Het aantal fte in onderzoeksfuncties aan universiteiten geeft inzicht in de beschikbare onderzoekscapaciteit aan universiteiten. Het gaat hierbij om het aantal fte wetenschappelijk personeel in functies met een onderzoektaak. De ontwikkeling van deze indicator over de tijd geeft inzicht in de mate waarin er meer of minder tijd aan onderzoek kan worden besteed. Daarbij is de veronderstelling dat als er meer fte beschikbaar zijn in functies met een onderzoektaak, er meer ruimte is voor het uitvoeren van onderzoek.
De grafieken laten de ontwikkeling zien van het aantal fte in functies met een onderzoektaak aan universiteiten, in de periode 2018-2025.
Aantal fte onderzoeksfuncties aan universiteiten
fte
Het totaal aantal fte in functies met een onderzoektaak aan universiteiten (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de tabel) neemt toe van 25.099 fte in 2020 tot 30.645 fte in 2025 (+22,1%). Het totale personeelsbestand van universiteiten (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de tabel) neemt toe van 49.439 fte in 2020 tot 58.462 fte in 2025 (+18,3%). Daarmee is de groei van het aantal fte in functies met een onderzoekstaak groter dan de groei van het aantal fte in overige functies.
Het aantal fte universitaire hoofddocenten is in deze periode het meest toegenomen van 2.543 fte in 2020 tot 3.435 fte in 2025 (+35,1%). Het aantal fte promovendi volgt met een toename van 30,4%. Het aantal fte onderzoekers en hoogleraren zijn ten opzichte van 2020 het minst toegenomen, met respectievelijk 10,4% en 7,2%.
Tussen 2020 en 2025 neemt het aantal fte van universitaire hoofddocenten en hoogleraren jaarlijks toe. Het laatste jaar is deze stijging respectievelijk 0,9% en 0,3%. Het aantal fte onderzoekers laat na een daling in 2021 en 2022 weer een toename zien vanaf 2023. Tussen 2024 en 2025 neemt het aantal fte onderzoekers met 3,4% toe. Ten opzichte van 2024 daalt het aantal fte promovendi (-1,2%) en universitaire docenten (-4,7%) in 2025. Het totaal aantal fte van onderzoeksfuncties neemt, na jaren van stijging, tussen 2024 en 2025 af (-0,9%). Deze daling is waarschijnlijk het gevolg van bezuinigingen door Kabinet-Schoof, die dus met name beginnende onderzoekers lijken te raken.
| Jaar | Promovendi | Onderzoekers | Universitair docenten | Universitair hoofddocenten | Hoogleraren |
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 8492 | 3894 | 5174 | 2380 | 2821 |
| 2019 | 8763 | 4113 | 5376 | 2460 | 2923 |
| 2020 | 9432 | 4347 | 5769 | 2543 | 3008 |
| 2021 | 10128 | 4220 | 6131 | 2750 | 3060 |
| 2022 | 10596 | 4144 | 6581 | 2920 | 3108 |
| 2023 | 11603 | 4426 | 7155 | 3154 | 3195 |
| 2024 | 12445 | 4643 | 7224 | 3404 | 3217 |
| 2025 | 12296 | 4801 | 6888 | 3435 | 3226 |
Bron: WOPI data Universiteiten van Nederland (UNL)
Definitie: Het betreft hier de gegevens van het personeel met een dienstverband bij de universiteiten. Personen die door derden betaald worden, zoals beurs- en buitenpromovendi of bijzonder hoogleraren, zijn niet in deze data opgenomen. Onder personeel met een onderzoekstaak worden promovendi, onderzoekers, universitaire docenten, universitaire hoofddocenten en hoogleraren gerekend. Het totale personeelsbestand kent daarnaast de categorieën ondersteunend en beheerspersoneel, overig wetenschappelijk personeel onderwijs (docenten) en overig wetenschappelijk personeel.
De gegevens zijn exclusief het gebied gezondheid.
Beschikbaar: jaarlijks in augustus
Publicatiedatum: 25 augustus 2026
Aandeel onderzoeksfuncties binnen het totale personeelsbestand van universiteiten
percentage fte
Het aandeel functies met een onderzoektaak ten opzichte van het totale personeelsbestand van de universiteiten laat een lichte stijging zien, met in 2020 50,8% onderzoeksfuncties en in 2025 52,4%.
Van de functies met een onderzoektaak is de grootste groep de promovendi met 40,1% (2025). Daarna komen de universitaire docenten (22,5%), onderzoekers (15,7%), universitaire hoofddocenten (11,2%) en tot slot hoogleraren (10,5%). De verdeling van fte’s over de onderzoeksfuncties blijft vrijwel gelijk tussen 2020 en 2025.
| Jaar | Promovendi | Onderzoekers | Universitair docenten | Universitair hoofddocenten | Hoogleraren |
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 19 | 8,7 | 11,5 | 5,3 | 6,3 |
| 2019 | 18,7 | 8,8 | 11,5 | 5,3 | 6,3 |
| 2020 | 19,1 | 8,8 | 11,7 | 5,1 | 6,1 |
| 2021 | 19,5 | 8,1 | 11,8 | 5,3 | 5,9 |
| 2022 | 19,5 | 7,6 | 12,1 | 5,4 | 5,7 |
| 2023 | 20 | 7,6 | 12,3 | 5,4 | 5,5 |
| 2024 | 20,9 | 7,8 | 12,1 | 5,7 | 5,4 |
| 2025 | 21 | 8,2 | 11,8 | 5,9 | 5,5 |
Bron: WOPI data Universiteiten van Nederland (UNL)
Definitie: Het betreft hier de gegevens van het personeel met een dienstverband bij de universiteiten. Personen die door derden betaald worden, zoals beurs- en buitenpromovendi of bijzonder hoogleraren, zijn niet in deze data opgenomen. Onder personeel met een onderzoekstaak worden promovendi, onderzoekers, universitaire docenten, universitaire hoofddocenten en hoogleraren gerekend. Het totale personeelsbestand kent daarnaast de categorieën ondersteunend en beheerspersoneel, overig wetenschappelijk personeel onderwijs (docenten) en overig wetenschappelijk personeel.
De gegevens zijn exclusief het gebied gezondheid.
Beschikbaar: jaarlijks in augustus
Publicatiedatum: 25 augustus 2026