Het budget voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) op de OCW-begroting is verdeeld in een onderwijsdeel en een deel ontwerp en ontwikkeling.
Het onderwijsdeel wordt voor circa 90% verdeeld over de instellingen naar rato van het aantal ingeschrevenen (binnen de nominale studieduur) en het aantal behaalde graden. Circa 10% wordt verdeeld op basis van vaste bedragen per instelling. De rest van het onderwijsdeel dat instellingen ontvangen, is bedoeld voor specifieke beleidsdoelstellingen, zoals onderwijskwaliteit. Daarnaast ontvangen hogescholen middelen vanwege ontwerp en ontwikkeling.
De bijdragen van het Rijk aan de hogescholen worden uitgekeerd als lumpsum, dat wil zeggen dat elke instelling zijn rijksbijdrage naar eigen inzicht kan besteden bij het uitvoeren van wettelijke taken. Naast de Rijksbijdrage ontvangen hogescholen collegegelden en opbrengsten uit het werk voor derden, voornamelijk contractonderwijs.
Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan hoger beroepsonderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar uitgavensoort, de OCW-uitgaven per student en de totale ontvangsten.
De gegevens in de grafieken bestrijken de periode 2015-2019. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'download deze grafiek'.
Totaal uitgaven
In Euro's x 1.000.000
De figuur toont de totale OCW-uitgaven aan het hbo, uitgedrukt in werkelijke bedragen van het betreffende jaar (lopende prijzen). Onder de totale OCW-uitgaven vallen de begrotingsartikelen van het beleidsterrein hbo. In deze grafiek is het bekostigingsdeel van de totale uitgaven uitgelicht, omdat dit de grootste uitgavenpost is.
De stijging in de uitgaven voor de jaren 2018 en ook 2019 wordt verklaard door de oploop in de middelen studievoorschot.
Meer informatie over de OCW-uitgaven die niet direct zijn toe te rekenen aan de bekostiging van de hbo-onderwijsinstellingen vindt u in de grafiek 'Overige uitgaven naar soort' onder 'Gerelateerde grafieken'.
| Periode | Totaal uitgaven | Bekostiging |
|---|---|---|
| 2015 | 2811,1 | 2756,1 |
| 2016 | 2833,2 | 2773,8 |
| 2017 | 2926 | 2868,2 |
| 2018 | 3262,5 | 3185 |
| 2019 | 3399,8 | 3310,6 |
Definitie: Het totaal van de uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector hoger beroepsonderwijs binnen het onderwijsstelsel. Hierin zijn de apparaatskosten van OCW niet opgenomen.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Overige uitgaven naar soort
In Euro's x 1.000.000
In deze grafiek is een onderverdeling gemaakt van de uitgaven die niet direct zijn toe te rekenen aan de bekostiging van hbo-onderwijsinstellingen maar wel bijdragen aan het totaal van de OCW-uitgaven aan het hbo. De stijging van de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s is grotendeels toe te schrijven aan de extra investeringen in het praktijkgericht onderzoek, de overige soorten uitgaven (subsidies enz.) blijven redelijk stabiel.
| Periode | Subsidies | Opdrachten | Bijdragen aan ZBO's en RWT's | Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | Apparaatskosten (toerekening aan DUO) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 3,8 | 0,3 | 31,1 | 2,2 | 17,6 |
| 2016 | 5,6 | 0 | 36,2 | 0 | 17,5 |
| 2017 | 5 | 0 | 38,7 | 0 | 14,1 |
| 2018 | 2,1 | 0 | 62,5 | 13 | |
| 2019 | 1 | 0 | 75 | 0 | 13,2 |
Definitie: De uitgaven van OCW voor subsidies, opdrachten en bijdrage aan agentschappen, ZBO's en RWT's en (inter-)nationale organisaties van de sector hoger beroepsonderwijs.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven OCW hbo: uitgaven per student per studiejaar
In Euro's x 1.000 (berekend in lopende prijzen)
In de periode 2015-2019 zijn de gemiddelde OCW-uitgaven per hbo-student gestegen van € 6.600 naar € 7.500 ( werkelijk uitgegeven bedragen, afgerond op honderdtallen). De stijging in de onderwijsuitgaven per student voor de jaren 2018 en ook 2019 wordt verklaard door de oploop in de middelen studievoorschot.
