zijn diploma's, instroom en doorstroom per vak. Daarnaast is het interessant om te bezien hoe groot percentage van de afgestudeerden daadwerkelijk in het voortgezet onderwijs aan de slag gaan en blijven. En wat is het aandeel van zij-instromers op de arbeidsmarkt?

De totale instroom in de tweedegraads lerarenopleiding op het HBO is de laatste jaren iets teruggelopen. Gezien de spreiding van de tekorten is belangrijker hoe dit zich vertaalt naar de verschillende vakken. Het aantal diploma's vertoont na 2011 eerst een scherpe daling waarna het weer oploopt. In het laatst beschikbare jaar is er weer sprake van een daling.

Diploma's tekortvakken HBO lerarenopleiding 2e graads

Diploma's tekortvakken HBO lerarenopleiding 2e graads 2010-2018
20102012201420162018
Permanente tekortvakken:
Natuurkunde10767738678
Scheikunde7064504069
Wiskunde218243273362361
Techniek3830241813
Gezondheid en Welzijn311231209252227
Vakken met een teruglopend tekort:
Nederlands277326397420399
Engels297348318415425
Economie198165235199235
Aardrijkskunde123104132163146
Maatschappijleer91748395118
Vakken met een oplopend tekort:
Duits1058399142144
Frans10082937970

Bij wiskunde is te zien dat het aantal gediplomeerden in de afgelopen 10 jaar fors is toegenomen. 
Voor techniek is een scherpe daling te zien. Ook Gezondheidszorg en Welzijn vertoont een dalende trend.
Nederlands en Engels zijn samen met Wiskunde de grootste vakken. Voor beide geldt dat het aantal gediplomeerden van de lerarenopleiding de laatste 10 jaar fors is toegenomen. Ook de andere vakken in bovenstaande grafiek hebben, zeker de laatste jaren, te maken met stijgende aantallen gediplomeerden. 
Bij Duits zien we over de afgelopen 10 jaar duidelijk een stijging van het aantal gediplomeerden.
Frans heeft te maken met een teruglopend aantal.

Bron: DUO 1cijfer hoger onderwijs peildatum 1 oktober 2019 Brontabel als csv (499 bytes)

Instroom tekortvakken hbo lerarenopleiding 2e graads

Instroom tekortvakken hbo lerarenopleiding 2e graads 2010-2018
20112013201520172019
Permanente tekortvakken:
Natuurkunde173218236233184
Scheikunde138136183174136
Wiskunde551769782682521
Techniek3834433936
Gezondheid en Welzijn363360385350360
Vakken met een teruglopend tekort:
Nederlands702791817684587
Engels12261477136114741280
Economie419466455477368
Aardrijkskunde297354344327318
Maatschappijleer269293249264217
Vakken met een oplopend tekort:
Duits239273304254191
Frans218200177166133

Voor de meeste vakken lijkt de instroom stabiel, maar wel met een dipje voor 2019.
Het grootste vak Wiskunde heeft na 2015 duidelijk met een daling van de instroom te maken.
In de grafiek valt als eerste op dat Engels een zeer forse instroom heeft vergeleken met de andere vakken, ook in vergelijking met het iets grotere schoolvak Nederlands.
De meeste vakken vertonen  een trend dat er na een stijging inmiddels een daling in de instroom is ingezet.
Voor beide tekort vakken is te zien dat er een scherpe daling van de instroom is, wat zich vertaalt in de verwachting van oplopende tekorten.

Bron: DUO 1cijfer hoger onderwijs peildatum 1 oktober 2019 Brontabel als csv (523 bytes)

Doorstroom tekortvakken HBO lerarenopleiding 2e graads

Doorstroom tekortvakken HBO lerarenopleiding 2e graads 2010-201812
DoorstroomUitval HOOverig
Permanente tekortvakken:
Natuurkunde67%20%13%
Scheikunde57%21%22%
Wiskunde66%20%14%
Techniek68%20%13%
Gezondheid en Welzijn74%21%5%
Totale Ler.opl. 2e graads62%20%18%
Vakken met een teruglopend tekort:
Nederlands70%20%10%
Engels55%26%19%
Economie45%16%39%
Aardrijkskunde53%22%24%
Maatschappijleer51%30%19%
Totale Ler.opl. 2e graads62%20%18%
Vakken met een oplopend tekort:
Duits64%21%15%
Frans63%22%14%
Totale Ler.opl. 2e graads62%20%18%

Zoals gezegd is ook de doorstroom van mensen die aan de opleiding beginnen een belangrijk gegeven voor de aantallen diploma's. Aangezien deze doorstroom voor de meeste vakken stabiel is in de meetperiode 2014-2018 wordt hier alleen het laatste jaar getoond.
Gezondheidszorg en Welzijn lijkt de instromers het beste vast te houden met een duidelijk bovengemiddeld percentage dat  in het jaar na instroom nog op de opleiding te vinden is.
Ook Natuurkunde, Wiskunde en Techniek scoren goed op dit gebied. 
Alleen Scheikunde scoort duidelijk minder dan het gemiddelde van de gehele HBO lerarenopleiding 2e graads.
Zoals gezegd is ook de doorstroom van mensen die aan de opleiding beginnen een belangrijk gegeven voor de aantallen diploma's. Aangezien deze doorstroom voor de meeste vakken stabiel is in de meetperiode 2014-2018 wordt hier alleen het laatste jaar getoond.
Gezondheidszorg en Welzijn lijkt de instromers het beste vast te houden met een duidelijk bovengemiddeld percentage dat  in het jaar na instroom nog op de opleiding te vinden is.
Ook Natuurkunde, Wiskunde en Techniek scoren goed op dit gebied. 
Alleen Scheikunde scoort duidelijk minder dan het gemiddelde van de gehele HBO lerarenopleiding 2e graads.
Wat doorstroom en uitval betreft bevinden Duits en Frans zich precies op het gemiddelde van de gehele HBO lerarenopleiding 2e graads.

