Een lerarenopleiding leidt in de meeste gevallen op tot een diploma in het hoger onderwijs. In Nederland is dit voor het basisonderwijs veelal een diploma op hbo-bachelor niveau.
Onderstaande figuren tonen de verhouding tussen het salaris van leraren en het jaarsalaris van een werknemer met een diploma op vergelijkbaar niveau.
Vergeleken met de vergelijkingslanden in de figuur, is het relatieve salaris in het basisonderwijs in Nederland gelijk aan dat in Denemarken en lager dan in Duitsland en Verenigd Koninkrijk. In de VS is het relatieve salaris aanzienlijk lager dan in Nederland.
In het voortgezet onderwijs is het relatieve lerarensalaris in Nederland vergelijkbaar met het gemiddelde van de EU-landen. Ook hier is het relatieve salaris in de VS veel lager dan in Nederland.
Op deze pagina worden a.d.h.v. OESO-cijfers vergelijkingen gemaakt tussen het lerarensalaris en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer. Binnen ho-opgeleide werknemers (ISCED, niveaus 5 t/m 8) wordt geen onderscheid gemaakt tussen hbo- en wo-opgeleiden in de toedeling. Het overgrote deel van de leraren haalt hun bevoegdheid via een hbo-opleiding (Diploma's in de lerarenopleidingen). Binnen de Nederlandse context wordt hierdoor het lerarensalaris negatief beïnvloed, omdat hbo-opgeleide leraren (te) vaak worden vergeleken met wo-opgeleide werknemers.
Verhouding tussen het lerarensalaris en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer in de leeftijd van 25-64 jaar
naar niveau (2025)
Er zijn verschillen in de verhouding tussen het lerarensalaris en dat van álle hoogopgeleiden naar niveau, waarbij rekening gehouden moet worden met bovenstaande duiding over vergelijkbaarheid. De algemene trend laat zien dat leraren in de bovenbouw voortgezet onderwijs relatief qua salaris het beste verdienen. In Nederland is het salaris voor onder- en bovenbouw vo gelijk, maar dat geldt niet voor alle landen. Met name in België zien we grote verschillen in salaris tussen onder- en bovenbouw vo.
Land basisonderwijs onderbouw voortgezet onderwijs bovenbouw voortgezet onderwijs NLD 0,81 0,88 0,88 VK 0,87 1,03 1,03 VS 0,61 0,63 0,66 FIN 0,86 0,94 1,06 DUI 0,87 0,96 1,01 DEN 0,81 0,82 0,94 BEL (Vl.) 0,85 0,86 1,03 BEL (Wal.) 0,8 0,79 0,98 OESO 0,87 0,91 0,95 EU25 0,84 0,87 0,91 Bron: EAG 2026, tabel D3.2
Definitie: Ratio is gebaseerd op gemiddelde salarissen (incl. bonussen en vergoedingen) van fulltime leraren en school hoofden in publieke instituties relatief tot de inkomsten van vergelijkbaar-opgeleiden fulltimers. Hierbij zijn vergelijkbaar-opgeleiden gewogen naar ratio’s van ISCED-kwalificaties onder leraren, maar dit maakt nog steeds geen onderscheid tussen hbo en wo (zie uitleg bovenaan pagina).
Zie ook de publicatie op de website van de OESO en OECD Handbook for Internationally Comparative Education StatisticsBeschikbaarheidsdatum: 29 september 2026
Publicatiedatum: 29 september 2026
Verhouding tussen het lerarensalaris (basisonderwijs) en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer in de leeftijd van 25-64 jaar
naar geslacht (2025)
In deze grafiek staat het relatieve salaris voor mannen en vrouwen apart. Het is niet gewogen voor opleidingsniveau van de ho-opgeleide werknemers en de leraren.
