R&D-personeel als aandeel van de beroepsbevolking

Om de omvang van het R&D-personeel, en de onderzoekers daarbinnen, in perspectief te zetten, kan gekeken worden naar het aandeel ervan binnen de beroepsbevolking. Hierdoor kan de omvang van het R&D-personeel ook internationaal worden vergeleken.

R&D-personeel

R&D-personeel als promille van de beroepsbevolking, 2019 (of dichtsbijzijnde jaar)
Overig RenD-personeelOnderzoekers
DEN5,913,7
BEL6,612,3
KOR3,415,4
FIN4,214,4
OOS6,911,5
NOO4,512,7
NED6,510,6
DUI6,510,3
ZWE2,514,1
FRA510,6
ZWI6,78,7
VK59,3
ITA7,56,2
EU274,98,7
JAP3,39,9
CAN3,68,1
SPA3,76,3
CHN3,12,3

Nederland zit in 2019 boven het EU-gemiddelde, zowel wat betreft het totale R&D personeel als onderzoekers. Denemarken heeft het grootste aandeel R&D-personeel (onderzoekers en overig R&D-personeel samen) per 1000 personen beroepsbevolking. Denemarken heeft ook het grootste aandeel onderzoekers. Belgie, Korea en Finland volgen.

De achterliggende data tonen sinds 2013 een toename voor het merendeel van de landen in zowel het aandeel R&D-personeel als het aandeel onderzoekers. Landen met een sterke groei van het totale R&D-personeel zijn bijvoorbeeld België, Oostenrijk, Noorwegen en Zuid-Korea. Het aandeel onderzoekers neemt sterk toe in onder meer Zuid-Korea, Italië en België.

Het aantal onderzoekers per 1.000 personen lag in Nederland in 2011 nog onder het OESO-gemiddelde. In 2018 ligt het twee procentpunten boven het OESO-gemiddelde. 

Sinds 2011 is het aandeel onderzoekers in Nederland sterker gestegen dan in een aantal andere landen. Dit is vooral dankzij een toename van het aantal onderzoekers in de bedrijvensector. Nederland komt in 2019 op de 7e plaats uit.

OESO / MSTI Brontabel als csv (277 bytes)