Het Talentenprogramma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) (tot 2019 bekend als de Vernieuwingsimpuls) is een belangrijk en omvangrijk programma dat sinds 2000 bijdraagt aan de vernieuwing van het onderzoek aan de Nederlandse universiteiten en aan betere loopbaanperspectieven voor jonge onderzoekers Het gaat om persoonsgebonden subsidies voor drie doelgroepen : pas gepromoveerden (VENI), postdocs (VIDI) en ervaren onderzoekers (VICI). In 2000 en 2001 bestond het onderscheid naar doelgroepen nog niet. Sinds de aanvang in 2000 zijn in totaal ruim 6.000 beurzen toegekend.
De figuur laat de toekenningen zien in het kader van het NWO Talentenprogramma (tot 2019 bekend als de Vernieuwingsimpuls) voor de periode 2006-2024. Toekenningen zijn uitgesplitst naar type beurs en universiteit.
Toekenningen NWO Talentprogramma en tot 2019 de Vernieuwingsimpuls (2006-2024)
Aantallen, verdeeld naar universiteit (en overige instellingen)
De verschillen tussen universiteiten in het totaal aantal toekenningen hangen vooral samen met de omvang van de universiteit en de aanwezigheid van een universitair medisch centrum (UMC). Zo heeft de Universiteit van Utrecht (UU), inclusief het UMC Utrecht, in de afgelopen 17 jaar bijna zeven keer zo veel toekenningen gekregen als Tilburg University.
Universiteit VICI VIDI VENI UU 13% 31% 57% UvA 11% 33% 57% UL 13% 33% 54% Overige instellingen 14% 33% 53% RU 11% 35% 54% RUG 14% 33% 53% VU 11% 29% 60% TUD 10% 35% 54% EUR 8% 34% 57% UM 8% 32% 60% WUR 9% 32% 60% TUE 17% 34% 49% UT 15% 35% 51% TiU 11% 29% 60% Bron: NWO: NWO-Talentprogramma | NWO
Definitie: Het betreft de toekenningen in het kader van het NWO-Talentenprogramma (tot 2019 bekend als de Vernieuwingsimpuls) voor de periode vanaf 2006, naar subsidievorm (VENI, VIDI en VICI). De cijfers zijn bewerkt door voor elke universiteit alle toekenningen per subsidievorm bij elkaar op te tellen voor de jaren 2006 tot en met 2024. Het is mogelijk dat in de loop van de tijd een laureaat van universiteit wisselt. Vanaf 2006 worden de gegevens bij dergelijke wijzigingen bijgewerkt.
Beschikbaarheid: Jaarlijks in december
Laatste publicatiedatum: 18 september 2026
Toekenningen Talentprogramma, verdeeld naar type beurs (2006-2024)
Percentages per universiteit (en overige instellingen)
Bij alle universiteiten is het aandeel VENI-toekenningen het grootst, gevolgd door het aandeel VIDI-toekenningen. In totaal bestaat 55% van de toekenningen uit VENI-beurzen, 33% uit VIDI-beurzen en 12% uit VICI-beurzen. De verdeling naar type beurs verschilt echter per universiteit. Zo is het aandeel VENI-beurzen relatief groot bij Universiteit Maastricht (UM), de Vrije Universiteit (VU), Tilburg University (TiU) en de Wageningen University and Research (WUR),. De Radboud Universiteit (RU), Technische universiteit Delft (TUD) en Universiteit Twente (UT) hebben een relatief hoog aandeel VIDI-toekenningen. Voor de Technische universiteit Eindhoven (TUE), Universiteit Twente (UT) en Rijksuniversiteit Groningen (RUG) ligt het aandeel VICI-toekenningen relatief hoog.
Universiteit VICI VIDI VENI UU 13% 31% 57% UvA 11% 33% 57% UL 13% 33% 54% Overige instellingen 14% 33% 53% RU 11% 35% 54% RUG 14% 33% 53% VU 11% 29% 60% TUD 10% 35% 54% EUR 8% 34% 57% UM 8% 32% 60% WUR 9% 32% 60% TUE 17% 34% 49% UT 15% 35% 51% TiU 11% 29% 60% Bron: NWO: NWO-Talentprogramma | NWO
Definitie: Het betreft toekenningen in het kader van het NWO-talentenprogramma (tot 2019 bekend als de Vernieuwingsimpuls) voor de periode vanaf 2006, naar subsidievorm (VENI, VIDI en VICI). De cijfers zijn bewerkt door voor elke universiteit alle toekenningen per subsidievorm bij elkaar op te tellen voor de jaren 2006 tot en met 2024. Vervolgens is per type beurs voor elke universiteit berekend welk aandeel dit beslaat van het totaal aantal beurzen. Het is mogelijk dat in de loop van de tijd een laureaat van universiteit wisselt . Vanaf 2006 worden de gegevens bij dergelijke wijzigingen bijgewerkt.
Beschikbaarheid: Jaarlijks in december
Laatste publicatiedatum: 18 september 2026