Ten opzichte van het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide mannelijke werknemer verdient een Nederlandse man die lesgeeft in het basisonderwijs 26% minder. Voor vrouwelijke leraren relatief tot vrouwelijke ho-opgeleide is dit 6%. Dit patroon is ook zichtbaar in andere OESO-landen. Gemiddeld hebben vrouwelijke leraren in de OESO-landen een nagenoeg even hoog salaris als alle ho-opgeleide werkneemsters. Mannelijke leraren in de OESO verdienen minder dan gemiddelde ho-opgeleide mannelijke werknemers.
Land Man Vrouw NLD 0,74 0,94 ENG 0,8 0,97 VS 0,55 0,73 FIN 0,77 0,95 DUI DEN 0,72 0,93 BEL (Vl.) 0,8 0,92 BEL (Wal.) 0,76 0,87 OESO 0,77 0,99 Bron: EAG 2026, tabel D3.5 (web only)
Definitie: Ratio is gebaseerd op gemiddelde salarissen (incl. bonussen en vergoedingen) van fulltime leraren en school hoofden in publieke instituties relatief tot de inkomsten van vergelijkbaar-opgeleiden fulltimers. Bij deze grafiek wordt het salaris van vergelijkbaar-opgeleiden niet gewogen naar ratio’s van ISCED, wat resulteert in een extra scheve vergelijking.
Voor Duitsland zijn geen cijfers beschikbaar.
Zie ook de publicatie op de website van de OESO en OECD Handbook for Internationally Comparative Education StatisticsBeschikbaarheidsdatum: 29 september 2026
Publicatiedatum: 29 september 2026
Verhouding tussen het lerarensalaris (onderbouw voortgezet onderwijs) en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer in de leeftijd van 25-64 jaar
naar geslacht (2025)
In deze grafiek staat het relatieve salaris voor mannen en vrouwen apart. Het is niet gewogen voor opleidingsniveau van de ho-opgeleide werknemers en de leraren.
Ten opzichte van het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide mannelijke werknemer verdient een Nederlandse man die lesgeeft in de onderbouw vo 16% minder. Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld als ze lesgeven in de onderbouw vo net zo veel als een ho-opgeleide vrouw. Dit patroon is ook zichtbaar in andere OESO-landen. Gemiddeld hebben vrouwelijke leraren in de OESO-landen een marginaal hoger salaris als alle ho-opgeleide werkneemsters. Mannelijke leraren in de OESO verdienen minder dan gemiddelde ho-opgeleide mannelijke werknemers.
Land Man Vrouw NLD 0,84 1 ENG 0,9 1,08 VS 0,56 0,76 FIN 0,82 1,05 DUI DEN 0,72 0,93 BEL (Vl.) 0,79 0,94 BEL (Wal.) 0,73 0,86 OESO 0,81 1,04 Bron: EAG 2026, tabel D3.5 (web only)
Definitie: Ratio is gebaseerd op gemiddelde salarissen (incl. bonussen en vergoedingen) van fulltime leraren en school hoofden in publieke instituties relatief tot de inkomsten van vergelijkbaar-opgeleiden fulltimers. Bij deze grafiek wordt het salaris van vergelijkbaar-opgeleiden niet gewogen naar ratio’s van ISCED, wat resulteert in een extra scheve vergelijking.
Voor Duitsland zijn geen cijfers beschikbaar.
Zie ook de publicatie op de website van de OESO en OECD Handbook for Internationally Comparative Education StatisticsBeschikbaarheidsdatum: 29 september 2026
Publicatiedatum: 29 september 2026
Verhouding tussen het lerarensalaris (basisonderwijs) en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer in de leeftijd van 25-64 jaar
naar leeftijd (2025)
In deze grafiek staat het relatieve salaris naar leeftijd. Het is niet gewogen voor opleidingsniveau van de ho-opgeleide werknemers naar ratio van de leraren.
Het salaris van leraren tussen de 25 en 34 jaar in het basisonderwijs in Nederland is 97% van het gemiddelde salaris van jonge hoogopgeleiden tussen 25 en 34 jaar. Nederland is hiermee de hoogste van de vergelijkingslanden. Na verloop van tijd wordt het verschil met het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer groter. Dit patroon is ook bij andere EU-landen zichtbaar, maar in Nederland is het sterker dan gemiddeld in de EU-landen. In sommige landen zijn er veel kleinere verschillen naar leeftijd, bijvoorbeeld in België.
