Deze indicator monitort de inkomsten van hogescholen voor praktijkgericht onderzoek en brengt de ontwikkeling ervan in kaart. Dit geeft een beeld van de ruimte die gecreëerd wordt voor praktijkgericht onderzoek. De indicator geeft geen beeld van de daadwerkelijke besteding van middelen.
Hogescholen ontvangen financiering uit drie verschillende geldstromen. De eerste geldstroom omvat financiering die rechtstreeks van de rijksoverheid komt. De tweede geldstroom omvat in competitie verkregen middelen voor projecten via Regieorgaan SIA en andere publieke onderzoeksfinanciers. De derde geldstroom omvat inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het praktijkgericht onderzoek wordt uit alle drie geldstromen gefinancierd.
De grafiek laat de ontwikkeling zien van de inkomsten voor praktijkgericht onderzoek van de hogescholen per geldstroom, in de periode van 2018-2023.
Inkomsten hogescholen voor praktijkgericht onderzoek naar geldstroom
In miljoenen euro’s
De middelen voor praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen stegen van 259 miljoen euro in 2018 naar 447 miljoen euro in 2023 (+73%). De eerste geldstroom steeg met 118,5 miljoen euro (+81%) en de tweede geldstroom met 65,0 miljoen euro (+78%). De derde geldstroom nam toe met 6,9 miljoen euro (+30%), terwijl de overige baten met 1,7 miljoen euro (-26%) daalden.
| Jaar | Eerste geldstroom | Tweede geldstroom | Derde geldstroom | overige baten |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 145.650 | 83.161 | 23.273 | 6.535 |
| 2019 | 151.159 | 83.880 | 23.684 | 6.530 |
| 2020 | 157.694 | 90.560 | 27.746 | 4.801 |
| 2021 | 170.623 | 101.760 | 26.771 | 3.680 |
| 2022 | 197.279 | 121.587 | 28.055 | 4.970 |
| 2023 | 264.180 | 148.136 | 30.173 | 4.820 |
Bron: Jaarverslagen hogescholen via Vereniging Hogescholen. De data zijn speciaal voor OCWincijfers.nl verzameld door de Vereniging Hogescholen.
Definitie:
Eerste geldstroom: Rijksbijdrage voor onderzoek vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
Tweede geldstroom: middelen die in competitie verdeeld worden via het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (Regieorgaan SIA) en andere publieke onderzoeksfinanciers – regionaal, nationaal en internationaal. Regieorgaan SIA is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en specifiek gericht op het stimuleren en verbeteren van praktijkgericht onderzoek aan hogescholen. Ook de middelen die verkregen zijn door aanvragen bij ZonMw, andere NWO-onderdelen en internationale aanvragen vallen onder de tweede geldstroom.
Derde geldstroom: inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het betreft hier zowel nationaal als internationaal toegekende middelen.
Overige baten: middelen voor onderzoek die niet vallen onder de hierboven genoemde categorieën, bijvoorbeeld donaties van alumni of sponsorgelden.
Deze indicator is gebaseerd op data van de Vereniging Hogescholen (VH) en verschilt van de indicator Omvang eerste, tweede en derde geldstroom op basis van DUO-data. De huidige indicator gaat alleen over middelen voor onderzoek. De op DUO-data gebaseerde indicator gaat over middelen voor onderzoek en onderwijs.
Beschikbaar: Jaarlijks in juni
Publicatiedatum: 16 juli 2025
Verhouding inkomsten geldstromen hogescholen
In procenten
De omvang van de inkomsten bedoeld voor praktijkgericht onderzoek uit de eerste geldstroom is het grootst met 59% (2023), gevolgd door de tweede geldstroom (33%), de derde geldstroom (7%) en tot slot de overige baten (1%). De verhouding tussen de geldstromen blijft tussen 2018 en 2023 nagenoeg gelijk.
| Jaar | Eerste geldstroom | Tweede geldstroom | Derde geldstroom | overige baten |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 56% | 32% | 9% | 3% |
| 2019 | 57% | 32% | 9% | 2% |
| 2020 | 56% | 32% | 10% | 2% |
| 2021 | 56% | 34% | 9% | 1% |
| 2022 | 56% | 35% | 8% | 1% |
| 2023 | 59% | 33% | 7% | 1% |
Bron: Jaarverslagen hogescholen via Vereniging Hogescholen. De data zijn speciaal voor OCWincijfers.nl verzameld door de Vereniging Hogescholen.
Definitie:
Eerste geldstroom: Rijksbijdrage voor onderzoek vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Tweede geldstroom: middelen die in competitie verdeeld worden via het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (Regieorgaan SIA) en andere publieke onderzoeksfinanciers – regionaal, nationaal en internationaal. Regieorgaan SIA is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en specifiek gericht op het stimuleren en verbeteren van praktijkgericht onderzoek aan hogescholen. Ook de middelen die verkregen zijn door aanvragen bij ZonMw, andere NWO-onderdelen en internationale aanvragen vallen onder de tweede geldstroom. Derde geldstroom: inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het betreft hier zowel nationaal als internationaal toegekende middelen.
Overige baten: Middelen voor onderzoek die niet vallen onder de hierboven genoemde categorieën, bijvoorbeeld donaties van alumni of sponsorgelden.
Deze indicator is gebaseerd op data van de Vereniging Hogescholen (VH) en verschilt van de indicator Omvang eerste, tweede en derde geldstroom op basis van DUO-data. De huidige indicator gaat alleen over middelen voor onderzoek. De op DUO-data gebaseerde indicator gaat over middelen voor onderzoek en onderwijs.
Beschikbaar: Jaarlijks in juni
Publicatiedatum: 16 juli 2025