Het emancipatiebeleid streeft naar een gelijkere verdeling van mannen en vrouwen in topfuncties van bedrijven en organisaties, ook op universiteiten. Op de Nederlandse universiteiten neemt het aandeel vrouwelijke hoogleraren, universitaire hoofddocenten (UHD's) en universitaire docenten (UD's) sinds 1998 gestaag toe. Omdat er in jongere leeftijdsgroepen in verhouding meer vrouwen zijn dan in oudere, ligt verdere stijging voor de hand.
In de eerste figuur staat het aandeel vrouwen onder hoogleraren, UHD's en UD's sinds 1998. De tweede figuur laat voor eind 2024 het aandeel vrouwen zien per leeftijdsgroep.
Aandeel vrouwelijke docenten en hoogleraren op de universiteiten
Fte's in procenten per functiegroep, 31 december
Het aandeel vrouwelijke hoogleraren (in fte) aan de universiteiten is sinds 1998 gestegen van 5,5% naar 29,9% eind 2024. De groei met 1,2 procentpunt ten opzichte van het jaar ervoor was vergelijkbaar met gemiddelde groei van de afgelopen tien jaar. In 2017 en 2018 was er een sterkere groei die deels toe te schrijven was aan de zogenoemde Westerdijk Talentimpuls, waarbij er met subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 100 ‘extra’ vrouwelijke hoogleraren werden benoemd. Daarnaast zetten universiteiten zich sinds 2015 in om meer vrouwelijke hoogleraren te benoemen. Onder universitaire docenten (UD’s) en universitair hoofddocenten (UHD’s) zijn met respectievelijk 47,6% en 36,6% meer vrouwen dan onder hoogleraren. In alle drie de groepen neemt het aandeel vrouwen al jaren vrijwel onafgebroken toe.
| Periode | Hoogleraar | Universitair hoofddocent | Universitair docent |
|---|---|---|---|
| 1998 | 5,5 | 7,7 | 20,1 |
| 1999 | 6,1 | 8,1 | 21,2 |
| 2000 | 6,5 | 10,4 | 22 |
| 2001 | 7,2 | 10,9 | 22,4 |
| 2002 | 8,3 | 13,2 | 23,2 |
| 2003 | 8,6 | 13,7 | 24,4 |
| 2004 | 9,5 | 13,7 | 26,9 |
| 2005 | 9,9 | 15,5 | 27,8 |
| 2006 | 10,5 | 16,5 | 28,9 |
| 2007 | 11,2 | 17,1 | 30,1 |
| 2008 | 11,7 | 18,2 | 31,1 |
| 2009 | 12,4 | 19,3 | 32 |
| 2010 | 13,4 | 20,4 | 32,9 |
| 2011 | 14,8 | 21,5 | 34,1 |
| 2012 | 15,7 | 22 | 35,3 |
| 2013 | 16,3 | 24,4 | 36,1 |
| 2014 | 17,1 | 25,6 | 37 |
| 2015 | 18,1 | 26,3 | 38,6 |
| 2016 | 19,3 | 27,5 | 39,3 |
| 2017 | 20,9 | 28,6 | 40,7 |
| 2018 | 23,1 | 28,4 | 41,8 |
| 2019 | 24,2 | 29,4 | 41,9 |
| 2020 | 25,7 | 30,5 | 43,5 |
| 2021 | 26,7 | 32,4 | 44,5 |
| 2022 | 27,6 | 33,8 | 45,9 |
| 2023 | 28,7 | 35,4 | 46,9 |
| 2024 | 29,9 | 36,6 | 47,6 |
Bron: Het Wetenschappelijk Onderwijs Personeel Informatie databestand (WOPI-databestand) wordt jaarlijks door de Universiteiten van Nederland (UNL) bij veertien universiteiten opgevraagd volgens een vastgesteld format en definitieafspraken. De peildatum van de WOPI-data is 31 december van het betreffende jaar. Het betreft al het personeel dat voor bepaalde of onbepaalde tijd een arbeidsovereenkomst heeft met de betreffende universiteit. Student-assistenten en tijdelijk ingehuurd personeel worden niet meegenomen. In de loop van de jaren is het personeel van de medische faculteiten binnen bijna alle academische ziekenhuizen overgegaan van de universiteit als werkgever naar het academische ziekenhuis ofwel het universitair medisch centrum (umc). Het gebied Gezondheid volgens de classificatie HOOP (Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan van het Ministerie van OCW) laat om die reden een inconsistent beeld zien van universitair personeel, met name bij vergelijkingen over de jaren heen, en wordt daarom niet meegenomen in de data en grafieken.
Definitie:
fte: vastgelegde werktijd in full time equivalents. 1 fte staat gelijk aan 38 uur.
Data beschikbaar in: jaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 9 februari 2026
Aandeel vrouwelijke docenten en hoogleraren op de universiteiten, 31 december 2024
Fte's in procenten per functie- en leeftijdsgroep
Het aandeel vrouwelijke hoogleraren, UHD's en UD's aan de Nederlandse universiteiten verschilt per leeftijdsgroep. Onder de 50 jaar is het aandeel vrouwen hoger, onder 60-plussers is het aandeel het laagst. De verwachting is daarom dat het aandeel vrouwen in deze functiegroepen de komende jaren verder zal toenemen.
Op 31 december 2024 was ongeveer 1 op de 5 hoogleraren (fte's) van 60 jaar of ouder een vrouw. Van de hoogleraren jonger dan 50 jaar was dat twee keer zoveel. Bij de universitaire docenten (UD's) was het aandeel vrouwen in elke onderscheiden leeftijdsgroep groter dan bij hoogleraren en bij UHD’s. Van de UD's jonger dan 40 jaar was iets meer dan de helft een vrouw.
| Functiegroep | Tot 40 jaar | 40 tot 50 jaar | 50 tot 60 jaar | 60 jaar of ouder |
|---|---|---|---|---|
| Hoogleraar | 38,2 | 39,2 | 31,2 | 19,7 |
| Universitair hoofddocent | 40,2 | 40,4 | 35,9 | 20 |
| Universiteair docent | 51,1 | 46,9 | 39,1 | 26,3 |
Bron: Het Wetenschappelijk Onderwijs Personeel Informatie databestand (WOPI-databestand) wordt jaarlijks door de Universiteiten van Nederland (UNL) bij veertien universiteiten opgevraagd volgens een vastgesteld format en definitieafspraken. De peildatum van de WOPI-data is 31 december van het betreffende jaar. Het betreft al het personeel dat voor bepaalde of onbepaalde tijd een arbeidsovereenkomst heeft met de betreffende universiteit. Student-assistenten en tijdelijk ingehuurd personeel worden niet meegenomen. In de loop van de jaren is het personeel van de medische faculteiten binnen bijna alle academische ziekenhuizen overgegaan van de universiteit als werkgever naar het academische ziekenhuis ofwel het universitair medisch centrum (umc). Het gebied Gezondheid volgens de classificatie HOOP (Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan van het Ministerie van OCW) laat om die reden een inconsistent beeld zien van universitair personeel, met name bij vergelijkingen over de jaren heen, en wordt daarom niet meegenomen in de data en grafieken.
Definitie:
fte: vastgelegde werktijd in full time equivalents. 1 fte staat gelijk aan 38 uur.
Data beschikbaar in: jaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 9 februari 2026