Sociale veiligheid staat al jarenlang prominent op de agenda van de universiteiten. Ongewenst gedrag zoals pesten, uitsluiting en seksuele intimidatie komt veel voor. Ondanks meldingen van onveilige situaties en incidenten, voelen veel mensen zich over het algemeen veilig op de universiteit (Sectorbeeld ‘Zicht op veiligheid’ uitgebracht door Universiteiten van Nederland (UNL) en Vereniging Hogescholen (VH)). Om sociale veiligheid proactief te kunnen waarborgen is onder andere continue en betrouwbare monitoring nodig.
Ervaren sociale veiligheid onder medewerkers binnen universiteiten in 2024
Percentage medewerkers
Sociale veiligheid is in kaart gebracht door medewerkers aan universiteiten drie stellingen voor te leggen. In 2024 gaven de meeste medewerkers aan dat zij op hun werk zichzelf durven te zijn (85%). Zo geven medewerkers ook aan dat zij op hun werk voor zichzelf durven op te komen (80%) en dat zij zich veilig voelen om directe collega’s feedback te geven (75%). Toch geeft 6-10% van de medewerkers aan, dat zij zich hier niet veilig genoeg voor voelen. De resterende medewerkers zijn het niet oneens en niet eens met de stellingen.
Stelling [Helemaal] oneens Niet oneens, niet eens [Helemaal] eens Op mijn werk durf ik mezelf te zijn. 6% 9% 85% Op mijn werk durf ik voor mezelf op te komen. 7% 13% 80% Ik voel me veilig om directe collega's feedback te geven. 10% 16% 75% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van het Werkonderzoek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert iedere 3 jaar het Werkonderzoek uit samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het programma Venster voor Medewerkers van ICTU. In 2024 hebben in het wetenschappelijk onderwijs 2.000 van de 4.731 benaderde medewerkers (42,3%) aan het onderzoek meegedaan. Onder deze medewerkers vallen ook medewerkers aan umc’s. Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn weegfactoren berekend door het CBS. Deze corrigeren voor afwijkingen in de responsverdeling naar: geslacht, leeftijd, herkomst, type gezin, inkomen en landsdeel. Op basis hiervan kan een betrouwbaar beeld worden geschetst over de werkbeleving van medewerkers aan universiteiten.
In de grafiek zijn de antwoordcategorieën ‘eens’ en ‘helemaal eens’ samengenomen in [Helemaal] eens. Hetzelfde geldt voor de antwoordcategorieën ‘oneens’ en ‘helemaal oneens’, die zijn weergegeven als [Helemaal] oneens.
Bron: ICTU (2025) Ongewenst gedrag en sociale veiligheid, o.b.v. data Werkonderzoek 2024
Ongewenst gedrag en sociale veiligheid in het wetenschappelijk onderwijs 2025 | Universiteiten van NederlandBeschikbaar: Het volgende Werkonderzoek wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026
Ervaren sociale veiligheid van het werkklimaat onder medewerkers binnen de universiteiten
In 2022 en 2024
De mate waarin het werkklimaat van universiteiten als sociaal veilig wordt ervaren, is in kaart gebracht door medewerkers aan universiteiten zeven stellingen over het werkklimaat voor te leggen.
In 2024 vindt 83% van de medewerkers het gemakkelijk om anderen binnen de organisatie om hulp te vragen. In 2022 was dit 80% (+3 procentpunt). Ook vindt 78% van de medewerkers dat mensen elkaar accepteren als ze anders zijn, in 2022 was dit vergelijkbaar met 79%. Driekwart van de medewerkers (73%) is het eens met de stelling dat het niet erg is om een fout te maken, een toename van 6 procentpunt ten opzichte van 2022 (67%). Ongeveer de helft van de medewerkers (51%) is het eens met de stelling dat het veilig is om risico’s te nemen binnen de organisatie, in 2022 was dit 53% (-2 procentpunt).
Hier staat tegenover dat 17% van de medewerkers in 2024 het niet veilig vindt om binnen de organisatie risico’s te nemen (in 2022 15%), en 14% van de medewerkers voelt zich niet veilig genoeg om lastige kwesties naar voren te brengen (in 2022 12%). Ook vindt 14% van de medewerkers dat collega’s opzettelijk door anderen worden gedwarsboomd (in 2022 13%). Daarbij is 12%, in zowel 2024 als 2022, het oneens met de stelling dat ieders talent wordt gewaardeerd.
In de grafiek wordt alleen 2024 weergegeven, cijfers over 2024 en 2022 zijn in de bijbehorende tabel in te zien.
