De overheid, bedrijven, huishoudens en organisaties in het buitenland geven geld uit aan universiteiten voor onderwijs en onderzoek of voor het (laten) volgen van wetenschappelijk onderwijs (wo).

Hieronder staan de uitgaven van iedere economische sector aan wetenschappelijk onderwijs. Daarnaast worden de uitgaven aan de universiteiten beschreven en de uitgaven aan universiteiten per student. De uitgaven per student worden zowel inclusief als exclusief de onderzoeksgelden getoond die universiteiten ontvangen.

Totale uitgaven aan wetenschappelijk onderwijs per economische sector

In miljarden Euro's

CBS

In het wetenschappelijk onderwijs (wo) zijn huishoudens, bedrijven en organisaties in het buitenland in 2024 verantwoordelijk voor 26% van de totale uitgaven. Dit is bijna 3,1 miljard euro. Voor huishoudens met studerende kinderen zijn de collegegelden de grootste onderwijsuitgave. Bedrijven en organisaties in het buitenland geven vooral geld uit aan contractonderzoek dat wordt uitgevoerd door universiteiten. De overheid bekostigd universiteiten voor het onderwijs en onderzoek dat ze wettelijk verplicht zijn uit te voeren. Daarnaast betaalt de overheid universiteiten voor contractonderzoek.

In 2018 heeft het ministerie van OCW 870 miljoen euro in totaal vooruitbetaald aan de vervoersbedrijven voor de OV-studentenkaart van 2019, 2020 en 2021 voor studenten in het mbo, hbo en wo. Hierdoor zijn de overheidsuitgaven in 2018 een stuk hoger dan in andere jaren en wordt de ontwikkeling van de overheidsuitgaven vertekend. Een vooruitbetaling voor de OV-studentenkaart van 2022 die eind 2021 is gedaan door het ministerie van OCW, vertekent de ontwikkeling van de overheidsuitgaven in 2021.

Uitgaven aan universiteiten

In miljarden Euro's

CBS

De uitgaven in het wo zijn voor het grootste deel uitgaven aan de universiteiten. In 2024 zijn deze uitgaven ruim 740 miljoen euro hoger dan in 2023.  

Uitgaven aan universiteiten per student

In Euro's

CBS

In 2024 bedragen de uitgaven aan universiteiten per student (publieke en private uitgaven, exclusief de onderzoeksgelden) 12.930 euro.  Als de uitgaven aan universiteiten voor onderzoek worden meegeteld, dan zijn de uitgaven per student in 2024 27.050 euro.