Samenstelling personeel wetenschappelijk onderwijs

In het Wetenschappelijk Onderwijs Personeels Informatie-systeem (WOPI) wordt het personeelsbestand van universiteiten jaarlijks bijgehouden. De WOPI-gegevens zijn afkomstig van de personeelsbestanden van Nederlandse universiteiten.

De grafiek geeft de samenstelling van het personeel in het wo weer. Onder 'Gerelateerde grafieken' is het aandeel van bepaalde leeftijdsgroepen van het universitaire personeel te vinden. Ook in deze categorieën is de verdeling al jaren constant. 
Het percentage vrouwelijke werknemers is wel aan verandering onderhevig in de loop der jaren. Dit is te zien in de onderste grafiek op deze pagina. 

Personeel wo: samenstelling personeel universiteiten

Personeel wo: samenstelling personeel universiteiten In procenten van totaal
Ondersteunend en beheerdpersoneel (OBO)Overig wetenschappelijk personeel (OVWP)Promovendus (PROM)Universitair docent (UD)Universitair hoofddocent (UHD)Hoogleraar (HGL)
201541,91619,511,25,16,3
201641,716,119,311,45,36,2
201741,816,119,111,55,36,2
20184215,91911,55,36,3
201942,116,118,711,55,36,3

Ondersteunend personeel is veruit de grootste functiegroep (42% in 2019), gevolgd door promovendi (bijna 19%). De functieverdeling is al jaren stabiel. 

WOPI Brontabel als csv (535 bytes)
Personeel wo: samenstelling personeel universiteiten In percentages
29 en jonger30-39 jaar40-49 jaar50-59 jaar60 en ouder
201522,327,320,120,99,4
201622,127,72020,49,7
2017222820,120,29,7
201821,728,420,119,810
201921,728,92019,310,2

De leeftijdsverdeling is de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. Het aandeel 30-39 jarigen is jaarlijks het grootst.

Bron: VSNU: WOPI Brontabel als csv (378 bytes)

Personeel wo: percentage vrouwen

Personeel wo: percentage vrouwen
TotaalWetenschappelijk personeel (WP)Universitair hoofddocent (UHD)Hoogleraar (HGL)
201544,538,226,318,1
201645,138,727,519,3
201745,53928,620,9
201846,139,528,423,1
201946,539,829,424,2

Het aandeel  vrouwen werkzaam in het  wo is de afgelopen jaren enigszins gestegen, maar nog steeds lager dan dat van mannen (46,5% versus 53,5% in 2019). Verhoudingsgewijs het sterkst gestegen is het aandeel vrouwen bij de functiegroepen Universitair hoofddocent en Hoogleraar, maar hier is het aandeel nog steeds veruit het laagst ( resp. 29,4% en 24,2% in 2019).

Bron: VSNU: WOPI Brontabel als csv (369 bytes)