Stelling Oneens Niet oneens, niet eens Eens In mijn organisatie is het gemakkelijk om anderen om hulp te vragen 6% 11% 83% In mijn organisatie accepteren mensen elkaar als ze anders zijn 6% 16% 78% In mijn organisatie is het niet erg om een fout te maken 8% 20% 73% In mijn organisatie wordt ieders talent gewaardeerd 12% 20% 68% In mijn organisatie kun je lastige kwesties naar voren brengen 14% 17% 68% In mijn organisatie worden collega’s niet opzettelijk door anderen gedwarsboomd 14% 21% 65% In mijn organisatie is het veilig om risicos te nemen 17% 32% 51% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van het Werkonderzoek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert iedere 3 jaar het Werkonderzoek uit samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het programma Venster voor Medewerkers van ICTU. In 2024 hebben in het wetenschappelijk onderwijs 2.000 van de 4.731 benaderde medewerkers (42,3%) aan het onderzoek meegedaan. In 2022 waren dit 2.173 van de 5.060 benaderde medewerkers (42,9%). Onder deze medewerkers vallen ook medewerkers aan umc’s. Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn weegfactoren berekend door het CBS. Deze corrigeren voor afwijkingen in de responsverdeling naar: geslacht, leeftijd, herkomst, type gezin, inkomen en landsdeel. Op basis hiervan kan een betrouwbaar beeld worden geschetst over de werkbeleving van medewerkers aan universiteiten.
In de grafiek zijn de antwoordcategorieën ‘eens’ en ‘helemaal eens’ samengenomen in [Helemaal] eens. Hetzelfde geldt voor de antwoordcategorieën ‘oneens’ en ‘helemaal oneens’, die zijn weergegeven als [Helemaal] oneens.
Bron:
ICTU (2025) Ongewenst gedrag en sociale veiligheid, o.b.v. data Werkonderzoek 2024
Ongewenst gedrag en sociale veiligheid in het wetenschappelijk onderwijs 2025 | Universiteiten van NederlandICTU (2023) Sociale veiligheid en inclusie in het wo, o.b.v. data Werkonderzoek 2022
Beter presterende overheidBeschikbaar: Het volgende Werkonderzoek wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026
Ongewenst gedrag onder medewerkers binnen universiteiten door collega’s of leidinggevenden
In 2022 en 2024
Aan de medewerkers van universiteiten is gevraagd in welke mate zij in het afgelopen jaar ongewenst gedrag hebben ervaren door collega’s en leidinggevenden. Hierbij is gevraagd naar de volgende ongewenste omgangsvormen: pesten, verbale agressie, bedreiging/intimidatie, ongewenste seksuele aandacht en fysieke agressie/lichamelijk geweld. Ongewenst gedrag door externen of studenten en discriminatie volgen in aparte grafieken hieronder.
Tussen 2022 en 2024 is er een stijging van ongewenst gedrag door collega’s of leidinggevenden. Pesten komt het meeste voor met 13,8% in 2024, een stijging van 3,3 procentpunt ten opzichte van 2022. Daarna volgen verbale agressie met 13,5% (2022 12,6%), bedreiging/intimidatie met 8,4% (2022 8,0%) en ongewenst seksuele aandacht met 3,6% (2022 2,8%). Fysieke agressie/lichamelijk geweld komt het minst voor met 0,7% in zowel 2024 als in 2022.
Soort ongewenst gedrag 2022 2024 Pesten 10,50% 13,80% Verbale agressie 12,60% 13,50% Bedreiging/intimidatie 8,00% 8,40% Ongewenste seksuele aandacht 2,80% 3,60% Fysieke agressie/lichamelijk geweld 0,70% 0,70% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van het Werkonderzoek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert iedere 3 jaar het Werkonderzoek uit samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het programma Venster voor Medewerkers van ICTU. In 2024 hebben in het wetenschappelijk onderwijs 2.000 van de 4.731 benaderde medewerkers (42,3%) aan het onderzoek meegedaan. In 2022 waren dit 2.173 van de 5.060 benaderde medewerkers (42,9%). Onder deze medewerkers vallen ook medewerkers aan umc’s. Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn weegfactoren berekend door het CBS. Deze corrigeren voor afwijkingen in de responsverdeling naar: geslacht, leeftijd, herkomst, type gezin, inkomen en landsdeel. Op basis hiervan kan een betrouwbaar beeld worden geschetst over de werkbeleving van medewerkers aan universiteiten.
