Sinds 2014/2015 verlaten jaarlijks 2.500 tot 3.100 leerlingen het voortgezet speciaal onderwijs (vso) vanuit het uitstroomprofiel 'arbeidsmarkt'. Ongeveer een derde van deze leerlingen gaat door in ander onderwijs, de overige leerlingen stromen uit het onderwijs. Een deel van de uitstromers behoort tot de arbeidsmarktpopulatie. Dit zijn personen die zijn uitgestroomd uit het onderwijs, die niet zijn teruggestroomd in het onderwijs én die als ingezetene zijn ingeschreven in de BRP. Van deze groep wordt de arbeidsmarktpositie beschreven. De arbeidsmarktpositie zegt of personen werk (eventueel gecombineerd met een uitkering), een uitkering (eventueel gecombineerd met werk) of geen van beide hebben. De grootte van deze groep varieert over de jaren van 1.600 tot ongeveer 1.900 personen.

In de eerste grafiek wordt de ontwikkeling in de uitstroom naar werk en uitkering getoond, in een tijdreeks die start in 2015. Het cohort dat in dat jaar het voortgezet speciaal onderwijs verliet (schooljaar 2014/2015) is het eerste cohort waarvoor het uitstroomprofiel arbeidsmarkt onderscheiden kan worden.
In de grafieken eronder en in de daarbij horende 'Gerelateerde grafieken' wordt de uitstroom naar werk en uitkering vanuit het vso uitstroomprofiel arbeidsmarkt steeds vanuit een andere hoek belicht. Zo wordt de arbeidsmarktpositie van mannen en vrouwen vergeleken en die van uitstromers met een Nederlandse of (niet-)Europese herkomst.

Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van vso'ers direct na uitstroom

In procenten

CBS

Van de vso’ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt die vanuit schooljaar 2014/2015 het onderwijs verlieten, had ruim de helft (52%) direct na schoolverlaten een uitkering (met al dan niet daarnaast werk). Sindsdien liep dit aandeel steeds verder terug, op een stijging in 2020 na, tot 23% van de uitstroom vanuit schooljaar 2023/2024. Een belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van de nieuwe Wajong in 2015. Vóór 2015 was de Wajong ook voor jonggehandicapten die deels kunnen werken, daarna alleen voor jongeren tussen 18 en 30 jaar waarvan verwacht kan worden dat ze nooit kunnen werken. Hierdoor hebben minder uitstromers recht op deze uitkering dan voorheen.
Het aandeel van de uitstromers met werk steeg tussen 2015 en 2018 van 31% naar 41%. Na een daling in 2020 en een piek in 2023 is het aandeel van de uitstromers met werk in 2024 weer gedaald naar 41%.
Door de invoering van de nieuwe Wajong in 2015 is de combinatie ‘werk met uitkering’ bijna niet meer mogelijk (zie gerelateerde grafiek).

Deze gegevens over 2015 tot en met 2024 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2025 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

Arbeidsmarktpositie van vso'ers direct na uitstroom in oktober 2024, naar geslacht

In procenten

CBS

Van de vso’ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt die vanuit schooljaar 2023/2024 het onderwijs verlieten, had een groter deel van de mannen alleen werk in vergelijking met de vrouwen (43% tegen 29%). Vrouwen hadden vaker alleen een uitkering dan mannen (31% tegen 18%). Het aandeel uitstromers dat geen werk en geen uitkering had, was bij mannen en vrouwen vergelijkbaar (38% tegen 37%).

Deze gegevens over 2024 betreffen definitieve cijfers. Er zijn ook voorlopige gegevens beschikbaar over 2025 (zie betreffende grafieken op deze pagina). Omdat daarin nog niet alle werkenden en uitkeringen zijn meegenomen, zijn die cijfers niet vergelijkbaar met de cijfers in deze grafiek.

Arbeidsmarktpositie van vso’ers direct na uitstroom in oktober 2025, naar geslacht (voorlopige cijfers)

In procenten

CBS

Van de vso’ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt die vanuit schooljaar 2024/2025 het onderwijs verlieten, had een groter deel van de mannen alleen werk als werknemer in vergelijking met de vrouwen (41% tegen 31%). Vrouwen hadden vaker alleen een uitkering dan mannen (33% tegen 20%). Het aandeel uitstromers dat geen werk en geen uitkering had, was bij mannen groter dan bij vrouwen (38% tegen 34%).

Deze gegevens over 2025 betreffen voorlopige cijfers. Werknemers in het buitenland, zelfstandigen en bepaalde uitkeringen konden nog niet worden meegenomen. Om die reden zijn deze cijfers niet vergelijkbaar met de definitieve cijfers over 2024.

Aandeel met werk en aandeel met een uitkering van vso'ers direct na uitstroom (in oktober 2023) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2024)

In procenten

CBS

Deze figuur vergelijkt het aandeel met werk en met een uitkering van vso’ers met uitstroomprofiel arbeidsmarkt direct na uitstroom uit het onderwijs (in 2023) en 1 jaar later. Van de vso’ers die vanuit schooljaar 2022/2023 het onderwijs verlieten, had 44% direct na uitstroom werk (al dan niet gecombineerd met een uitkering) en 24% een uitkering (al dan niet gecombineerd met werk). Een jaar later, in 2024, is het aandeel vso-uitstromers met werk gelijk gebleven (44%) en is het aandeel met een uitkering toegenomen (36%).

De toename van het aandeel jongeren met een uitkering heeft voor een deel te maken met de leeftijd van de schoolverlaters. Jongeren die nog geen 18 jaar zijn hebben geen recht op een uitkering. Een deel van de jongeren die bij het verlaten van het onderwijs 17 jaar waren zal direct na uitstroom geen uitkering krijgen maar een jaar later wel.