Hier vindt u informatie over de gebruikers van de verschillende soorten studiefinanciering. In het VO betreft dit de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).
Allereerst vindt u informatie over totalen. Vervolgens worden ook relatieve aantallen (percentages) gepresenteerd.
Onderstaande grafiek geeft het aantal gebruikers in het vo. De aantallen voor het mbo en het hbo en wo vindt u onder 'Gerelateerde grafieken'. De gegevens in de grafieken bestrijken de periode 2019-2024. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'download deze grafiek'.
Totaal aantal gebruikers VO
Aantal x 1.000
- Het aantal vavo-leerlingen en studenten aan lerarenopleidingen die geen recht meer hebben op studiefinanciering (TS 18+) en gebruik maken van de tegemoetkoming daalde licht tussen 2019 – 2022, sinds 2023 is sprake van een kleine toename gevolgd door een lichte daling in 2025.
- Het aantal meerderjarige leerlingen in het vo (VO 18+) dat gebruik maakt van de tegemoetkoming steeg fluctueert over de jaren. Zo was er tussen 2019-2021 sprake van een relatief grote daling maar is dit sinds 2022 weer licht toegenomen. In 2025 is het aantal gebruikers sterk gedaald.
| Soorten gebruikers | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal gebruikers TS 18+ | 6,1 | 5,7 | 5,7 | 5,9 | 6,2 | 6 |
| Aantal gebruikers VO18+ | 32,1 | 28,5 | 29,4 | 29,7 | 29,5 | 26,8 |
Definitie: Het aantal 18+ leerlingen in het vo, onderscheiden naar voltijd en deeltijd, minderjarige bol-studenten en studenten aan een lerarenopleiding in het ho die recht hebben op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten. Deze tegemoetkomingen worden gegeven op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS). De aantallen betreffen jaargemiddelden.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW, Realisatiecijfers DUO
Beschikbaar: Jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 19 juni 2026
Relatief aantal studenten met een aanvullende beurs
Studenten hebben recht op aanvullende beurs indien het ouderlijk inkomen onvoldoende is om de student gedeeltelijk te kunnen voorzien in de kosten die bij studeren komen kijken. Studenten hebben gedurende de nominale duur van de studie recht op een aanvullende beurs, indien aan de inkomensvoorwaarde is voldaan. Een student moet zelf een aanvullende beurs aanvragen, de hoogte van de beurs wordt elkaar opnieuw berekend.
De indicatoren om de ontwikkeling omtrent het gebruik van de aanvullende beurs voor zowel het mbo als het ho komen uit het DUO Trendrapport 2025, dit is een jaarlijks rapport van DUO met een overzicht van trends in het bekostigd hoger onderwijs (voor wat betreft studiefinanciering ook het middelbaar beroepsonderwijs). In de onderstaande tekst wordt via hyperlinks naar de indicatoren in het trendrapport verwezen.
De indicator Gebruik aanvullende beurs naar niveau middelbaar beroepsonderwijs [TR129m] laat zien dat het gebruik op alle vier de niveaus relatief stabiel is. Wel is er in de laatste jaren een lichte daling zichtbaar bij mbo niveau 1 en mbo niveau 3. Daarnaast zijn er significante verschillen in de mate van gebruik van de aanvullende beurs tussen de vier niveaus. Zo was in studiejaar 2024/2025 het gebruik het hoogst bij niveau 1 (83,9%), daaropvolgend niveau 2 (72,3%), niveau 3 (53,4%) en het laagst bij niveau 4 (45%).
De indicator Gebruik aanvullende beurs naar soort hoger onderwijs [TR129] laat zien dat het gebruik van de aanvullende beurs in de afgelopen jaren relatief stabiel is gebleven. Er is wel een verschil tussen het gebruik in het hbo en wo, zo was in studiejaar 2024/2025 het gebruik het grootst in hbo met 48,8% terwijl dit in het wo 34,5% was. [
Relatief aantal studenten met een lening
Studenten hebben de keuze om naast hun eventuele basis- en/of aanvullende beurs extra geld bij te lenen, dit gaat via een rentedragende lening. Studenten hebben recht op een rentedragende lening gedurende de nominale duur van hun studie, plus drie extra jaren. De maximale hoogte van deze lening is afhankelijk van een eventuele basis- en/of aanvullende beurs.
De indicatoren die het gebruik van de rentedragende lening weergeven komen uit het DUO Trendrapport 2025.
De indicator Percentage gebruikers rentedragende lening naar niveau mbo [TR075m] laat zien dat in de afgelopen jaren het gebruik van de rentedragende lening op alle niveaus afneemt. Het gebruik was in studiejaar 2024/2025 het grootst op niveau 1 (17,8%), daarna op niveau 2 (16,0%), niveau 3 (12,6%) en tot slot niveau 4 (10,6%).
De indicator Percentage gebruikers rentedragende lening naar soort ho [TR075] laat zien dat in de afgelopen jaren ook het gebruik bij hbo en wo studenten daalt. Het percentage gebruikers in studiejaar 2024/2025 in het wo (27,2%) is wel fors hoger t.o.v. het hbo (19,0%).
Naast de bovengenoemde indicatoren zijn het trendrapport nog een aantal verdiepende indicatoren over het relatieve gebruik van de rentedragende lening te vinden.