Het R&D-personeel is te verdelen naar de drie sectoren waar zij werken: bedrijven, hoger onderwijs en researchinstellingen.
R&D-personeel totaal in Nederland
naar sector van uitvoering ( x 1000 fte)
De periode tot 2011 laat schommelingen zien in de omvang van het R&D -personeel, die vooral veroorzaakt worden door de schommelingen bij bedrijven. Het hoger onderwijs laat een regelmatige stijging zien in het R&D-personeel, terwijl de ontwikkeling bij de researchinstellingen ook wat onregelmatig is.
In 2013 is een stijging te zien bij de bedrijven en een daling bij de researchinstituten. Dit is deels het gevolg van een toename in de R&D uitgaven, maar daarnaast van een wijziging in de methodiek conform internationale afspraken die zijn vastgelegd in de Frascati Handleiding. Vanaf 2013 wordt ook het ingehuurde personeel dat werkzaam is op R&D-projecten binnen de organisatie meegerekend, en daarnaast wordt een deel van de researchinstituten tot de bedrijvensector gerekend.
Tussen 2013 en 2024 neemt het R&D personeel met 46 procent toe; een toename van gemiddeld ruim 4 procent per jaar. In alle sectoren is in deze periode sprake van groei; het sterkst in de bedrijvensector (+ 53%). De groei van R&D personeel bij de researchinstellingen bedraagt 12 procent en in de hoger onderwijssector 33 procent.
| Jaar | Researchinstellingen | Hoger onderwijs | Bedrijven |
|---|---|---|---|
| 2000 | 13,7 | 25,6 | 47,5 |
| 2001 | 13,9 | 26,4 | 48,4 |
| 2002 | 13,7 | 26,9 | 47 |
| 2003 | 14,3 | 27,5 | 44,5 |
| 2004 | 13,6 | 28,4 | 50 |
| 2005 | 12,7 | 28,9 | 48,6 |
| 2006 | 12,8 | 28,6 | 52,8 |
| 2007 | 12,1 | 28,6 | 49,2 |
| 2008 | 12,2 | 29,1 | 48 |
| 2009 | 11,4 | 29,5 | 42,3 |
| 2010 | 11,4 | 30,2 | 54,1 |
| 2011 | 11,2 | 32,2 | 74 |
| 2012 | 13,5 | 32 | 76,8 |
| 2013 | 8,2 | 32,3 | 95,1 |
| 2014 | 8,3 | 33,2 | 94,6 |
| 2015 | 8,3 | 33,6 | 97,4 |
| 2016 | 8,6 | 33,3 | 102,6 |
| 2017 | 8,6 | 34,4 | 107,5 |
| 2018 | 9,3 | 34,7 | 112,8 |
| 2019 | 9,3 | 36 | 115,1 |
| 2020 | 9,6 | 38,4 | 118,4 |
| 2021 | 9,6 | 40,5 | 123,6 |
| 2022 | 9,1 | 40,5 | 134 |
| 2023 | 9,7 | 43,2 | 140,1 |
| 2024 | 9,2 | 43,2 | 145,8 |
Bron: CBS
Definitie: De indicator laat de omvang en de ontwikkeling van het R&D-personeel zien, onderscheiden naar de verschillende sectoren.
Er is een trendbreuk tussen 2010 en 2011, omdat vanaf 2011 de sector bedrijven ook bedrijven met minder dan 10 werknemers omvat. Op basis van nieuwe registerinformatie is de opdeling van de populatie in bedrijven en researchinstellingen vanaf statistiekjaar 2012 herzien. Als gevolg hiervan is het niveau van R&D-uitgaven door bedrijven omlaag bijgesteld en dat van researchinstellingen omhoog. Dit heeft dezelfde gevolgen voor de gegevens over het R&D-personeel. De trendbreuk in 2013 is voornamelijk het gevolg van een wijziging in de methodiek conform internationale afspraken die zijn vastgelegd in de Frascatie Handleiding. Vanaf 2013 wordt ook het ingehuurde personeel dat werkzaam is op R&D-projecten binnen de organisatie meegerekend, en daarnaast wordt een deel van de researchinstituten tot de bedrijvensector gerekend. Cijfers voor 2022 en 2023zijn nader voorlopig. Cijfers voor 2024 zijn voorlopig.
Beschikbaarheid: Tweemaal per jaar: voorlopige cijfers in het najaar, nader voorlopige of definitieve cijfers in het voorjaar..
Laatste publicatiedatum: 5 mei 2026