Keuze voor onderwijsrichting van vrouwen en mannen
Van oudsher kiezen meisjes en jongens in het onderwijs vaak voor verschillende richtingen. Terwijl bij meisjes opleidingen in de zorg, het onderwijs en sociaal-culturele richtingen favoriet zijn, hebben jongens vaker een voorkeur voor natuur en techniek. Het beleid is erop gericht dat jongeren keuzes kunnen maken die passen bij hun interesses, talenten en capaciteiten zonder dat deze beïnvloed worden door bijvoorbeeld sociale verwachtingen, gendernormen en rolpatronen.
In de onderstaande grafieken is te zien in hoeverre meisjes zijn over- of ondervertegenwoordigd in de studierichtingen/-profielen van de verschillende onderwijssoorten. De eerste grafiek toont het aandeel vrouwelijke leerlingen in de verschillende profielen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De daaraan gerelateerde grafieken tonen vervolgens hetzelfde voor het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Bij het voortgezet onderwijs gaat het om de profielen die in de bovenbouw gekozen kunnen worden.
De grafiek erna toont het aandeel vrouwen in de verschillende sectorkamers (studierichtingen) van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ten slotte tonen de daaraan gerelateerde grafieken wat het aandeel vrouwen is in de verschillende studierichtingen van het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo).
Aandeel leerlingen in 3 en 4 vmbo naar profiel en geslacht, 2024/’25
| Profiel | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Zorg en welzijn | 78,1 | 21,9 |
| Landbouw | 53,8 | 46,2 |
| Economie | 41,2 | 58,8 |
| Techniek | 15,3 | 84,7 |
| Combinatie | 45,0 | 55,0 |
| Niet van toepassing | 49,3 | 50,7 |
Op het vmbo kiezen meisjes veel vaker dan jongens voor zorg en welzijn, terwijl jongens veel vaker dan meisjes kiezen voor techniek. In het profiel zorg en welzijn is 78 procent van de leerlingen in schooljaar 2024/’25 een meisje. In datzelfde schooljaar is 85 procent van de leerlingen in het profiel techniek een jongen.
De afgelopen jaren is de scheve verhouding tussen meisjes en jongens op deze profielen wel afgenomen. Sinds 2015/’16 is het aandeel jongens bij zorg en welzijn toegenomen van 12 procent naar 22 procent en het aandeel meisjes bij techniek is toegenomen van 9 procent naar 15 procent.
| Profiel | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Economie en maatschappij | 40,9 | 59,1 |
| Cultuur en maatschappij | 77,0 | 23,0 |
| Economie en maatschappij-Cultuur en maatschappij | 73,7 | 26,3 |
| Natuur en techniek | 24,5 | 75,5 |
| Natuur en gezondheid | 62,9 | 37,1 |
| Natuur en techniek-Natuur en gezondheid | 45,2 | 54,8 |
| Andere combinatie of profiel niet van toepassing | 49,1 | 50,9 |
Op de havo is het aandeel meisjes het hoogst bij het profiel cultuur en maatschappij en bij het combinatieprofiel economie en maatschappij/cultuur en maatschappij. Rond de 75 procent van de leerlingen in deze profielen is een meisje. Het aandeel jongens daarentegen is met 76 procent het hoogst bij het profiel natuur en techniek. Bij het profiel economie en maatschappij en het combinatieprofiel natuur en techniek/natuur en gezondheid zijn jongens en meisjes meer evenredig vertegenwoordigd.
Vanaf het schooljaar 2019/'20 daalde het aandeel meisjes onder leerlingen met een natuurprofiel. Sinds 2022/'23 is dit aandeel weer aan het stijgen. Bij cultuur en maatschappij, een profiel waar meisjes traditioneel oververtegenwoordigd zijn, is vanaf 2015/'16 het aandeel jongens toegenomen.
| Profiel | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Economie en maatschappij | 41,0 | 59,0 |
| Cultuur en maatschappij | 77,5 | 22,5 |
| Economie en maatschappij-Cultuur en maatschappij | 60,7 | 39,3 |
| Natuur en techniek | 32,4 | 67,6 |
| Natuur en gezondheid | 65,4 | 34,6 |
| Natuur en techniek-Natuur en gezondheid | 52,9 | 47,1 |
| Andere combinatie of profiel niet van toepassing | 52,4 | 47,6 |
Op het vwo is het aandeel meisjes het hoogst bij het profiel cultuur en maatschappij. Van de leerlingen met dit profiel is 78 procent een meisje. Ook bij het combinatieprofiel economie en maatschappij/cultuur en maatschappij en het profiel natuur en gezondheid zijn meisjes oververtegenwoordigd. Het aandeel jongens is het hoogst bij het profiel natuur en techniek, namelijk 68 procent.