Bron: DUO 1cijfer hoger onderwijs peildatum 1 oktober 2019 Brontabel als csv (540 bytes)

Aandeel afgestudeerden Lerarenopleiding vo en mbo werkzaam in het onderwijs voor verschillende afstudeercohorten

Aandeel afgestudeerden Lerarenopleiding vo en mbo werkzaam in het onderwijs voor verschillende afstudeercohorten
Na 1 jaarNa 3 jaarNa 5 jaar
201062%62%64%
201161%64%65%
201258%63%65%
201360%66%67%
201464%67%67%
201566%69%
201665%69%
201768%
201869%

Van de HBO Lerarenopleiding vo/mbo gaat de meeste jaren meer dan 60 procent het onderwijs in, de laatste jaren is dat rond de 69% (tweederde). Ook hier is waar te nemen dat, na een oorspronkelijke dip, de trend de laatste jaren duidelijk omhoog is voor alle drie de meetmomenten. Ook is te zien dat afgestudeerden van de lerarenopleiding vo 3 of 5 jaar na het afstuderen vaker in het onderwijs werken dan 1 jaar na het afstuderen.

Bij de tweedegraads lerarenopleidingen ligt het percentage afgestudeerden met een onderwijsbaan met gemiddeld ongeveer 85% het hoogst bij de exacte vakken, gevolgd door de economische vakken met zo'n 82%. Het percentage is het laagst onder afgestudeerden die zijn opgeleid voor onderwijs in culturele/creatieve vakken (gemiddeld 39%), gevolgd door lichamelijke opvoeding (51%), maatschappijvakken (65%), verzorgende vakken (68%) en technische vakken (74%).
Per saldo ligt het beroepsrendement voor het cohort 2018 voor de exacte vakken vrijwel even hoog als voor het cohort 2013, terwijl er bij de overige vakken een toename waarneembaar is, variërend van 5 procentpunten voor de talen tot 19 procentpunten voor de technische en verzorgende vakken. Overigens zeggen de rendementsverschillen niet veel over de beroepsperspectieven van de afgestudeerden in de diverse vakken: de opleidingen in de culturele/creatieve vakken richten zich bijvoorbeeld niet uitsluitend op een carrière in het onderwijs.  

Bron: CentERdata/Mooz, Loopbaanmonitor Brontabel als csv (176 bytes)
Aandeel afgestudeerden Universitaire Lerarenopleiding werkzaam in het onderwijs voor verschillende afstudeercohorten
Na 1 jaarNa 3 jaarNa 5 jaar
201074%72%76%
201173%72%71%
201269%71%70%
201372%72%70%
201473%72%70%
201573%72%
201673%74%
201772%
201871%

Van de universitaire lerarenopleiding ligt het percentage dat in het onderwijs gaat werken voor de verschillende cohorten en meetmomenten iets hoger dan voor de lerarenopleiding vo en mbo. De ontwikkeling over de afgelopen jaren laten weinig ontwikkelingen zien in de percentages die in het onderwijs gaan werken. Ook is bij deze opleiding als enige te zien dat het percentage dat in de latere jaren in het onderwijs werkt niet hoger is dan het percentage na 1 jaar.

Bij de ulo-afgestudeerden is het beroepsrendement een jaar na afstuderen het hoogst bij de talen (gemiddeld 80%), gevolgd door de exacte vakken (76%) en de economische vakken (72%). Het aandeel van de afgestudeerden met een onderwijsbaan is gemiddeld het laagst bij de culturele/creatieve vakken (gemiddeld 36%), maar het percentage per cohort is wel sterk stijgende: tussen cohort 2013 en cohort 2016 neemt het rendement toe van 29% naar 50%. Bij de andere vakken varieert het aandeel dat werkzaam is binnen het onderwijs veel minder tussen de cohortjaren.

Bron: CentERdata/Mooz, Loopbaanmonitor Brontabel als csv (176 bytes)

Pas afgestudeerde leraren die een half jaar na het afstuderen in het vo werken

Pas afgestudeerde leraren die een half jaar na het afstuderen in het vo werken percentage naar soort contract (vast/tijdelijk), cohort 2015-2019
Flexibel contractTijdelijk zonder uitzicht op vastTijdelijk met uitzicht op vastVast contract
20157,10%18,80%41,90%32,20%
20167,10%19,30%38,50%35,10%
20175,80%19,70%40,70%33,80%
20185,90%16,30%43,50%34,30%
20194,10%17,40%37,20%41,30%

Het aandeel (uitzicht op) vast contract is hier gestegen van 74% naar 79%.

Bron: CentERdata/Mooz, Loopbaanmonitor Brontabel als csv (264 bytes)

Zij-instromers in het beroep met startjaar 2013-2019

Zij-instromers in het beroep met startjaar 2013-2019
vo
2013154
2014132
2015129
2016126
2017116
2018129
2019167

Zij-instromers in het beroep zijn na een geschiktheidsonderzoek beoordeeld als geschikt  om al les te gaan geven terwijl zij tegelijkertijd scholing en begeleiding krijgen om hiaten in de kennis en vaardigheden aan te vullen. Voor het vo ligt de zij-instroom vrij constant rond de 100-150 per jaar, met het laatste jaar een kleine stijging ten opzichte van de voorgaande jaren.

Bron: DUO, aanvraagbestanden subsidie zij-instroom in het beroep Brontabel als csv (75 bytes)