Sinds de publicatie van de cijfers over het jaar 2022, is er geen update meer geweest over de uitgaven aan onderwijs door het ministerie van OCW. De inhaalslag is gemaakt en de cijfers van 2023 en 2024 zijn te vinden op de pagina. Verder wordt doorgegaan met de nieuwe rekenmethode die gehanteerd wordt sinds het jaar 2019 waarbij het uitgangspunt is dat de berekening gebaseerd is op de cijfers in het jaarverslag. Primair wordt enkel gekeken naar de bekostiging per onderwijssector, hierdoor wordt er geen alomvattend beeld gegeven over alle uitgaven omdat bijvoorbeeld de subsidies buiten beschouwing worden gelaten. Hierdoor kan er wel efficiënt een trend gemonitord worden en kan met openbare informatie herleid worden, op basis van welke onderliggende bedragen de totale uitgaven zijn berekend.
De opbouw van de OCW-uitgaven verschilt per sector en daarom is directe vergelijking tussen de sectoren vaak niet goed mogelijk (zie metadata bij de betreffende grafieken). Daarnaast zijn de jaarlijkse verschillen in onderwijsuitgaven in grote mate bepaald door loon- en prijsontwikkelingen. Wijzigingen in beleid en de ontwikkeling van het aantal leerlingen/studenten zorgen er ook voor dat uitgaven van jaar op jaar veranderen.
De eerste figuur toont de totale onderwijsuitgaven van OCW in lopende prijzen (werkelijk uitgegeven bedragen in een jaar). De tweede en derde figuur geven, eveneens in lopende prijzen, de uitgaven per sector en de uitgaven per sector per deelnemer weer.
OCW-uitgaven aan onderwijs totaal
Mln euro, lopende prijzen
In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven met name verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Periode Totaal oude methode Totaal 2002 21160,9 2003 22403 2004 23570,3 2005 24592,5 2006 26340,5 2007 26895,8 2008 28706,8 2009 29744,9 2010 30154,6 2011 30681,2 2012 30828,3 2013 32039,1 2014 32588,8 2015 33251,8 2016 35365,1 2017 34881,5 2018 38867,7 36777,5 2019 39361,5 37959,4 2020 38805,5 2021 42411,7 2022 46284,4 2023 47581,126 2024 48112,379 Definitie: OCW-uitgaven totaal volgens Departementaal Jaarverslag (x €1 mln.). Het betreffen de uitgaven in lopende prijzen.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: Jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 19 november 2025
OCW-uitgaven voor onderwijs per sector
Mln euro, lopende prijzen
In 2024 stegen in elke sectoren OCW-uitgaven voor onderwijs per deelnemer. Sinds 2002 is er in elk sector groei van de OCW-uitgaven per deelnemer (gemeten in werkelijke uitgaven in dat jaar).
In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven mede verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Een directe vergelijking tussen de sectoren van de uitgaven per deelnemer kan niet worden gemaakt door verschillen in bekostigingssystematiek.
Periode PO oude methode PO VO oude methode VO MBO oude methode MBO HBO oude methode HBO WO oude methode WO SF oude methode SF 2002 6877 4932 2551,1 1603,6 3045,2 2152 2003 7245,2 5125,3 2584,8 1634,1 3131,6 2682 2004 7574,3 5281,6 2701,6 1720,2 3215,6 3077 2005 7881,6 5570,8 2857,6 1802,9 3337,9 3141,7 2006 8315 5735,3 3147,2 1881,8 3396,6 3864,6 2007 8599,8 5999 3204,4 2030,9 3511,5 3550,2 2008 8981 6484,9 3345,2 2158,9 3676,7 4060,1 2009 9562,3 6782,5 3513,7 2317,7 3781,9 3786,8 2010 9466,2 6950,1 3508,7 2489,2 3823 3917,4 2011 9549,5 6942,5 3476,1 2509,4 3954,9 4248,8 2012 9746,7 7131,7 3501,8 2543,1 3984,9 3920,1 2013 10166,8 7436,1 3496,3 2610,9 4065,7 4263,3 2014 9675 7315,9 3757 2732,9 4152,1 4955,9 2015 10032,8 7662,6 4065,9 2811,1 4210,4 4469 2016 10212,5 7951 4118,2 2833,2 4328,2 5922 2017 10494,8 8143,9 4209,2 2926 4443,6 4664 2018 11142,5 10617 8707,9 8527,8 4601,9 4151,1 3262,5 3185 4860 4829,6 6292,9 5467 2019 11759,1 11144,4 9009,9 8817,2 4654,1 4210,1 3399,8 3310,6 5132,4 5101,1 5406,2 5376 2020 11432,9 8837,2 4399,9 3420,3 5386,2 5329 2021 12293,7 9643,9 4741,5 4191,1 6034,5 5507 2022 14465 10361,1 4722,4 4611,8 6620,1 5504 2023 14695,3 10861,6 5192,1 4476,3 7067,6 5288,2 2024 14769,2 11050,8 5232,9 4476,3 7067,6 5515,6 In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven mede verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Bedragen zijn in lopende prijzen (werkelijk uitgegeven bedragen in een jaar).