Land 25-34 35-44 45-54 55-64 25-64 NLD 0,97 0,84 0,72 0,72 0,81 ENG 0,92 0,86 0,87 0,89 0,87 VS 0,66 0,58 0,61 0,64 0,61 FIN 0,9 0,83 0,83 0,86 0,86 DUI 0,87 DEN 0,94 0,82 0,74 0,74 0,81 BEL (Vl.) 0,92 0,87 0,85 0,83 0,85 BEL (Wal.) 0,86 0,81 0,8 0,77 0,8 OESO 0,87 0,79 0,78 0,8 0,87 EU25 0,84 0,8 0,79 0,8 0,84 Bron: EAG 2026, tabel D3.5 (web only)
Definitie: Ratio is gebaseerd op gemiddelde salarissen (incl. bonussen en vergoedingen) van fulltime leraren en school hoofden in publieke instituties relatief tot de inkomsten van vergelijkbaar-opgeleiden fulltimers. Bij deze grafiek wordt het salaris van vergelijkbaar-opgeleiden niet gewogen naar ratio’s van ISCED, wat resulteert in een extra scheve vergelijking.
Voor Duitsland ontbreken de waarden van de verschillende leeftijdsgroepen, alleen de leeftijdsgroep 25-64 jaar is beschikbaar.
Zie ook de publicatie op de website van de OESO en OECD Handbook for Internationally Comparative Education StatisticsBeschikbaarheidsdatum: 29 september 2026
Publicatiedatum: 29 september 2026
Verhouding tussen het lerarensalaris (onderbouw voortgezet onderwijs) en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer in de leeftijd van 25-64 jaar
naar leeftijd (2025)
In deze grafiek staat het relatieve salaris naar leeftijd. Het is niet gewogen voor opleidingsniveau van de ho-opgeleide werknemers en de leraren.
Het gemiddelde salaris voor 25-34 jarigen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs in Nederland is 101% van het salaris van een gemiddelde 25-34 jarige ho-opgeleide werknemer. Na verloop van tijd slaat dit om en ontstaat een verschil met het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer. Het verschil is tussen het lerarensalaris en het gemiddelde salaris van een ho-opgeleide werknemer na 35 jaar is minder groot dan bij leraren in het basisonderwijs. Dit patroon is bij andere EU-landen ook zichtbaar. Er zijn wel verschillen tussen landen in hoe groot dit verschil naar leeftijd is.
Land 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55-64 jaar 25-64 jaar NLD 1,01 0,9 0,78 0,8 0,88 ENG 0,99 0,98 0,98 0,98 1,03 VS 0,67 0,61 0,63 0,65 0,63 FIN 0,97 0,9 0,91 0,93 0,94 DUI 0,96 DEN 0,94 0,83 0,75 0,75 0,82 BEL (Vl.) 0,92 0,88 0,85 0,82 0,86 BEL (Wal.) 0,86 0,81 0,78 0,74 0,79 OESO 0,91 0,83 0,83 0,84 0,91 EU25 0,87 0,82 0,81 0,82 0,87 Bron: EAG 2026, tabel D3.5 (web only)
Definitie: Ratio is gebaseerd op gemiddelde salarissen (incl. bonussen en vergoedingen) van fulltime leraren en school hoofden in publieke instituties relatief tot de inkomsten van vergelijkbaar-opgeleiden fulltimers. Bij deze grafiek wordt het salaris van vergelijkbaar-opgeleiden niet gewogen naar ratio’s van ISCED, wat resulteert in een extra scheve vergelijking.
Voor Duitsland ontbreken de waarden van de verschillende leeftijdsgroepen, alleen de leeftijdsgroep 25-64 jaar is beschikbaar.
Zie ook de publicatie op de website van de OESO en OECD Handbook for Internationally Comparative Education StatisticsBeschikbaarheidsdatum: 29 september 2026
Publicatiedatum: 29 september 2026