Bron:
ICTU (2025) Ongewenst gedrag en sociale veiligheid, o.b.v. data Werkonderzoek 2024
Ongewenst gedrag en sociale veiligheid in het wetenschappelijk onderwijs 2025 | Universiteiten van NederlandICTU (2023) Sociale veiligheid en inclusie in het wo, o.b.v. data Werkonderzoek 2022
Beter presterende overheidBeschikbaar: Het volgende Werkonderzoek wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026
Ongewenst gedrag onder medewerkers binnen universiteiten door externen of studenten
In 2022 en 2024
Aan de medewerkers van universiteiten is gevraagd in welke mate zij in het afgelopen jaar ongewenst gedrag hebben ervaren door externen of studenten. Hierbij is gevraagd naar de volgende ongewenste omgangsvormen: verbale agressie, bedreiging/intimidatie, ongewenste seksuele aandacht en fysieke agressie/lichamelijk geweld. Discriminatie volgt in een aparte grafiek hieronder.
Tussen 2022 en 2024 is er een stijging van ongewenst gedrag door externen of studenten. Verbale agressie komt het meeste voor met 16,2% in 2024, een stijging van 1,4 procentpunt ten opzichte van 2022. Daarna volgen bedreiging/intimidatie met 9,0% (2022 7,1%) en ongewenst seksuele aandacht met 4,4% (2022 3,3%). Fysieke agressie/lichamelijk geweld komt het minst voor met 1,9% (2022 1,1%).
Bij de meting in 2022 waren (een deel van) de COVID-maatregelen het afgelopen jaar nog van toepassing, waardoor er minder sprake was van fysieke bijeenkomsten of contact. Mogelijk verklaart dit (een gedeelte van) de stijging in ongewenst gedrag.
Soort ongewenst gedrag 2022 2024 Verbale agressie 14,80% 16,20% Bedreiging/intimidatie 7,10% 9,00% Ongewenste seksuele aandacht 3,30% 4,40% Fysieke agressie/lichamelijk geweld 1,10% 1,90% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van het Werkonderzoek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert iedere 3 jaar het Werkonderzoek uit samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het programma Venster voor Medewerkers van ICTU. In 2024 hebben in het wetenschappelijk onderwijs 2.000 van de 4.731 benaderde medewerkers (42,3%) aan het onderzoek meegedaan. In 2022 waren dit 2.173 van de 5.060 benaderde medewerkers (42,9%). Onder deze medewerkers vallen ook medewerkers aan umc’s. Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn weegfactoren berekend door het CBS. Deze corrigeren voor afwijkingen in de responsverdeling naar: geslacht, leeftijd, herkomst, type gezin, inkomen en landsdeel. Op basis hiervan kan een betrouwbaar beeld worden geschetst over de werkbeleving van medewerkers aan universiteiten.
Bron:
ICTU (2025) Ongewenst gedrag en sociale veiligheid, o.b.v. data Werkonderzoek 2024
Ongewenst gedrag en sociale veiligheid in het wetenschappelijk onderwijs 2025 | Universiteiten van NederlandICTU (2023) Sociale veiligheid en inclusie in het wo, o.b.v. data Werkonderzoek 2022
Beter presterende overheidBeschikbaar: Het volgende Werkonderzoek wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026
Discriminatie onder medewerkers binnen universiteiten in 2024
Percentage medewerkers
Aan de medewerkers van universiteiten is gevraagd in welke mate zij in het afgelopen jaar discriminatie hebben ervaren op basis van huidskleur, geslacht, leeftijd, langdurige ziekte, aandoening of handicap, seksuele geaardheid, geloof of iets anders.
In 2024 gaf 10,1% van de medewerkers aan te maken hebben gehad met discriminatie. De meeste medewerkers ervaarden discriminatie op basis van huidskleur (4,6%), gevolgd door iets anders (2,8%), geslacht (2,5%), leeftijd (1,9%), langdurige ziekte, aandoening of handicap (1,4%), seksuele geaardheid (0,5%) en geloof (0,3%).
De categorie discriminatie op basis van langdurige ziekte, aandoening of handicap is nieuw toegevoegd in 2024 waardoor de percentages uit 2022 en 2024 mogelijk minder goed te vergelijken zijn. In 2022 (niet weergegeven in de grafiek en tabel) was het aandeel medewerkers dat te maken had gehad met discriminatie 9,9%. In 2022 gaven de meeste medewerkers aan discriminatie te ervaren door iets anders (5,0%), gevolgd door geslacht (3,3%), leeftijd (2,3%), huidskleur (0,7%), geloof (0,4%) en seksuele geaardheid (0,2%). Opvallend is het verschil tussen 2022 en 2024 voor discriminatie op basis van huidskleur met respectievelijk 0,7% in 2022 en 4,6% in 2024.