De bijdragen aan hbo-instellingen per student (OCW-uitgaven per student plus collegegelden per student) stegen in diezelfde periode van € 8.600 naar € 9.600 (werkelijk uitgegeven bedragen, afgerond op honderdtallen).
| Periode | OCW-uitgaven per student | Collegegelden per student | Bijdrage aan instellingen per student |
|---|---|---|---|
| 2015 | 6,6 | 1,9 | 8,6 |
| 2016 | 6,8 | 2 | 8,7 |
| 2017 | 6,9 | 2 | 9 |
| 2018 | 7,4 | 2 | 9,4 |
| 2019 | 7,5 | 2 | 9,6 |
Definitie: OCW-uitgaven per student betreffen de uitgaven door OCW toe te rekenen aan de bekostiging van de onderwijsinstellingen voor het hoger onderwijs (uitgaven bestemd voor onderwijs exclusief collegegelden) in een jaar gedeeld door het aantal voor bekostiging in aanmerking komende onderwijsdeelnemers op de relevante peildatum van hetzelfde jaar. De bijdragen aan instellingen per student betreffen de OCW-uitgaven per student plus collegegelden per student). Weergegeven in lopende prijzen.
Bron: OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per student (prijspeil 2019)
In Euro's x 1.000
In de periode 2015-2019 zijn de OCW-uitgaven per hbo-student, gerekend vanuit het prijspeil 2019, gestegen van € 7.100 naar € 7.500 (afgerond op honderdtallen). De stijging in de onderwijsuitgaven per student voor de jaren 2018 en ook 2019 wordt verklaard door de oploop in de middelen studievoorschot.
Het betreft de OCW-uitgaven bestemd voor onderwijs exclusief de uitgaven aan collegegelden.
| Periode | Uitgaven per hbo-student op prijspeil 2019 |
|---|---|
| 2015 | 7,1 |
| 2016 | 7,2 |
| 2017 | 7,3 |
| 2018 | 7,6 |
| 2019 | 7,5 |
Definitie: De uitgaven van OCW toe te rekenen aan de bekostiging van de onderwijsinstellingen voor het hoger onderwijs in een jaar gedeeld door het aantal voor bekostiging in aanmerking komende onderwijsdeelnemers op de relevante peildatum van hetzelfde jaar. Weergegeven in prijspeil 2019, dat wil zeggen geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product in 2019.
Bron: OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Totaal ontvangsten
In Euro's x 1.000.000
De totale ontvangsten voor het hbo zijn niet stabiel en kunnen van jaar op jaar erg van omvang wisselen. Ontvangsten ontstaan onder meer door terugbetalingen of door afrekening op bedragen in voorgaande jaren door OCW uitgekeerd.
| Periode | Totaal ontvangsten |
|---|---|
| 2015 | 1,3 |
| 2016 | 1,9 |
| 2017 | 1,4 |
| 2018 | 2,1 |
| 2019 | 4 |
Definitie: De in een eerder jaar teveel gedane uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector hoger beroepsonderwijs binnen het onderwijsstelsel.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: Jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Omzet hbo-instellingen per student
In Euro's x 1.000
De omzet per student van hbo-instellingen (gemiddelde exploitatielast per hbo-student) is licht stijgend.
| Periode | Omzet hbo-instellingen per student |
|---|---|
| 2015 | 9,3 |
| 2016 | 9,5 |
| 2017 | 9,7 |
| 2018 | 10,1 |
| 2019 | 10,4 |
Definitie: Het totaal van exploitatielasten gedeeld door het berekend aantal studenten per kalenderjaar.
Bron: balans- en exploitatiegegevens van hbo-instellingen uit de jaarrekeningen.
Beschikbaarheidsdatum: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020