NWO kent sinds 2000 een belangrijk en omvangrijk programma dat een bijdrage beoogt te leveren aan de vernieuwing van het onderzoek aan de Nederlandse universiteiten en para-universitaire instituten en moet leiden tot betere loopbaanperspectieven voor jonge onderzoekers: de Vernieuwingsimpuls. Het gaat om een persoonsgebonden subsidievorm die zich op drie doelgroepen richt (in deze vorm bestaat het programma sinds 2002): pas gepromoveerden (VENI), postdocs (VIDI) en ervaren onderzoekers (VICI). In 2000 en 2001 bestond het onderscheid naar doelgroepen nog niet. Sinds de aanvang van de Vernieuwingsimpuls in 2000 zijn in totaal ruim 6.000 beurzen toegekend
Toekenningen Vernieuwingsimpuls (2006-2023)
Aantallen
De figuur laat de toekenningen zien in het kader van de Vernieuwingsimpuls voor de periode 2006-2023. De verschillen tussen universiteiten in het totaal aantal toekenningen hebben vooral te maken met de omvang van de universiteit en het al dan niet hebben van een UMC. Zo heeft de Universiteit van Utrecht (UU) vanuit de Vernieuwingsimpuls in de afgelopen 15 jaar zeven keer zo veel toekenningen gekregen als Tilburg University.
| | VICI | VIDI | VENI |
|---|---|---|---|
| UU | 106 | 255 | 475 |
| UvA | 84 | 223 | 436 |
| LEI | 76 | 196 | 319 |
| Overige instellingen | 69 | 186 | 322 |
| RU | 60 | 181 | 284 |
| RUG | 62 | 154 | 252 |
| VUA | 46 | 121 | 253 |
| TUD | 39 | 129 | 201 |
| EUR | 28 | 127 | 200 |
| UM | 19 | 77 | 140 |
| WUR | 18 | 68 | 132 |
| TUE | 36 | 71 | 97 |
| UT | 24 | 57 | 86 |
| UvT | 15 | 36 | 69 |
Bron: NWO
Definitie: het betreft toekenningen in het kader van de Vernieuwingsimpuls voor de periode vanaf 2006, naar subsidievorm (VENI, VIDI en VICI). Het is mogelijk dat in de loop van de tijd een laureaat van universiteit x naar universiteit y gaat. Voor de periode vanaf 2006 worden de gegevens bij dergelijke wijzigingen bijgewerkt. Voor de gegevens van vóór 2006 gebeurde dit nog niet systematisch.
Beschikbaarheid: Jaarlijks in december
Laatste publicatiedatum: 30 mei 2025
Toekenningen Vernieuwingsimpuls
Percentages
Bij elke universiteit is het aandeel VENI-toekenningen het grootst, gevolgd door het aandeel VIDI-toekenningen. Het merendeel van de toekenningen gaat naar de VENI's met 56 procent, gevolgd door de VIDI's met 32 procent en de VICI's met 12 procent. De verdeling naar subsidievorm varieert per universiteit. Zo hebben de WUR, VU, Universiteit Maastricht en UvA relatief veel VENI's. De Erasmus Universiteit en de technische universiteiten van Delft en Eindhoven hebben het hoogste percentage VIDI's. Voor de technische universiteiten van Eindhoven en Twente geldt dit ook voor de VICI's.
| | VICI | VIDI | VENI |
|---|---|---|---|
| UU | 106 | 255 | 475 |
| UvA | 84 | 223 | 436 |
| LEI | 76 | 196 | 319 |
| Overige instellingen | 69 | 186 | 322 |
| RU | 60 | 181 | 284 |
| RUG | 62 | 154 | 252 |
| VUA | 46 | 121 | 253 |
| TUD | 39 | 129 | 201 |
| EUR | 28 | 127 | 200 |
| UM | 19 | 77 | 140 |
| WUR | 18 | 68 | 132 |
| TUE | 36 | 71 | 97 |
| UT | 24 | 57 | 86 |
| UvT | 15 | 36 | 69 |
Bron: NWO
Definitie: het betreft toekenningen in het kader van de Vernieuwingsimpuls voor de periode vanaf 2006, naar subsidievorm (VENI, VIDI en VICI). Het is mogelijk dat in de loop van de tijd een laureaat van universiteit x naar universiteit y gaat. Voor de periode vanaf 2006 worden de gegevens bij dergelijke wijzigingen bijgewerkt. Voor de gegevens van vóór 2006 gebeurde dit nog niet systematisch.
Beschikbaarheid: Jaarlijks in december
Laatste publicatiedatum: 13 januari 2025