De OCW-uitgaven per deelnemer maken binnen elke sector een vergelijking in de tijd mogelijk. Een vergelijking tussen onderwijssectoren is echter lastig te maken doordat de opbouw van de OCW-uitgaven per sector verschilt
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: Jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 19 november 2025
OCW-uitgaven voor onderwijs per deelnemer per sector
In duizenden euro, lopende prijzen
In het kengetal 'uitgaven per onderwijsdeelnemer' zijn als regel de bekostiging op het beleidsterrein, bestemd voor het onderwijs aan de betreffende onderwijsdeelnemers aan de bekostigde instellingen, opgenomen.
De figuur toont de uitgaven per deelnemer per sector in lopende prijzen. In 2024 is er voor elke onderwijssector een stijging van de uitgaven. In totaal stegen de OCW-uitgaven aan onderwijs (in werkelijk uitgegeven bedragen) van 47,6 miljard euro in 2023 naar 48,1 miljard in 2024.
Voor het primair- en voortgezet onderwijs is er een lichte stijging in de uitgaven te zien. De belangrijkste oorzaak hiervan is de doorverdeling van de ontvangen loon- en prijsbijstelling. Deze stijging wordt beperkt door het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs in 2024. Dit programma was gericht op het herstellen van de leervertraging op scholen als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast was er ook een daling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en daarmee ook een daling in de uitgaven.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs wordt de stijging van de uitgaven mede verklaard door de bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal studenten.
Een directe vergelijking tussen de sectoren van de uitgaven per deelnemer kan niet worden gemaakt door verschillen in bekostigingssystematiek.
Periode PO oude methode PO VO oude methode VO MBO oude methode MBO HBO oude methode HBO WO oude methode WO 2002 5.200 7.100 6.200 1.604 6.800 2003 5.400 7.200 6.400 1.634 6.800 2004 5.500 7.200 6.600 1.720 6.800 2005 5.700 7.400 6.800 1.803 6.700 2006 5.800 7.400 7.200 1.882 6.500 2007 5.900 7.600 7.200 2.031 6.500 2008 6.100 8.000 7.500 2.159 6.700 2009 6.400 8.300 8.000 2.318 6.600 2010 6.400 8.400 8.100 2.489 6.500 2011 6.500 8.400 7.600 2.509 6.700 2012 6.600 8.400 7.700 2.543 6.800 2013 6.900 8.500 7.800 2.611 7.100 2014 6.600 8.300 8.000 2.733 7.100 2015 6.900 8.500 8.700 2.811 7.200 2016 7.100 8.700 8.500 2.833 7.200 2017 7.300 8.800 8.500 2.926 7.200 2018 7.600 7.034 9.300 8.746 8.500 8.430 3.263 6.931 7.600 8.118 2019 7.800 7.418 9.200 9.215 8.200 8.444 3.400 7.134 7.500 8.339 2020 7.661 9.431 8.694 7.175 8.378 2021 8.317 10.323 9.479 8.519 9.805 2022 9.416 11.004 9.767 9.401 10.194 2023 9.556 11.456 11.061 9.292 10.166 2024 9.665 11.804 11.191 9.613 10.258 Definitie: De gesaldeerde onderwijsuitgaven van OCW per onderwijssector in een jaar gedeeld door het aantal onderwijsdeelnemers in een onderwijssector op de peildatum in hetzelfde jaar.
In het kengetal 'uitgaven per onderwijsdeelnemer' zijn als regel alle uitgaven op het beleidsterrein, bestemd voor het onderwijs aan de betreffende onderwijsdeelnemers aan de bekostigde instellingen, opgenomen.
Bedragen zijn in lopende prijzen (werkelijk uitgegeven bedragen in een jaar).
De OCW-uitgaven per deelnemer maken binnen elke sector een vergelijking in de tijd mogelijk. Een vergelijking tussen onderwijssectoren is echter lastig te maken doordat de opbouw van de OCW-uitgaven per sector verschilt.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Publicatiedatum: 19 november 2025