Het ministerie van OCW bekostigt het grootste deel van de onderwijsinstellingen. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) is tot 2018 verantwoordelijk voor de bekostiging van het groene onderwijs. De omvang van de OCW-uitgaven staat onder invloed van factoren zoals verandering van het aantal leerlingen, beleidsintensivering en loon- en prijsontwikkelingen. Het totale bedrag dat een onderwijsinstelling ontvangt, kan gebruikt worden voor verschillende (deels vastgestelde) doeleinden.
Alle scholen in het voortgezet onderwijs (vo) die bekostigd worden door de Rijksoverheid ontvangen een budget voor onder meer alle personele en materiële kosten die worden gemaakt: de lumpsum. Vanaf 2015 krijgen scholen aanvullende middelen door het in 2014 bereikte Sectorakkoord. Door een verhoging van de zogenaamde prestatiebox worden deze middelen beschikbaar gesteld. Dit geld is onder meer bedoeld voor professionalisering van leraren en schoolleiders.
Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan voortgezet onderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar soort, de OCW-uitgaven per leerling en de totale ontvangsten.
De gegevens in de grafieken bestrijken de periode 2015-2019. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'download deze grafiek'.
Totaal uitgaven
Mln euro
De totale uitgaven van OCW aan het vo bestaan voor een groot deel uit bekostiging. De bekostiging bestaat onder meer uit de hoofdbekostiging (lumpsum), de prestatiebox en de aanvullende bekostiging zoals voor het leerplusarrangement in het vo (voor toelichting, zie inleidende tekst hierboven).
De OCW-uitgaven stijgen jaarlijks als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen, wijzigingen in beleid en de ontwikkeling van het aantal leerlingen.
Naast de bekostiging zijn er verschillende soorten uitgaven die bijdragen aan het totaal van OCW-uitgaven. Deze zijn te vinden onder 'Gerelateerde grafieken'.
| Periode | Totaal uitgaven | Bekostiging |
|---|---|---|
| 2015 | 7662,6 | 7503,2 |
| 2016 | 7951 | 7800,3 |
| 2017 | 8143,9 | 7993 |
| 2018 | 8707,9 | 8527,8 |
| 2019 | 9009,9 | 8817,2 |
Definitie: Het totaal van de uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector voortgezet onderwijs binnen het onderwijsstelsel. Hierin zijn de apparaatskosten van OCW niet opgenomen.
De ontwikkeling van de uitgaven van 2013 op 2014 (zie brontabel) wordt vertekend doordat het Rijk eind 2013 (extra) middelen aan de onderwijsinstellingen heeft vooruitbetaald voor besteding in 2014. Dit naar aanleiding van Begrotingsafspraken 2014 en het Nationaal Onderwijsakkoord.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Overige uitgaven naar soort (exclusief reguliere bekostiging)
Mln euro
Deze figuur toont de verschillende uitgaven die naast de bekostiging bijdragen aan het totaal. Subsidies vormt de grootste component.
| Periode | Subsidies | Opdrachten | Garantie uitgaven | Bijdragen aan ZBO's en RWT's | Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | Bijdragen aan agentschappen (DUO) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 57,8 | 2,4 | 68 | 0,1 | 31,2 | |
| 2016 | 51,5 | 3,7 | 0,2 | 64,8 | 0,2 | 30,3 |
| 2017 | 54,5 | 5 | 59 | 0,2 | 32,3 | |
| 2018 | 63,8 | 3,9 | 0 | 57,8 | 0,1 | 54,5 |
| 2019 | 79,5 | 4,9 | 55,2 | 0,2 | 52,8 |
Definitie: De uitgaven van OCW voor subsidies, opdrachten en bijdrage aan agentschappen, ZBO's en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak ( RWT) en (inter-)nationale organisaties van de sector voortgezet onderwijs.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per leerling (lopende prijzen)
x 1.000 euro
2018: De uitgaven per leerling komt niet overeen met het bedrag dat genoemd is in het jaarverslag (8,7 duizend). De uitgaven per leerling in 2018 wordt berekend op basis van het leerlingenaantal in 2017. In 2017 zijn de leerlingen in het groen onderwijs niet meegenomen in het leerlingenaantal. In het jaarverslag is hiervoor een correctie toegepast.
