Meer dan 81.000 wo-studenten verlieten na studiejaar 2023/2024 het onderwijs. Daarvan hadden er ruim 69.500 een diploma en ruim 11.500 geen diploma. De arbeidsmarktpositie van studenten die uitstromen uit het wetenschappelijk onderwijs (wo) wordt jaarlijks in kaart gebracht.

Van de wo-uitstromers die de voltijd opleiding (inclusief duaal) hebben gevolgd, wordt weergegeven of ze direct na uitstroom in oktober werk of een uitkering of een combinatie van beide hebben.

In de eerste figuur wordt een tijdreeks gegeven met het aandeel studenten dat direct na het verlaten van de opleiding (in oktober) een betaalde baan heeft, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen studenten met én zonder diploma. In de gerelateerde figuur wordt de tijdreeks gegeven voor het aandeel met een uitkering. In beide figuren zijn de internationale studenten in de groep wo-uitstromers meegenomen.

Het aandeel internationale studenten (studenten met een niet-Nederlandse nationaliteit en een niet-Nederlandse vooropleiding) van de wo-uitstromers is gestegen van 14,0% in 2008 naar 34,9% in 2024. Internationale studenten die na hun studie uit Nederland vertrekken, schrijven zich niet altijd (direct) uit bij de Basisregistratie Personen (BRP). Dit kan leiden tot een overschatting van het aantal wo-uitstromers zonder werk en zonder uitkering. Voor een goed beeld van de ontwikkeling van de arbeidsmarktpositie wordt daarom aangeraden om alleen naar de niet-internationale studenten te kijken. In de tweede en derde gerelateerde figuur worden dan ook de wo-uitstromers met werk of een uitkering getoond exclusief de internationale studenten.

In de volgende figuren en gerelateerde grafieken wordt de arbeidsmarktpositie van gediplomeerde voltijdstudenten per studierichting, opleiding en diploma weergegeven. Cijfers over deeltijdstudenten, internationale studenten en ongediplomeerden zijn te vinden op StatLine (zie link onder 'Zie ook').

Aandeel met werk van voltijd wo'ers direct na uitstroom, naar wel/geen diploma

In procenten

CBS

In 2024 had 75,9% van de wo'ers direct na uitstroom werk. Dit is iets lager dan het aandeel werkenden een jaar eerder (76,5). Het grootste deel van de uitstromers verlaat het wo met diploma (85,7% in 2024). Voor gediplomeerde uitstromers daalde het aandeel met werk naar 77,6%, voor ongediplomeerde uitstromers naar 64,3%. Het verschil in het aandeel werkenden tussen uitstromers met en zonder diploma is ten opzichte van 2023 licht toegenomen tot 13,3%-punt, maar is in vergelijking met de voorgaande jaren relatief laag.

Arbeidsmarktpositie van gediplomeerde voltijd wo'ers direct na uitstroom in oktober 2024, naar studierichting

In procenten

CBS

Van de studenten met diploma die uit het wo stroomden in 2024 had 76% direct na uitstroom werk (zonder uitkering), maar had 21% geen werk en geen uitkering direct na uitstroom. Een klein deel had zowel werk als een uitkering (1%) of alleen een uitkering (1%). Studenten uit de richting 'Onderwijs' hadden het vaakst alleen werk (93%). In vergelijking met andere sectoren hadden studenten uit de richting 'Sectoroverstijgend' het vaakst geen werk en geen uitkering (36%). 

Arbeidsmarktpositie van gediplomeerde voltijd wo'ers direct na uitstroom in oktober 2025, naar studierichting (voorlopige cijfers)

In procenten

CBS

Van de gediplomeerde voltijd wo'ers die uitstroomden in 2025 was 72% in oktober 2025 alleen werknemer. Meer dan een kwart van alle gediplomeerde uitstromers was direct na uitstroom geen werknemer en had ook geen uitkering. Studenten uit de richting 'Onderwijs' hadden het vaakst een baan zonder uitkering (92%). Studenten uit de richting 'Sectoroverstijgend' waren het minst vaak alleen werknemer (55%). Merk op dat het hier om voorlopige cijfers gaat waarbij niet alle uitkeringen en werkenden zijn waargenomen. Zo zijn uitstromers die werk hebben als zelfstandige niet inbegrepen.

Arbeidsmarktpositie van gediplomeerde voltijd wo'ers direct na uitstroom (in oktober 2023) en 1 jaar na uitstroom (in oktober 2024), naar soort diploma

In procenten

CBS

Van de gediplomeerde voltijd wo-studenten die in het jaar 2023 uitstroomden uit het onderwijs had 78% in oktober 2023 werk (met of zonder uitkering). Een jaar later is dit gestegen tot 91%. Verreweg het grootste absolute aantal uitstromers betreft de groep met een wo-master, dit was met 45.380 studenten 68,2% van het totaal aantaal wo-uitstromers. Van deze groep had 80% direct na uitstroom werk, 1 jaar later is dit gestegen tot 93%. De studenten die met een bachelordiploma uitstromen vormen met 17.710 studenten een kleinere groep van de uitstroom (26,6%). Voor deze studenten was het percentage met werk direct na uitstroom 71%, en 1 jaar later 80%. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat alleen gekeken wordt naar de studenten die doorstromen naar de arbeidsmarkt. Studenten die terugstromen in het onderwijs, worden in de telling niet meegenomen. Van de kleinste groep, studenten met een vervolgopleiding (5,2%), heeft een overgrote deel direct werk: 93%. 1 jaar later is dat nog verder gestegen naar 95%.

Arbeidsduur van gediplomeerde voltijd wo'ers een jaar na uitstroom in oktober 2024, naar studierichting

In procenten

CBS

Van de in 2023 uitgestroomde gediplomeerde voltijd wo-studenten had 87% in oktober 2024 werk voor minimaal 20 uur per week. Studenten uit de richting 'Onderwijs' en 'Techniek' hadden het vaakst een grotere baan. Van de uitstromers uit de richting 'Sectoroverstijgend' werkte 64% minimaal 20 uur in de week. Dit is het laagste percentage van alle studierichtingen. Voor de studierichtingen 'Sectoroverstijgend' en 'Taal en cultuur' is het verschil tussen het percentage uitstromers met een grote baan (minimaal 20 uur per week) en het percentage met werk (ongeacht het aantal uur per week), groter dan in andere studierichtingen. Relatief veel uitstromers uit deze studierichtingen werken dus weinig uur in de week.

Aandeel met werk van gediplomeerde voltijd wo'ers een jaar na uitstroom, naar arbeidsduur

In procenten

CBS

Het aandeel van gediplomeerde wo-uitstromers dat een jaar na uitstroom werk heeft is in 2024 91%, en is daarmee iets kleiner dan een jaar eerder. Het aandeel wo-uitstromers met een kleine baan (minstens 12 uur in de week) is iets groter ten opzichte van het aandeel wo-uitstromers met een grote baan (minstens 20 uur in de week). Het verschil tussen het aandeel met werk en het aandeel met een baan voor 20 uur per week of meer is in 2024 ten opzichte van 2023 gelijk gebleven met 4%-punt. In de meest recente jaren werd dit verschil geleidelijk steeds kleiner; van 5%-punt in 2015 tot 3%-punt in 2022. Dit betekent dat ten opzichte van twee jaar geleden iets minder werkenden onder de wo-uitstromers meer dan 20 uur in de week zijn gaan werken.