Deze indicator monitort de inkomsten van hogescholen voor praktijkgericht onderzoek en brengt de ontwikkeling ervan in kaart. Dit geeft een beeld van de ruimte die gecreëerd wordt voor praktijkgericht onderzoek. De indicator geeft geen beeld van de daadwerkelijke besteding van middelen.
Hogescholen ontvangen financiering uit drie verschillende geldstromen. De eerste geldstroom omvat financiering die rechtstreeks van de rijksoverheid komt. De tweede geldstroom omvat in competitie verkregen middelen voor projecten via Regieorgaan SIA en andere publieke onderzoeksfinanciers. De derde geldstroom omvat inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het praktijkgericht onderzoek wordt uit deze drie geldstromen gefinancierd.
De grafiek laat de ontwikkeling zien van de inkomsten voor praktijkgericht onderzoek van de hogescholen per geldstroom, in de periode van 2018-2024.
Inkomsten hogescholen voor praktijkgericht onderzoek naar geldstroom
In miljoenen euro’s
De totale middelen voor praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen stegen van 281 miljoen euro in 2020 naar 511 miljoen euro in 2024 (+82%). De stijging van de totale middelen ten opzichte van 2023 bedroeg 14%. De eerste geldstroom steeg ten opzichte van 2023 met 9% (+ 24 miljoen euro). De tweede geldstroom steeg het hardst, namelijk met 23% (+ 34 miljoen euro) . De derde geldstroom nam toe met 14% (+ 4 miljoen euro).
Jaar Eerste geldstroom Tweede geldstroom Derde geldstroom overige baten 2018 146 83 23 7 2019 151 84 24 7 2020 158 91 28 5 2021 171 102 27 4 2022 197 122 28 5 2023 264 148 30 5 2024 288 182 34 6 Bron: Jaarverslagen hogescholen via Vereniging Hogescholen, Bewerking Rathenau Instituut.
Definitie:
Eerste geldstroom: Rijksbijdrage voor onderzoek vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (lumpsum). Daarnaast financieren hogescholen onderzoeksactiviteiten vanuit hun rijksbijdrage voor onderwijs. Het gaat hier dus om de gerealiseerde uitgaven.
Tweede geldstroom: Hieronder vallen de inkomsten die in competitie verdeeld worden via het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA en andere publieke financiers, regionaal, nationaal en internationaal, waaronder ZonMw, andere NWO-onderdelen en de EU-kaderprogramma’s.
Derde geldstroom: Inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het betreft hier zowel nationaal als internationaal toegekende middelen.
Overige baten: Inkomsten voor onderzoek die niet vallen onder de hierboven genoemde categorieën, bijvoorbeeld donaties van alumni of sponsorgelden.
Deze indicator is gebaseerd op data van de Vereniging Hogescholen (VH) en verschilt van de indicator ‘Omvang eerste, tweede en derde geldstroom’ op basis van DUO-data. De voorliggende indicator gaat alleen over middelen voor onderzoek. De op DUO-data gebaseerde indicator gaat over middelen voor onderzoek en onderwijs.
Beschikbaar: Jaarlijks in augustus
Publicatiedatum: 4 september 2026
Verhouding inkomsten geldstromen hogescholen
In procenten
Van de totale middelen voor praktijkgericht onderzoek is in 2024 56% afkomstig uit de eerste geldstroom, 36% uit de tweede geldstroom, 7% uit de derde geldstroom en 1% uit overige baten. De verhouding tussen de verschillende geldstromen blijft tussen 2020 en 2024 nagenoeg gelijk.
Jaar Eerste geldstroom Tweede geldstroom Derde geldstroom overige baten 2018 56% 32% 9% 3% 2019 57% 32% 9% 2% 2020 56% 32% 10% 2% 2021 56% 34% 9% 1% 2022 56% 35% 8% 1% 2023 59% 33% 7% 1% 2024 56% 36% 7% 1% Bron: Jaarverslagen hogescholen via Vereniging Hogescholen, Bewerking Rathenau Instituut.
Definitie:
Eerste geldstroom: Rijksbijdrage voor onderzoek vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (lumpsum). Daarnaast financieren hogescholen onderzoeksactiviteiten vanuit hun rijksbijdrage voor onderwijs. Het gaat hier dus om de gerealiseerde uitgaven.
Tweede geldstroom: Hieronder vallen de inkomsten die in competitie verdeeld worden via het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA en andere publieke financiers, regionaal, nationaal en internationaal, waaronder ZonMw, andere NWO-onderdelen en de EU-kaderprogramma’s.
Derde geldstroom: Inkomsten uit opdrachtonderzoek voor bedrijven of andere opdrachtgevers. Het betreft hier zowel nationaal als internationaal toegekende middelen.
Overige baten: Inkomsten voor onderzoek die niet vallen onder de hierboven genoemde categorieën, bijvoorbeeld donaties van alumni of sponsorgelden.
Deze indicator is gebaseerd op data van de Vereniging Hogescholen (VH) en verschilt van de indicator ‘Omvang eerste, tweede en derde geldstroom’ op basis van DUO-data. De voorliggende indicator gaat alleen over middelen voor onderzoek. De op DUO-data gebaseerde indicator gaat over middelen voor onderzoek en onderwijs.
Beschikbaar: Jaarlijks in augustus
Publicatiedatum: 4 september 2026
Zie ook
Monitor Praktijkgericht Onderzoek 2024
De Monitor Praktijkgericht Onderzoek monitort de inzet van de middelen uit het bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap 2022 in het hbo.