Van oudsher kiezen meisjes en jongens in het onderwijs vaak voor verschillende richtingen. Terwijl bij meisjes opleidingen in de zorg, het onderwijs en sociaal-culturele richtingen favoriet zijn, hebben jongens vaker een voorkeur voor natuur en techniek. Het beleid is erop gericht dat jongeren keuzes kunnen maken die passen bij hun interesses, talenten en capaciteiten zonder dat deze beïnvloed worden door bijvoorbeeld sociale verwachtingen, gendernormen en rolpatronen. 

In de onderstaande grafieken is te zien in hoeverre meisjes zijn over- of ondervertegenwoordigd in de studierichtingen/-profielen van de verschillende onderwijssoorten. De eerste grafiek toont het aandeel vrouwelijke leerlingen in de verschillende profielen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De daaraan gerelateerde grafieken tonen vervolgens hetzelfde voor het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Bij het voortgezet onderwijs gaat het om de profielen die in de bovenbouw gekozen kunnen worden.

De grafiek erna toont het aandeel vrouwen in de verschillende sectorkamers (studierichtingen) van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ten slotte tonen de daaraan gerelateerde grafieken wat het aandeel vrouwen is in de verschillende studierichtingen van het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo).

Aandeel leerlingen in 3 en 4 vmbo naar profiel en geslacht, 2024/’25

In procenten

CBS (Onderwijsstatistieken)

Op het vmbo kiezen meisjes veel vaker dan jongens voor zorg en welzijn, terwijl jongens veel vaker dan meisjes kiezen voor techniek. In het profiel zorg en welzijn is 78 procent van de leerlingen in schooljaar 2024/’25 een meisje. In datzelfde schooljaar is 85 procent van de leerlingen in het profiel techniek een jongen.

De afgelopen jaren is de scheve verhouding tussen meisjes en jongens op deze profielen wel afgenomen. Sinds 2015/’16 is het aandeel jongens bij zorg en welzijn toegenomen van 12 procent naar 22 procent en het aandeel meisjes bij techniek is toegenomen van 9 procent naar 15 procent.

Aandeel studenten op mbo naar sectorkamer en geslacht, 2024/’25

In procenten

CBS (Onderwijsstatistieken)

De figuur laat het aandeel vrouwen en mannen op alle mbo-niveaus en in alle –leerjaren zien, voor inschrijvingen op de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), de beroepsopleidende leerweg (bol) en extranei-studenten. Op het mbo zijn de verschillende studierichtingen ingedeeld in zogeheten sectorkamers. In de sectorkamer zorg, welzijn en sport is het aandeel vrouwen het grootst, namelijk 76 procent. Dit aandeel nam gedurende de afgelopen tien jaar iets af. De sectorkamer waarin het aandeel mannen en het aandeel vrouwen het meest uit elkaar ligt, is techniek en gebouwde omgeving. In deze sector is 8 procent van de studenten vrouw. Dit aandeel is al een aantal jaren stabiel.