De leerlingleraarratio betreft het gemiddeld aantal leerlingen per voltijdeenheid leraar. Dit is iets anders dan de gemiddelde groepsgrootte. De leerlingleraarratio verschilt per onder­wijs­sector en is sterk afhankelijk van wie je meetelt als leraar en wie niet. Zo komen in het middelbaar beroepsonderwijs relatief veel instructeurs voor die niet meetellen als le­raar. De leerlingleraarratio is het hoogst in het middelbaar beroepsonderwijs (16,5 leerlingen per voltijdeenheid leraar) en het laagst in het voortgezet onderwijs (14,7 leerlingen per voltijdeenheid leraar). Binnen het primair onderwijs varieert de leerlingleraarratio aanzienlijk. Zo loopt deze ratio uiteen van 6,8 leerlingen in het (voortgezet) speciaal onder­wijs tot 18 leerlingen in het basisonderwijs. De leerlingleraarratio’s zijn in de afgelopen tien jaar voor iedere sector redelijk stabiel.

Leerlingleraarratio per sector

Bron: DUO

Leerlingleraarratio per (sub)sector

2016201720182019202020212022202320242025
POTotaal16,716,516,216,116,115,815,91616,116,2
BAO18,418,217,817,717,717,317,517,717,818
SBAO9,29,39,49,39,39,29,29,29,19,2
(V)SO6,56,66,66,66,66,86,96,86,86,8
VOTotaal15,415,415,315,215,114,614,614,614,614,7
MBOTotaal18,418,218,117,917,917,216,616,516,616,5