Ontwikkelingen in de personeelsomvang in het primair onderwijs
Tussen oktober 2024 en oktober 2025 is de totale personeelsomvang in het primair onderwijs (po) afgenomen van 135,5 duizend naar 134,6 duizend fte. Per saldo verdween er 0,9 duizend fte. Tot 2022 was juist sprake van een flinke groei van de totale formatie. In 2025 nam vooral de omvang van het onderwijsgevend personeel (leraren) af (-0,7 duizend fte). De omvang van het onderwijsondersteunend personeel na af met 0,3 duizend fte, terwijl het aantal onderwijsondersteuners de afgelopen jaren juist toenam.
Personeelssterkte po in fte's
x 1.000
Aantal fte 2011 131,1 2012 125,8 2013 124,3 2014 122,5 2015 120,6 2016 120,8 2017 121,3 2018 125,5 2019 127,8 2020 128,8 2021 133,7 2022 136,3 2023 135,6 2024 135,5 2025 134,6 Figuur: Personeelssterkte po in fte’s.
Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Tot het onderwijspersoneel is gerekend al het reguliere personeel in loondienst van het bevoegd gezag (exclusief vervanging en inclusief bovenschools personeel). De peildatum is 1 oktober. De cijfers zijn gecorrigeerd (opgehoogd) voor ontbrekende instellingen. Eén fte (fulltime equivalent) komt overeen met één voltijdbaan. De indeling naar functiegroep is gebaseerd op de functiecode.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks.
Publicatiedatum: 15 april 2026.
Personeelssterkte po naar functiegroep in fte's
x 1.000
Directie Onderwijsgevend personeel Onderwijsondersteunend personeel Leraren in opleiding Onbekend 2011 10,2 99,2 21,5 0,1 0,1 2012 9,8 95,6 20,3 0,1 0 2013 9,5 94,6 19,9 0,1 0,2 2014 9,3 93,4 19,7 0,1 0,1 2015 9 91,7 19,7 0,1 0 2016 8,7 91,7 20,3 0,1 0,1 2017 8,5 91,6 21 0,2 0,1 2018 8,2 93 24 0,3 0 2019 8,1 93,1 26,1 0,3 0 2020 7,9 92,7 27,8 0,4 0 2021 7,9 93,4 31,8 0,5 0 2022 8 92,6 35,1 0,5 0 2023 8 91,1 35,8 0,6 0,2 2024 8,1 90,6 36 0,6 0,2 2025 8,1 89,9 35,7 0,7 0,2 Figuur: Personeelssterkte po naar functiegroep in fte’s.
Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Tot het onderwijspersoneel is gerekend al het reguliere personeel in loondienst van het bevoegd gezag (exclusief vervanging en inclusief bovenschools personeel). De peildatum is 1 oktober. De cijfers zijn gecorrigeerd (opgehoogd) voor ontbrekende instellingen. Eén fte (fulltime equivalent) komt overeen met één voltijdbaan. De indeling naar functiegroep is gebaseerd op de functiecode.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks.
Publicatiedatum: 15 april 2026.
Bao, sbao en (v)so
In de grafieken die nu volgen, wordt wederom een uitsplitsing gemaakt naar functiegroepen, maar dan specifiek voor het basisonderwijs (bao), speciaal basisonderwijs (sbao) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so).
Personeelssterkte bao naar functiegroep in fte's
x 1.000
Tussen oktober 2024 en oktober 2025 is de totale personeelsomvang in het basisonderwijs (bao) afgenomen van 107,1 duizend naar 106,3 duizend fte. Per saldo verdween er 0,8 duizend fte. Tot 2022 was juist sprake van een flinke groei van de totale formatie. Vooral de omvang van het onderwijsgevend personeel (leraren) nam in 2025 af (-0,5 duizend fte), de omvang van het onderwijsondersteunend personeel nam ook af (0,3 duizend fte). In de afgelopen jaren zagen we juist een toename van het aantal onderwijsondersteuners.
Directie Onderwijsgevend personeel Onderwijsondersteunend personeel Leraren in opleiding Onbekend 2011 8,9 83,1 11,5 0,1 0 2012 8,5 80,1 10,8 0,1 0 2013 8,3 79,2 10,6 0,1 0,2 2014 8,1 78,5 10,5 0,1 0,1 2015 7,8 77,2 10,7 0,1 0 2016 7,6 77,7 11,3 0,1 0,1 2017 7,4 77,6 11,9 0,1 0 2018 7,1 78,9 14,6 0,2 0 2019 7 78,8 16,3 0,3 0 2020 6,8 78,3 17,3 0,3 0 2021 6,7 79,1 20,6 0,4 0 2022 6,7 78,4 23,1 0,5 0 2023 6,7 76,6 23,5 0,5 0,2 2024 6,8 75,9 23,6 0,6 0,2 2025 6,8 75,4 23,3 0,6 0,2 Figuur: Personeelssterkte bao naar functiegroep in fte’s.
Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Tot het onderwijspersoneel is gerekend al het reguliere personeel in loondienst van het bevoegd gezag (exclusief vervanging en inclusief bovenschools personeel). De peildatum is 1 oktober. De cijfers zijn gecorrigeerd (opgehoogd) voor ontbrekende instellingen. Eén fte (fulltime equivalent) komt overeen met één voltijdbaan. De indeling naar functiegroep is gebaseerd op de functiecode.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks.
Publicatiedatum: 15 april 2026.
Cijfers in aantal werkzame personen
Hieronder volgen dezelfde cijfers, maar dan in aantal werkzame personen in plaats van fte.
Werkzaam personeel po naar functiegroep in personen
x 1.000
Uitgedrukt in personen nam de personeelsomvang in het po met 0,9 duizend personen af. Deze afname betrof vooral het onderwijsgevend personeel (-0,9 duizend personen).
Directie Onderwijsgevend personeel Onderwijsondersteunend personeel Leraren in opleiding Onbekend 2011 10,8 134,9 33,4 0,2 0,1 2012 10,3 130,9 31,7 0,2 0 2013 10,1 129,2 31,1 0,2 0,2 2014 9,9 128,3 30,7 0,2 0,1 2015 9,7 126,6 30,8 0,2 0,1 2016 9,4 126,7 31,6 0,2 0,1 2017 9,2 126,6 32,8 0,3 0,1 2018 9 127,7 36,9 0,5 0,1 2019 8,9 128,7 40,3 0,5 0,1 2020 8,8 128,6 42,6 0,7 0,1 2021 8,8 128,6 48,1 0,9 0,1 2022 8,9 128,1 52,8 0,9 0,1 2023 8,9 126,1 53,8 1,1 0,3 2024 9 125,8 54 1,2 0,3 2025 9,1 124,9 53,7 1,3 0,3 Figuur: Werkzaam personeel po naar functiegroep in personen.
Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Tot het onderwijspersoneel is gerekend al het reguliere personeel in loondienst van het bevoegd gezag (exclusief vervanging en inclusief bovenschools personeel). De peildatum is 1 oktober. De cijfers zijn gecorrigeerd (opgehoogd) voor ontbrekende instellingen. De totalen in personen zijn zonder dubbeltellingen binnen de (sub)sector. De indeling naar functiegroep is gebaseerd op de functiecode.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks.
Publicatiedatum: 15 april 2026.
Vrouwen in het po
Als laatste, hieronder het percentage vrouwen in het PO, uitgesplitst naar functiegroep.
Percentage vrouwen naar functiegroep in het po
Op basis van fte's
Het percentage vrouwen werkzaam in het primair onderwijs (po) ligt al meerdere jaren rond de 82 procent. Onder het onderwijsgevend personeel (leraren) is dit aandeel in 2025 iets gedaald (van 84,2 naar 83,9 procent). In de afgelopen jaren is het percentage vrouwen vooral onder de directie sterk gestegen.
Totaal Directie Onderwijsgevend personeel Onderwijsondersteunend personeel 2011 77,3 41,9 81,6 74 2012 77,8 43,4 82 74,6 2013 78,3 44,6 82,3 75,3 2014 78,9 46,2 82,8 75,8 2015 79,6 48,3 83,3 76,5 2016 80,2 50,5 83,8 76,8 2017 81 52,6 84,4 77,8 2018 81,5 55 84,6 78,4 2019 81,7 57,7 84,7 78,7 2020 81,9 60,2 84,7 78,7 2021 82,1 62,3 84,7 79,4 2022 82,1 64,2 84,6 79,6 2023 82 65,7 84,4 79,7 2024 81,9 66,9 84,2 79,6 2025 81,7 67,8 83,9 79,6 Figuur: Percentage vrouwen naar functiegroep in het po.
Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Tot het onderwijspersoneel is gerekend al het reguliere personeel in loondienst van het bevoegd gezag (exclusief vervanging en inclusief bovenschools personeel). De peildatum is 1 oktober. De cijfers zijn gecorrigeerd (opgehoogd) voor ontbrekende instellingen. Eén fte (fulltime equivalent) komt overeen met één voltijdbaan. De indeling naar functiegroep is gebaseerd op de functiecode.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks.
Publicatiedatum: 15 april 2026.