De overheid, bedrijven, huishoudens en organisaties in het buitenland geven geld uit aan onderwijsinstellingen voor het verzorgen van onderwijs en het uitvoeren van onderzoek. Daarnaast geven ze geld uit om kinderen en volwassenen onderwijs te laten volgen. De overheid geeft bijvoorbeeld studiefinanciering aan huishoudens en subsidies aan bedrijven die stage- en leerwerkplekken beschikbaar stellen.
Hieronder staan de totale uitgaven die iedere economische sector voor onderwijs maakt. Daarnaast worden de totale uitgaven aan onderwijsinstellingen beschreven, zowel per economische sector als in percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Ook is een overzicht van de totale uitgaven van de overheid vanaf 1900 tot nu voor onderwijs en studietoelagen te zien. Alle bedragen zijn uitgedrukt in werkelijke bedragen van het betreffende jaar (lopende prijzen).
Totale uitgaven aan onderwijs naar economische sector
Per economische sector, mld euro
In 2024 is in totaal bijna 64 miljard euro besteed aan onderwijs, inclusief het onderzoek dat hogescholen en universiteiten uitvoeren in het kader van hun wettelijke taak en in de vorm van contractonderzoek voor derden.
| | Overheid | Huishoudens | Bedrijven | Buitenland |
|---|---|---|---|---|
| 2000 | 19,6 | 1,9 | 1,4 | 0,2 |
| 2005 | 26,9 | 2,9 | 2,1 | 0,3 |
| 2010 | 32,8 | 3,5 | 2,9 | 0,4 |
| 2015 | 34,3 | 4,2 | 3,3 | 0,4 |
| 2020 | 40,4 | 4,4 | 4,2 | 0,5 |
| 2021 | 45,2 | 4,3 | 4,1 | 0,5 |
| 2022 | 48,5 | 4,8 | 4 | 0,5 |
| 2023 | 51,5 | 5,7 | 4,2 | 0,6 |
| 2024* | 52,9 | 6,1 | 4,3 | 0,6 |
Figuur: Totale uitgaven aan onderwijs naar economische sector
Bron: CBS
Definitie:
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven met betrekking tot onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid betreft dit de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens zijn dit de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in december
Publicatiedatum: 30 december 2025
Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen
Per economische sector, mld euro
De uitgaven aan onderwijs en onderzoek zijn voor het grootste deel uitgaven aan onderwijsinstellingen. In 2024 hebben onderwijsinstellingen in totaal 59,2 miljard euro ontvangen, afkomstig van overheid, huishoudens, bedrijven en organisaties in het buitenland.
| | Overheid | Huishoudens | Bedrijven | Buitenland |
|---|---|---|---|---|
| 2000 | 18 | 1,7 | 1,7 | 0,1 |
| 2005 | 24,9 | 2,3 | 2,4 | 0,1 |
| 2010 | 30,4 | 2,6 | 3,4 | 0,3 |
| 2015 | 32 | 3,1 | 3,5 | 0,4 |
| 2020 | 37,3 | 3,4 | 4,4 | 0,5 |
| 2021 | 41,4 | 3,2 | 4,4 | 0,5 |
| 2022 | 45,2 | 3,3 | 4,4 | 0,5 |
| 2023 | 48,2 | 4,2 | 4,5 | 0,5 |
| 2024* | 49,7 | 4,4 | 4,5 | 0,6 |
Figuur: Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen
Bron: CBS
Definitie:
De directe uitgaven van overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen. Alleen onderwijsinstellingen die regulier onderwijs geven zijn meegenomen. Dit zijn zowel door de overheid gesubsidieerde als particuliere onderwijsinstellingen.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in december
Publicatiedatum: 30 december 2025
Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen als % bbp
De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). In 2024 bedragen de uitgaven aan onderwijsinstellingen 5,2 % van het bbp. Het zijn zowel publieke als private uitgaven.
| | Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen in % bbp |
|---|---|
| 2010 | 5,7 |
| 2011 | 5,6 |
| 2012 | 5,7 |
| 2013 | 5,8 |
| 2014 | 5,7 |
| 2015 | 5,6 |
| 2016 | 5,6 |
| 2017 | 5,5 |
| 2018 | 5,5 |
| 2019 | 5,5 |
| 2020 | 5,6 |
| 2021 | 5,6 |
| 2022 | 5,4 |
| 2023 | 5,5 |
| 2024* | 5,2 |
Figuur: Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen als % bbp
Bron: CBS
Definitie:
De directe uitgaven van overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen. Alleen onderwijsinstellingen die regulier onderwijs geven zijn meegenomen. Dit zijn zowel door de overheid gesubsidieerde als particuliere onderwijsinstellingen. De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp).
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in december
Publicatiedatum: 30 december 2025
Overheidsuitgaven aan onderwijs van 1900-heden
Totaal en naar onderwijs en studietoelagen, mld euro
In het jaar 1900 gaf de overheid een bescheiden 12 miljoen euro uit aan onderwijs. Meer dan de helft daarvan werd besteed voor basisonderwijs. Ruim een eeuw later, in 2024, zijn de totale overheidsuitgaven 56 miljard euro. Daarvan is 5,2 miljard euro uitgegeven aan tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering.
| | Totaal overheidsuitgaven | Overheidsuitgaven aan onderwijs | Overheidsuitgaven aan studietoelagen |
|---|---|---|---|
| 1900 | 0 | 0 | 0 |
| 1910 | 0 | 0 | 0 |
| 1920 | 0,1 | 0,1 | 0 |
| 1930 | 0,1 | 0,1 | 0 |
| 1939 | 0,1 | 0,1 | 0 |
| 1950 | 0,3 | 0,2 | 0 |
| 1960 | 0,9 | 0,9 | 0 |
| 1970 | 3,7 | 3,6 | 0,1 |
| 1980 | 11,3 | 10,8 | 0,5 |
| 1990 | 13,5 | 11,5 | 2 |
| 1995 | 15,7 | 13,8 | 1,9 |
| 2000 | 20,8 | 18,4 | 2,4 |
| 2005 | 28,4 | 25,3 | 3,1 |
| 2010 | 35,1 | 31,3 | 3,8 |
| 2015 | 36,9 | 32,6 | 4,3 |
| 2016 | 38,8 | 33 | 5,8 |
| 2017 | 38,2 | 33,7 | 4,5 |
| 2018 | 41,5 | 35,3 | 6,2 |
| 2019 | 42 | 36,7 | 5,3 |
| 2020 | 43,2 | 38,1 | 5,1 |
| 2021 | 47,9 | 42,4 | 5,6 |
| 2022 | 51,5 | 46,2 | 5,3 |
| 2023 | 54,3 | 49,2 | 5,1 |
| 2024* | 56 | 50,8 | 5,2 |
Figuur: Overheidsuitgaven aan onderwijs van 1900-heden
Bron: CBS
Definitie:
De uitgaven van de Rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen en uitgaven ten behoeve van onderwijs aan huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen. De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo. Het leerlingenvervoer is bestemd voor leerlingen in het basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen vanwege een handicap of de grote afstand tussen huis en school.
Onder de overheidsuitgaven aan studietoelagen vallen de tegemoetkoming in de schoolkosten en de studiefinanciering.
De tegemoetkoming in de schoolkosten is een gedeeltelijke vergoeding van de kosten van het volgen van een opleiding en is voornamelijk voor (ouders van) leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs en deelnemers jonger dan 18 jaar in het vavo of middelbaar beroepsonderwijs. De tegemoetkoming is een gift.
Studiefinanciering is een studietoelage aan deelnemers aan de beroepsopleidende leerweg van het mbo vanaf 18 jaar en aan studenten in het hoger onderwijs en is bedoeld om tegemoet te komen in de kosten voor het volgen van een opleiding of studie. Studiefinanciering bestaat zowel uit giften als uit leningen.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in december
Publicatiedatum: 30 december 2025