Niet-bekostigd onderwijs wordt niet gesubsidieerd door de ministeries van OCW en EZ. De kosten van de opleiding komen voor rekening van degene die de opleiding volgt, van de werkgever of van de uitkeringsinstantie. Bij niet-bekostigd onderwijs kan worden gedacht aan opleidingen aan een particulier instituut, schriftelijke cursussen of bedrijfsopleidingen. Voorbeelden zijn taalcursussen of een havo/vwo-opleiding aan een particulier instituut.

In onderstaande figuur is te zien hoeveel personen een cursus of opleiding volgden in het niet-bekostigd onderwijs. Per kalenderjaar is de deelname per leeftijdsgroep in beeld gebracht.

Niet-bekostigd onderwijs, deelnemers naar leeftijd, 2021-2024

x 1.000

CBS

In 2024 volgden 2,3 miljoen personen van 17 tot 65 jaar een opleiding in het niet-bekostigd onderwijs. Niet-bekostigd onderwijs wordt vooral gevolgd door mensen tussen de 25 en 55 jaar. Jongeren onder de 25 jaar volgen vooral bekostigd onderwijs.