2019: De uitgaven per leerling komt niet overeen met het bedrag dat genoemd is in het jaarverslag (9,1 duizend). Dit komt doordat er per abuis een kleine fout in de berekening van de uitgaven per leerling in het jaarverslag is gemaakt.
Gemiddeld genomen zijn in 2019 de OCW-uitgaven per vo-leerling 9.200 euro. Dit bedrag varieert naar gelang de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro), leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder meer doordat er een extra vergoeding is voor lwoo- en pro-leerlingen.
| Periode | Uitgaven per vo-leerling in lopende prijzen |
|---|---|
| 2015 | 8 |
| 2016 | 8,2 |
| 2017 | 8,4 |
| 2018 | 9 |
| 2019 | 9,2 |
Definitie: De gesaldeerde totale uitgaven van OCW exclusief bijdrage aan agentschappen en exclusief garantie uitgaven voor het voortgezet onderwijs in een jaar gedeeld door het aantal onderwijsdeelnemers in het voortgezet onderwijs ( inclusief vavo-leerlingen) op peildatum 1 oktober in het voorgaande jaar. Weergegeven in lopende prijzen.
In 2013 (zie brontabel) is de toename vertekend door de eenmalige extra middelen die verstrekt werden in 2013, maar bedoeld waren voor 2014. Dit in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord en de Begrotingsafspraken 2014.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per leerling (prijspeil 2019)
x 1.000 euro
De figuur toont de OCW-uitgaven aan het vo per leerling uitgedrukt in prijzen van het jaar 2019. Zoals te zien is in de figuur, vertonen deze uitgaven een stijgende lijn. Het bedrag varieert afhankelijk van de samenstelling van de school. Vooral scholen die praktijkonderwijs (pro), leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) aanbieden, komen gemiddeld hoger uit. Dat komt onder andere doordat er een extra vergoeding is voor lwoo- en pro-leerlingen.
| Periode | Uitgaven per vo-leerling op prijspeil 2019 |
|---|---|
| 2015 | 8,5 |
| 2016 | 8,7 |
| 2017 | 8,8 |
| 2018 | 9,3 |
| 2019 | 9,2 |
Definitie: De gesaldeerde totale uitgaven van OCW exclusief bijdrage aan agentschappen en exclusief garantie-uitgaven voor het voortgezet onderwijs in een jaar gedeeld door het aantal onderwijsdeelnemers in het voortgezet onderwijs (inclusief vavo-leerlingen) op peildatum 1 oktober in het voorgaande jaar. Weergegeven in prijspeil 2019, dat wil zeggen geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product waarbij 2019 = 100.
In 2013 (zie brontabel) is de toename vertekend door de eenmalige extra middelen die verstrekt werden in 2013, maar bedoeld waren voor 2014. Dit in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord en Begrotingsafspraken 2014.
Bron: OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Totaal ontvangsten
Mln euro
De totale OCW-ontvangsten voor het voortgezet onderwijs zijn niet stabiel en kunnen sterk van omvang wisselen van jaar op jaar. Dit heeft onder meer te maken met beleidsmaatregelen. Zo zijn de ontvangsten gedaald als gevolg van de afschaffing van de lesgelden in het vo per 1 augustus 2005.
| Periode | Totaal ontvangsten |
|---|---|
| 2015 | 8,8 |
| 2016 | 7,9 |
| 2017 | 9,2 |
| 2018 | 10,3 |
| 2019 | 8,9 |
Definitie: De in een eerder jaar teveel gedane uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector voortgezet onderwijs binnen het onderwijsstelsel en de terugvordering van subsidies.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020