Uitgaven OCW
Sinds de publicatie van de cijfers over het jaar 2022, is er geen update meer geweest over de uitgaven aan onderwijs door het ministerie van OCW. De inhaalslag is gemaakt en de cijfers van 2023 en 2024 zijn te vinden op de pagina. Verder wordt doorgegaan met de nieuwe rekenmethode die gehanteerd wordt sinds het jaar 2019 waarbij het uitgangspunt is dat de berekening gebaseerd is op de cijfers in het jaarverslag. Primair wordt enkel gekeken naar de bekostiging per onderwijssector, hierdoor wordt er geen alomvattend beeld gegeven over alle uitgaven omdat bijvoorbeeld de subsidies buiten beschouwing worden gelaten. Hierdoor kan er wel efficiënt een trend gemonitord worden en kan met openbare informatie herleid worden, op basis van welke onderliggende bedragen de totale uitgaven zijn berekend.
De opbouw van de OCW-uitgaven verschilt per sector en daarom is directe vergelijking tussen de sectoren vaak niet goed mogelijk (zie metadata bij de betreffende grafieken). Daarnaast zijn de jaarlijkse verschillen in onderwijsuitgaven in grote mate bepaald door loon- en prijsontwikkelingen. Wijzigingen in beleid en de ontwikkeling van het aantal leerlingen/studenten zorgen er ook voor dat uitgaven van jaar op jaar veranderen.
De eerste figuur toont de totale onderwijsuitgaven van OCW in lopende prijzen (werkelijk uitgegeven bedragen in een jaar). De tweede en derde figuur geven, eveneens in lopende prijzen, de uitgaven per sector en de uitgaven per sector per deelnemer weer.
OCW-uitgaven aan onderwijs totaal
| Periode | Totaal oude methode | Totaal |
|---|---|---|
| 2002 | 21160,9 | |
| 2003 | 22403 | |
| 2004 | 23570,3 | |
| 2005 | 24592,5 | |
| 2006 | 26340,5 | |
| 2007 | 26895,8 | |
| 2008 | 28706,8 | |
| 2009 | 29744,9 | |
| 2010 | 30154,6 | |
| 2011 | 30681,2 | |
| 2012 | 30828,3 | |
| 2013 | 32039,1 | |
| 2014 | 32588,8 | |
| 2015 | 33251,8 | |
| 2016 | 35365,1 | |
| 2017 | 34881,5 | |
| 2018 | 38867,7 | 36777,5 |
| 2019 | 39361,5 | 37959,4 |
| 2020 | 38805,5 | |
| 2021 | 42411,7 | |
| 2022 | 46284,4 | |
| 2023 | 47581,126 | |
| 2024 | 48112,379 |
In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven met name verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
OCW-uitgaven voor onderwijs per sector
| Periode | PO oude methode | PO | VO oude methode | VO | MBO oude methode | MBO | HBO oude methode | HBO | WO oude methode | WO | SF oude methode | SF |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2002 | 6877 | 4932 | 2551,1 | 1603,6 | 3045,2 | 2152 | ||||||
| 2003 | 7245,2 | 5125,3 | 2584,8 | 1634,1 | 3131,6 | 2682 | ||||||
| 2004 | 7574,3 | 5281,6 | 2701,6 | 1720,2 | 3215,6 | 3077 | ||||||
| 2005 | 7881,6 | 5570,8 | 2857,6 | 1802,9 | 3337,9 | 3141,7 | ||||||
| 2006 | 8315 | 5735,3 | 3147,2 | 1881,8 | 3396,6 | 3864,6 | ||||||
| 2007 | 8599,8 | 5999 | 3204,4 | 2030,9 | 3511,5 | 3550,2 | ||||||
| 2008 | 8981 | 6484,9 | 3345,2 | 2158,9 | 3676,7 | 4060,1 | ||||||
| 2009 | 9562,3 | 6782,5 | 3513,7 | 2317,7 | 3781,9 | 3786,8 | ||||||
| 2010 | 9466,2 | 6950,1 | 3508,7 | 2489,2 | 3823 | 3917,4 | ||||||
| 2011 | 9549,5 | 6942,5 | 3476,1 | 2509,4 | 3954,9 | 4248,8 | ||||||
| 2012 | 9746,7 | 7131,7 | 3501,8 | 2543,1 | 3984,9 | 3920,1 | ||||||
| 2013 | 10166,8 | 7436,1 | 3496,3 | 2610,9 | 4065,7 | 4263,3 | ||||||
| 2014 | 9675 | 7315,9 | 3757 | 2732,9 | 4152,1 | 4955,9 | ||||||
