Het aantal fte in onderzoeksfuncties aan universitair medische centra (UMC’s) geeft inzicht in de beschikbare onderzoekscapaciteit aan UMC’s. Het gaat hierbij om het aantal fte personeel in functies met een onderzoektaak. De ontwikkeling van deze indicator over de tijd geeft inzicht in de mate waarin er meer of minder tijd aan onderzoek kan worden besteed. Daarbij is de veronderstelling dat als er meer fte beschikbaar zijn in functies met een onderzoektaak, er meer ruimte is voor het uitvoeren van onderzoek.

De grafiek laat de ontwikkeling zien van het aantal fte in functies met een onderzoektaak aan UMC’s, in de periode 2018-2025.

Aantal onderzoeksfuncties aan UMC’s

fte

UMCNL

Het totaal aantal fte in functies met een onderzoektaak aan UMC’s (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de brontabel) neemt toe van 18.292 fte in 2020 tot 19.522 fte in 2025 (+6,7%).

Het aantal fte van artsen in opleiding is tussen 2020 en 2025 het meest toegenomen van 3.734 fte in 2020 tot 4.093 fte in 2025 (+9,6%). Het aantal fte medisch specialisten is tussen 2020 en 2025 toegenomen met +8,4% en het aantal fte onderzoek en onderwijs nam toe met +7,6%. Het aantal fte arts-assistenten en basisartsen schommelt tussen 2020 en 2025 rond de 4.000 en bleef ongeveer gelijk (+0,9%).

Het totale personeelsbestand van universiteiten (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de brontabel) neemt toe van 62.030 fte in 2020 tot 67.069 fte in 2025 (+8,1%). Die toename komt vooral doordat het aantal fte in overige functies 3.800 fte groeit (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de brontabel). Daarmee is de groei van het aantal fte in overige functies (+8,7%) tussen 2020 en 2025 groter dan de groei van het aantal fte in functies met een onderzoekstaak (+6,7%).

Aandeel onderzoeksfuncties binnen het totale personeelsbestand van UMC’s

Percentage fte

UMCNL

In de periode 2020-2025 is het aandeel van de functies met een onderzoekstaak in het personeelsbestand van de UMC’s stabiel. Dit aandeel ligt in 2025 op 29,1% (niet zichtbaar in de grafiek, wel in de brontabel).

Daarbinnen is de functiegroep wetenschappelijk onderzoek en onderwijs het grootst (9,3%), gevolgd door de medisch specialisten (7,6%). Het aandeel arts-assistenten en basisartsen en het aandeel artsen in opleiding is even groot (6,1%). Het aandeel van deze vier functiegroepen is in de periode 2020-2025 vrijwel stabiel.