De opvattingen over homoseksualiteit in brede zin (homoseksuele mannen en lesbische vrouwen) zijn een belangrijk aspect van sociale acceptatie en gelijkheid in de samenleving. 

De grafiek laat zien hoeveel volwassenen positief, neutraal of negatief staan ten opzichte van homoseksuele en lesbische personen door de jaren heen.

Sociale acceptatie van homoseksuele en lesbische personen

In procenten

Panteia, Movisie & Ipsos I&O. (2024). Lhbtiqa+-monitor 2024. Zoetermeer: Panteia.

In de grafiek is te zien dat het percentage mensen met een positieve houding ten opzichte van homo-en lesbische personen is toegenomen. In 2006/2007 lag dit aandeel op 53 procent. Dit is gegroeid tot 78 procent in 2017/2018 en daarna licht gedaald tot 76 procent in 2019/2020. Het aandeel met een negatieve houding is gedaald van 15 procent in 2006/2007 tot 4 procent in 2019/2020. Het percentage mensen met een neutrale houding is gedaald van 32 procent in 2006/2007 tot 20 procent in 2019/2020.

Vanaf 2024 is de meetwijze voor deze indicator veranderd: zowel de steekproef als een aantal stellingen zijn gewijzigd. Deze nieuwe meetwijze wijst op een aandeel positieve houdingen van 86 procent tegenover 9 procent met een neutrale houden en 4 procent met een negatieve houding. Hoewel de nieuwe meetwijze een trendbreuk oplevert, wijzen de vier stellingen die in 2024 gelijk zijn gebleven aan eerdere jaren eveneens op een stijgend aandeel positieve opvattingen ten opzichte van 2019/2020.