De opvattingen over aseksuele personen zijn een belangrijk aspect van sociale acceptatie en gelijkheid in de samenleving. Iemand is aseksueel wanneer diegene geen of weinig seksuele aantrekking naar andere personen ervaart. Aseksualiteit gaat dus over aantrekking en is daarmee een seksuele oriëntatie. Recent onderzoek laat zien dat naar schatting bijna 2 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder aseksueel is, wat neerkomt op ongeveer 300 duizend Nederlanders.
De figuur laat zien hoeveel volwassenen positief, neutraal of negatief staan ten opzichte van aseksualiteit en aseksuele personen.
Sociale acceptatie van aseksuele personen
In procenten
De bovenstaande grafiek biedt inzicht in de algemene houding van de Nederlandse bevolking ten opzichte van aseksualiteit. De grafiek laat zien dat een ruime meerderheid (82%) van de respondenten een positieve houding heeft ten opzichte van aseksualiteit. Dit percentage is vergelijkbaar met de positieve houding ten opzichte van homoseksualiteit (86%).
| Oordeel | 2024 |
|---|---|
| positief | 82 |
| neutraal | 16 |
| negatief | 2 |
Bron: Panteia, Movisie & Ipsos I&O. (2024). Lhbtiqa+-monitor 2024. Zoetermeer: Panteia.
Definitie:
De maat is berekend op basis van zeven stellingen over aseksualiteit. De stellingen over of de respondent een relatie zou willen hebben en of je nog steeds verliefd kan worden als je aseksueel bent, zijn niet meegenomen. De relatievraag is niet meegenomen omdat dit geen houding tegenover aseksualiteit weergeeft. Hetzelfde geldt voor de vraag ‘kan je nog steeds verliefd worden als je aseksueel bent?’. Antwoorden op de stellingen zijn gegeven op een vijfpuntsschaal (1 = helemaal mee eens; 2 = mee eens; 3 = niet mee eens, niet mee oneens; 4 = mee oneens; 5 = helemaal mee oneens; 6 = zeg ik liever niet; 7 = weet ik niet; 8 = nog nooit over nagedacht). Antwoordopties 6, 7 en 8 zijn als ontbrekende waarde gecodeerd. Dit betekent dat de personen die liever geen antwoord geven of aangeven het niet te weten of er nog nooit over nagedacht te hebben, niet zijn opgenomen in deze figuur. Van de ontbrekende waarden zijn de gemiddelden geïmputeerd. De vragen zijn zo gecodeerd dat een hogere score duidt op een positievere houding (minimum = 1, maximum = 5). Vervolgens is de totale gemiddelde schaalscore op de stellingen onderverdeeld in de groepen ‘zeer negatief’ (1,00-1,49), ‘negatief’ (1,50-2,49), ‘neutraal’ (2,50-3,49), ‘positief’ (3,50-4,49) en ‘zeer positief’ (4,50-5,00). Als van de items per split-run-groep een schaal wordt geconstrueerd, zijn de Cronbach’s alpha’s 0,70 en 0,61.:
- Aseksuele personen moeten hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen.
- Als je geen seks wilt dan is er iets mis met je en moet je naar een dokter/psycholoog.
- Als twee personen een liefdesrelatie hebben zonder seks, dan is het geen echte liefdesrelatie.
- Als ik een partner heb en die vertelt mij dat die aseksueel is dan heb ik daar geen moeite mee.
- Aseksuele personen moeten begrip hebben als hun partner vreemdgaat.
- Je kan jezelf niet aseksueel noemen als je nooit seks hebt geprobeerd.
- Mensen zijn seksuele wezens en kunnen dus niet aseksueel zijn.
- Ik zou geen relatie willen hebben met een aseksueel persoon.
- Je kan nog steeds verliefd worden als je aseksueel bent.
Data beschikbaar in: tweejaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 10 juni 2026