Het ministerie van OCW bekostigt de onderwijsinstellingen die onder de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra vallen. De omvang van de OCW-uitgaven wordt beïnvloed door verschillende factoren, zoals de ontwikkeling van het aantal leerlingen, de hoogte van de toegekende loon- en prijsbijstellingen en nieuwbeleid.
Alle onderwijsinstellingen in het primair onderwijs (po) die worden bekostigd door de Rijksoverheid ontvangen een bedrag voor personele en materiële uitgaven in de vorm van een lumpsumbedrag. Daarnaast ontvangen de onderwijsinstellingen ook een bedrag aan bijzondere bekostiging via de zogenoemde prestatiebox. De prestatiebox wordt in een bedrag per leerling verstrekt. Deze bijzondere bekostiging is bedoeld voor vier actielijnen uit het Nationaal Onderwijsakkoord:
- Talentontwikkeling door uitdagend onderwijs;
- Een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering;
- Professionele scholen;
- Doorgaande ontwikkellijnen.
Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan primair onderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar uitgavensoort, de OCW-uitgaven per leerling en de totale ontvangsten.
De gegevens in de grafieken bestrijken de periode 2015-2019. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'download deze grafiek'.
Totaal uitgaven
Mln euro
Zowel de totale uitgaven als de bekostiging vertonen een stijgende lijn.
De totale uitgaven van OCW voor het po bestaan voor het overgrote deel uit de bekostiging van onderwijsinstellingen. Onder bekostiging valt:
- de hoofdbekostiging;
- de prestatiebox;
- de aanvullende bekostiging.
Deze worden allen toegekend in de vorm van een lumpsumbedrag.
Overige uitgaven die bijdragen aan de totale uitgaven zijn onder 'Gerelateerde grafieken' naar soort weergegeven.
| Periode | Totaal uitgaven po | Bekostiging |
|---|---|---|
| 2015 | 10032,8 | 9508,2 |
| 2016 | 10212,5 | 9702,8 |
| 2017 | 10494,8 | 9986,3 |
| 2018 | 11142,5 | 10617 |
| 2019 | 11759,1 | 11144,4 |
Definitie: Het totaal van de uitgaven van OCW voor de instandhouding en de exploitatie van de sector primair onderwijs (inclusief sbao, (v)so, de samenwerkingsverbanden po en de samenwerkingsverbanden vo voor zover het de zware ondersteuning betreft) binnen het onderwijsstelsel. Hierin zijn de apparaatskosten van OCW niet opgenomen.
De ontwikkeling van de uitgaven van 2013 op 2014 (zie brontabel) wordt vertekend doordat het Rijk eind 2013 (extra) middelen aan de onderwijsinstellingen heeft vooruitbetaald voor besteding in 2014. Dit naar aanleiding van Begrotingsafspraken 2014 en het Nationaal Onderwijsakkoord.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven naar soort
Mln euro
Het overgrote deel van de uitgaven betreft de bekostiging van onderwijsinstellingen. De overige uitgaven bestaan uit:
- Subsidies en opdrachten;
- De bijdrage aan agentschappen. Deze bijdrage gaat in zijn geheel naar DUO, de uitvoeringsorganisatie van OCW;
- De bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, welke bestaat uit de uitvoeringskosten van de stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds en het UWV;
- De bijdrage aan medeoverheden betreft met name de middelen die gemeenten van OCW ontvangen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid. Hiermee worden onderwijsachterstanden bestreden door onder meer het aanbieden van voorschoolse educatie en schakelklassen.
- De bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken bestaat uit de bijdrage van OCW aan de regeling Brede Scholen.
| Periode | Subsidies | Opdrachten | Bijdrage agentschappen | Bijdrage ZBO's en RWT's | Bijdrage medeoverheden |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 95,9 | 8,1 | 33,9 | 25,2 | 361,5 |
| 2016 | 87,3 | 10 | 25,5 | 25,4 | 361,5 |
| 2017 | 88,9 | 6,9 | 26,2 | 20 | 366,5 |
| 2018 | 87,6 | 6,9 | 29,7 | 34,9 | 366,5 |
| 2019 | 88,3 | 4,8 | 41,7 | 17,6 | 462,3 |
Definitie: De uitgaven van OCW voor subsidies, opdrachten en bijdrage aan agentschappen, ZBO's en RWT's, medeoverheden en begrotingsfondsen/sociale fondsen in het kader van de sector primair onderwijs.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per leerling (lopende prijzen)
x €1.000
De gemiddelde rijksuitgaven per po-leerling (in lopende prijzen) vertonen een stijging, onder meer door extra investeringen voor nieuw beleid. Tevens is het budget bijgesteld voor loon- en prijsontwikkelingen.
| Periode | Uitgaven per po-leerling in lopende prijzen |
|---|---|
| 2015 | 6,4 |
| 2016 | 6,6 |
| 2017 | 6,9 |
| 2018 | 7,3 |
| 2019 | 7,8 |
Definitie: De totale uitgaven van OCW exclusief bijdrage aan agentschappen, ZBO’s en RWT’s voor het primair onderwijs in een jaar (inclusief sbao, (v)so, de samenwerkingsverbanden po en de samenwerkingsverbanden vo voor zover het zware ondersteuning betreft) gedeeld door het aantal onderwijsdeelnemers in het primair onderwijs op de peildatum in hetzelfde jaar. Weergegeven in lopende prijzen.
In 2013 (zie brontabel) is de toename vertekend door de eenmalige extra middelen die verstrekt werden in 2013, maar bedoeld waren voor 2014. Dit in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per leerling (prijspeil 2019)
x €1.000
De figuur toont de OCW-uitgaven per po-leerling uitgedrukt in prijzen van het jaar 2019. Ook zo berekend vertonen de OCW-uitgaven per leerling een stijgende lijn.
| Periode | Uitgaven per po-leerling op prijspeil 2019 |
|---|---|
| 2015 | 6,9 |
| 2016 | 7,1 |
| 2017 | 7,3 |
| 2018 | 7,6 |
| 2019 | 7,8 |
Definitie: De totale uitgaven van OCW exclusief bijdrage aan agentschappen, ZBO’s en RWT’s voor het primair onderwijs in een jaar (inclusief sbao, (v)so, de samenwerkingsverbanden po en de samenwerkingsverbanden vo voor zover het de zware ondersteuning betreft) gedeeld door het aantal onderwijsdeelnemers in het primair onderwijs op de peildatum in hetzelfde jaar. Weergegeven in prijspeil 2018, dat wil zeggen geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product, waarbij 2019 = 100.
In 2013 (zie brontabel) is de toename vertekend door de eenmalige extra middelen die verstrekt werden in 2013, maar bedoeld waren voor 2014. Dit in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord en Begrotingsafspraken 2014 (zie brontabel).
Bron: OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Totaal ontvangsten
Mln euro
De totale ontvangsten van OCW voor het primair onderwijs zijn niet stabiel en kunnen van jaar tot jaar erg in omvang verschillen. Ontvangsten ontstaan onder andere door terugbetalingen of door afrekeningen van eerder door OCW uitgekeerde bedragen.
| Periode | Totaal ontvangsten po |
|---|---|
| 2015 | 17,5 |
| 2016 | 32,6 |
| 2017 | 23,4 |
| 2018 | 76,9 |
| 2019 | 29 |
Definitie: De in een eerder jaar te veel gedane uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector primair onderwijs binnen het onderwijsstelsel.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020