Vanaf het schooljaar 2019/'20 is het aandeel meisjes onder leerlingen met het profiel natuur en techniek afgenomen. Bij de andere natuurprofielen bleef hun aandeel stabieler. Het aandeel meisjes onder leerlingen met het profiel economie en maatschappij neemt af sinds 2016/'17.
Aandeel studenten op mbo naar sectorkamer en geslacht, 2024/’25
| Sectorkamer | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Techniek en gebouwde omgeving | 8,2 | 91,8 |
| Mobiliteit, transport, logistiek en maritiem | 16,2 | 83,8 |
| Zorg, welzijn en sport | 75,6 | 24,4 |
| Handel | 40,5 | 59,5 |
| Creatieve industrie en ICT | 34,8 | 65,2 |
| Voedsel, groen en gastvrijheid | 56,8 | 43,2 |
| Zakelijke diensterverlening en veiligheid | 47,4 | 52,6 |
| Specialistisch vakmanschap | 64,0 | 36,0 |
| Entree | 41,0 | 59,0 |
| Niet gespecificeerd-bovensectoraal | 42,8 | 57,2 |
De figuur laat het aandeel vrouwen en mannen op alle mbo-niveaus en in alle –leerjaren zien, voor inschrijvingen op de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), de beroepsopleidende leerweg (bol) en extranei-studenten. Op het mbo zijn de verschillende studierichtingen ingedeeld in zogeheten sectorkamers. In de sectorkamer zorg, welzijn en sport is het aandeel vrouwen het grootst, namelijk 76 procent. Dit aandeel nam gedurende de afgelopen tien jaar iets af. De sectorkamer waarin het aandeel mannen en het aandeel vrouwen het meest uit elkaar ligt, is techniek en gebouwde omgeving. In deze sector is 8 procent van de studenten vrouw. Dit aandeel is al een aantal jaren stabiel.
| Studierichting | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Onderwijs | 72,8 | 27,2 |
| Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis | 62,3 | 37,7 |
| Journalistiek, gedrag en maatschappij | 75,5 | 24,5 |
| Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening | 40,7 | 59,3 |
| Wiskunde, natuurwetenschappen | 48,8 | 51,2 |
| Informatica | 14,3 | 85,7 |
| Techniek, industrie en bouwkunde | 27,7 | 72,3 |
| Landbouw, diergeneeskunde en -verzorging | 47,1 | 52,9 |
| Gezondheidszorg en welzijn | 76,6 | 23,4 |
| Dienstverlening | 49,6 | 50,4 |
De figuur laat het aandeel vrouwen en mannen in het eerste jaar van het hoger beroepsonderwijs naar studierichting zien. Het aandeel vrouwen is in de studierichting gezondheidszorg en welzijn met 77 procent het grootst. In de richtingen journalistiek, gedrag en maatschappij en in onderwijs is een bijna even groot deel (respectievelijk 76 procent en 73 procent) van de studenten vrouw. In de studierichting informatica is het aandeel vrouwen het kleinst, maar dit aandeel werd de afgelopen jaren ruim twee keer zo groot: van 6 procent in 2015/'16 naar 14 procent in 2024/'25. Ook in de techniek, industrie en bouwkunde zijn mannen oververtegenwoordigd, maar ook in deze studieriching nam het aandeel vrouwen de afgelopen jaren wel toe. In de studierichting vormgeving, kunst talen en geschiedenis name de ongelijke verdeling tussen mannen en vrouwen de afgelopen jaren juist toe. In 2015/'16 was 53 procent in deze studierichting vrouw en in 2024/'25 was dit 62 procent.
| Studierichting | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Onderwijs | 90,3 | 9,7 |
| Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis | 63,8 | 36,2 |
| Journalistiek, gedrag en maatschappij | 70,1 | 29,9 |
| Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening | 49,9 | 50,1 |
| Wiskunde, natuurwetenschappen | 51,6 | 48,4 |
| Informatica | 29,0 | 71,0 |
| Techniek, industrie en bouwkunde | 30,8 | 69,2 |
| Landbouw, diergeneeskunde en -verzorging | 65,2 | 34,8 |
| Gezondheidszorg en welzijn | 69,4 | 30,6 |
| Dienstverlening | 53,8 | 46,2 |
De figuur laat het aandeel vrouwen en mannen in het eerste jaar van het wetenschappelijk onderwijs naar studierichting zien. Het aandeel vrouwen is het hoogst in de studierichting onderwijs. Dat aandeel is in de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. Ook in de richtingen journalistiek, gedrag en maatschappij en in gezondheidszorg en welzijn zijn vrouwen oververtegenwoordigd.
Het aandeel vrouwen is in de studierichtingen informatica en in techniek, industrie en bouwkunde het laagst, maar nam de afgelopen jaren wel toe. In 2015/'16 was het aandeel vrouwen 22 procent voor informatica en 26 procent voor techniek, industrie en bouwkunde. In 2024/'25 is dit toegenomen tot respectievelijk 29 procent en 31 procent.