| 2015 | 10032,8 | 7662,6 | 4065,9 | 2811,1 | 4210,4 | 4469 | ||||||
| 2016 | 10212,5 | 7951 | 4118,2 | 2833,2 | 4328,2 | 5922 | ||||||
| 2017 | 10494,8 | 8143,9 | 4209,2 | 2926 | 4443,6 | 4664 | ||||||
| 2018 | 11142,5 | 10617 | 8707,9 | 8527,8 | 4601,9 | 4151,1 | 3262,5 | 3185 | 4860 | 4829,6 | 6292,9 | 5467 |
| 2019 | 11759,1 | 11144,4 | 9009,9 | 8817,2 | 4654,1 | 4210,1 | 3399,8 | 3310,6 | 5132,4 | 5101,1 | 5406,2 | 5376 |
| 2020 | 11432,9 | 8837,2 | 4399,9 | 3420,3 | 5386,2 | 5329 | ||||||
| 2021 | 12293,7 | 9643,9 | 4741,5 | 4191,1 | 6034,5 | 5507 | ||||||
| 2022 | 14465 | 10361,1 | 4722,4 | 4611,8 | 6620,1 | 5504 | ||||||
| 2023 | 14695,3 | 10861,6 | 5192,1 | 4476,3 | 7067,6 | 5288,2 | ||||||
| 2024 | 14769,2 | 11050,8 | 5232,9 | 4476,3 | 7067,6 | 5515,6 |
In 2024 stegen in elke sectoren OCW-uitgaven voor onderwijs per deelnemer. Sinds 2002 is er in elk sector groei van de OCW-uitgaven per deelnemer (gemeten in werkelijke uitgaven in dat jaar).
In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven mede verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Een directe vergelijking tussen de sectoren van de uitgaven per deelnemer kan niet worden gemaakt door verschillen in bekostigingssystematiek.
OCW-uitgaven voor onderwijs per deelnemer per sector
| Periode | PO oude methode | PO | VO oude methode | VO | MBO oude methode | MBO | HBO oude methode | HBO | WO oude methode | WO |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2002 | 5.200 | 7.100 | 6.200 | 1.604 | 6.800 | |||||
| 2003 | 5.400 | 7.200 | 6.400 | 1.634 | 6.800 | |||||
| 2004 | 5.500 | 7.200 | 6.600 | 1.720 | 6.800 | |||||
| 2005 | 5.700 | 7.400 | 6.800 | 1.803 | 6.700 | |||||
| 2006 | 5.800 | 7.400 | 7.200 | 1.882 | 6.500 | |||||
| 2007 | 5.900 | 7.600 | 7.200 | 2.031 | 6.500 | |||||
| 2008 | 6.100 | 8.000 | 7.500 | 2.159 | 6.700 | |||||
| 2009 | 6.400 | 8.300 | 8.000 | 2.318 | 6.600 | |||||
| 2010 | 6.400 | 8.400 | 8.100 | 2.489 | 6.500 | |||||
| 2011 | 6.500 | 8.400 | 7.600 | 2.509 | 6.700 | |||||
| 2012 | 6.600 | 8.400 | 7.700 | 2.543 | 6.800 | |||||
| 2013 | 6.900 | 8.500 | 7.800 | 2.611 | 7.100 | |||||
| 2014 | 6.600 | 8.300 | 8.000 | 2.733 | 7.100 | |||||
| 2015 | 6.900 | 8.500 | 8.700 | 2.811 | 7.200 | |||||
| 2016 | 7.100 | 8.700 | 8.500 | 2.833 | 7.200 | |||||
| 2017 | 7.300 | 8.800 | 8.500 | 2.926 | 7.200 | |||||
| 2018 | 7.600 | 7.034 | 9.300 | 8.746 | 8.500 | 8.430 | 3.263 | 6.931 | 7.600 | 8.118 |
| 2019 | 7.800 | 7.418 | 9.200 | 9.215 | 8.200 | 8.444 | 3.400 | 7.134 | 7.500 | 8.339 |
| 2020 | 7.661 | 9.431 | 8.694 | 7.175 | 8.378 | |||||
| 2021 | 8.317 | 10.323 | 9.479 | 8.519 | 9.805 | |||||
| 2022 | 9.416 | 11.004 | 9.767 | 9.401 | 10.194 | |||||
| 2023 | 9.556 | 11.456 | 11.061 | 9.292 | 10.166 | |||||
| 2024 | 9.665 | 11.804 | 11.191 | 9.613 | 10.258 |
In het kengetal 'uitgaven per onderwijsdeelnemer' zijn als regel de bekostiging op het beleidsterrein, bestemd voor het onderwijs aan de betreffende onderwijsdeelnemers aan de bekostigde instellingen, opgenomen.
De figuur toont de uitgaven per deelnemer per sector in lopende prijzen. In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven mede verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Een directe vergelijking tussen de sectoren van de uitgaven per deelnemer kan niet worden gemaakt door verschillen in bekostigingssystematiek.