Op basis van het Werkonderzoek is het niet mogelijk vast te stellen door wie de discriminatie plaatsvond (collega’s, leidinggevenden, externen of studenten).
Discriminatie op basis van 2024 Huidskleur 4,60% Geslacht 2,50% Leeftijd 1,90% Langdurige ziekte, aandoening of handicap 1,40% Seksuele geaardheid 0,50% Geloof 0,30% Iets anders 2,80% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van het Werkonderzoek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voert iedere 3 jaar het Werkonderzoek uit samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het programma Venster voor Medewerkers van ICTU. In 2024 hebben in het wetenschappelijk onderwijs 2.000 van de 4.731 benaderde medewerkers (42,3%) aan het onderzoek meegedaan. Hieronder vallen ook medewerkers aan umc’s. In 2022 waren dit 2.173 van de 5.060 benaderde medewerkers (42,9%). Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn weegfactoren berekend door het CBS. Deze corrigeren voor afwijkingen in de responsverdeling naar: geslacht, leeftijd, herkomst, type gezin, inkomen en landsdeel. Op basis hiervan kan een betrouwbaar beeld worden geschetst over de werkbeleving van medewerkers aan universiteiten.
In 2024 is de categorie langdurige ziekte, aandoening of handicap nieuw toegevoegd. Mogelijk is dit van invloed op de vergelijking tussen 2022 en 2024. De cijfers uit 2022 worden daarom alleen in de tekst beschreven en niet weergegeven in de tabel of grafiek.
Bron:
ICTU (2025) Ongewenst gedrag en sociale veiligheid, o.b.v. data Werkonderzoek 2024
Ongewenst gedrag en sociale veiligheid in het wetenschappelijk onderwijs 2025 | Universiteiten van NederlandICTU (2023) Sociale veiligheid en inclusie in het wo, o.b.v. data Werkonderzoek 2022
Beter presterende overheidBeschikbaar: Het volgende Werkonderzoek wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026
Ervaren sociale veiligheid onder studenten aan universiteiten
Meningen over de stelling: “Ik voel me veilig om mezelf te zijn op de instelling/opleiding waar ik studeer.”
Sociale veiligheid onder studenten aan universiteiten is in kaart gebracht door studenten de volgende stelling voor te leggen: “Ik voel me veilig om mezelf te zijn op de instelling/opleiding waar ik studeer.” In 2026 geeft 86,0% van de studenten aan het met deze stelling eens te zijn. Toch geeft 3,5% van de studenten aan het niet eens te zijn met de stelling. De resterende studenten zijn het niet oneens en niet eens met de stelling.
Ten opzichte van 2024 is het percentage studenten dat het met deze stelling eens is afgenomen met 1,5 procentpunt. Het percentage dat het oneens is met de stelling bleef nagenoeg gelijk met een stijging van 0,1 procentpunt. Het aandeel studenten dat het niet oneens en niet eens was met de stelling nam toe met 1,4 procentpunt.
Jaar [Helemaal] eens Niet oneens, niet eens [Helemaal] oneens 2026 86,00% 10,50% 3,50% 2025 87,70% 9,00% 3,20% 2024 87,50% 9,10% 3,40% Definitie:
De cijfers zijn afkomstig van de Nationale Studenten Enquête. De cijfers zijn gewogen op basis van instelling, opleiding en vestiging om een zo juist mogelijke afspiegeling weer te geven van de studentenpopulatie (Onderzoeksverantwoording Nationale Studenten Enquête 2024 en 2025). De cijfers zijn inclusief studenten van medische faculteiten.
In 2024 hebben 90.711 studenten de vragenlijst beantwoord, in 2025 84.824 studenten en in 2026 80.392 studenten. Voor alle jaren lag het responspercentage net boven de 4%. In 2024 en 2025 werd in de stelling gesproken over de ‘instelling’. In 2026 werd dit aangepast naar ‘opleiding’. In de grafiek zijn de antwoordcategorieën ‘mee eens’ en ‘zeer mee eens’ samengenomen in [Helemaal] eens. Hetzelfde geldt voor de antwoordcategorieën ‘oneens’ en ‘zeer mee oneens’, die zijn weergegeven als [Helemaal] oneens.
Bron: Nationale Studenten Enquête, bewerking Universiteiten van Nederland
Beschikbaar: De volgende Nationale Studenten Enquête wordt verwacht in 2027.
Publicatiedatum:14 september 2026