Overheidsfinanciering vormt één van de inkomstenbronnen voor de culturele en creatieve sector. Financiering van cultuur door het rijk, de provincies en gemeenten raakt alle facetten van de culturele praktijk en alle typen beoefenaars en instellingen en het publiek; direct via subsidies, indirect via investeringen in voorzieningen en infrastructuur of ondersteunen en stimuleren van activiteiten om publiek te bereiken en participatie te bevorderen. Alle drie de overheidslagen kennen een zelfstandig cultuurbeleid met een eigen geldstroom, maar kennen daarin ook een taakverdeling. Deze taakverdeling is gebaseerd op de afspraken die zijn vastgelegd in het Algemeen Kader Interbestuurlijke Verhoudingen Cultuur tussen OCW, IPO en VNG.
De totale overheidsuitgaven aan cultuur bedragen in 2023 bijna € 3,9 miljard. De verhouding tussen de verschillende overheidslagen is vrij stabiel wanneer wordt gecorrigeerd voor de extra uitgaven in 2020 en 2021 in het kader van de coronasteunmaatregelen. Het aandeel schommelt sinds 2017 rond de circa 60 procent voor gemeenten, 30 procent voor het rijk (OCW) en 10 procent voor de provincies.
Uitgaven aan cultuur door rijk, provincie en gemeenten 2017-2023
In procenten
De uitgaven van OCW, provincies en gemeenten aan cultuur in de jaren 2017, 2019, 2020, 2021 en 2023 naar verhouding, in procenten.
Periode OCW (Artikel 14) Provincies Gemeenten 2017 27% 10% 63% 2019 31% 11% 58% 2020 37% 9% 54% 2021 38% 8% 53% 2023 33% 9% 58% Bron: Uitgaven OCW, Artikel 14: Rijkfinancien.nl/ Jaarverslagen OCW/ Artikel 14. Uitgaven Provincies en gemeenten: CBS, Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies 2023
Definitie: Uitgaven aan cultuur door rijk, provincie en gemeenten
Beschikbaar: Om de twee jaar
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Uitgaven aan cultuur door rijk, provincies en gemeenten 2017-2023
In mln. euro’s
| Periode | OCW (Artikel 14) | Provincies | Gemeenten | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| 2017 | 802 | 302 | 1.845 | 2.948 |
| 2019 | 1.032 | 348 | 1.921 | 3.301 |
| 2020 | 1.379 | 342 | 1.987 | 3.708 |
| 2021 | 1.479 | 325 | 2.061 | 3.866 |
| 2023 | 1.305 | 368 | 2.270 | 3.943 |
Bron: Uitgaven OCW, Artikel 14: Rijkfinancien.nl/ Jaarverslagen OCW/ Artikel 14. Uitgaven Provincies en gemeenten: CBS, Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies 2017, 2019, 2020 en 2021
Definitie: Uitgaven aan cultuur door rijk, provincies en gemeenten
Beschikbaar: Om de twee jaar
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Uitgaven aan cultuur buiten de cultuurbegroting
Deze uitgaven zijn exclusief de uitgaven aan cultuur via andere onderdelen van de OCW-begroting (Media, Onderwijs en Wetenschap) of de uitgaven via andere departementen, bijvoorbeeld het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor internationaal cultuurbeleid, Defensie of VWS. De overheid ondersteunt de culturele en creatieve sector niet alleen via directe uitgaven, maar ook indirect via fiscale- en garantieregelingen. Voorbeelden hiervan zijn de Geefwet, het verlaagd btw-tarief op cultuuruitingen en de indemniteitsregeling. Ook kan het zijn dat bestedingen bij andere ministeries niet direct gericht zijn op cultuur, de creatieve industrie en erfgoed, maar dat deze sectoren daar wel deels van profiteren.
Rijksuitgaven aan cultuur
In 2023 besteedde de Rijksoverheid via de cultuurbegroting (OCW, artikel 14) ruim € 1,3 miljard aan cultuur. De onderstaande figuren geven een beeld van de ontwikkeling van de uitgaven per sector over de afgelopen 10 jaar.
Ontwikkeling bruto rijksuitgaven aan cultuur 2013-2023 naar sector
Index vanaf 2013
Toelichting bij de cijfers:
- De uitgaven zijn brutobedragen, die niet zijn gecorrigeerd voor inflatie.
- De uitgaven in 2013 zijn inclusief de incidentele subsidies uitgekeerd aan culturele instellingen in het kader van de Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012 (€ 30,8 miljoen in 2013).
- In 2016 en 2022 zijn de uitgaven musea inclusief de uitgaven voor aankoop van de twee Rembrandt-portretten van Marten en Oopjen voor € 80 miljoen in 2016 en De Vaandeldrager van Rembrandt voor € 150 miljoen in 2022.
- De extra uitgaven voor nood- en steunmaatregelen als gevolg van de coronamaatregelen bedroegen in 2020 € 341,7 miljoen, in 2021 € 411,4 miljoen en in 2022 € 250,1 miljoen.
- Onder sector bovensectoraal zijn alle uitgaven opgenomen, veelal incidenteel, die voor meerdere of de gehele sector bestemd waren (zoals middelen voor arbeidsmarkt en ondernemerschapsbeleid, fair pay, onderzoek, internationaal beleid).
Periode Podiumkunsten Beeldende Kunst Musea Cultureel erfgoed Letteren Bibliotheken Film Creatieve industrie Archieven Cultuureducatie en participtie Bovensectoraal Totale uitgaven 2013 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 2014 89 97 103 100 92 112 149 98 116 101 68 101 2015 90 97 107 134 95 131 150 93 127 103 57 107 2016 93 105 157 116 97 137 153 92 120 114 69 119 2017 104 104 116 107 95 137 159 99 122 112 55 111 2018 107 108 129 194 98 140 157 93 125 130 58 127 2019 111 124 140 267 116 146 168 112 129 136 47 143 2020 186 187 180 281 140 154 239 134 136 145 238 191 2021 194 258 182 234 242 172 311 201 134 186 271 205 2022 223 199 272 197 170 222 283 181 152 184 351 228 2023 144 172 168 218 230 280 228 137 174 186 202 181 Definitie: Rijksuitgaven aan cultuur
Bron: Intern OCW
Data beschikbaar in: Jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Ontwikkeling bruto rijksuitgaven aan cultuur 2013-2023 exclusief Coronasteunmaatregelen 2020 tot en met 2022
Index vanaf 2013
Toelichting bij de cijfers:
- Het gaat hierbij om brutobedragen, die niet zijn gecorrigeerd voor inflatie.
- De uitgaven in 2013 zijn inclusief de incidentele subsidies uitgekeerd aan culturele instellingen in het kader van de Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012 (€ 30,8 miljoen in 2013).
- In 2016 en 2022 zijn de uitgaven musea inclusief de uitgaven voor aankoop van de twee Rembrandt-portretten van Marten en Oopjen voor € 80 miljoen in 2016 en De Vaandeldrager van Rembrandt voor € 150 miljoen in 2022.
- De extra uitgaven voor nood- en steunmaatregelen als gevolg van de coronamaatregelen bedroegen in 2020 € 341,7 miljoen, in 2021 € 411,4 miljoen en in 2022 € 250,1 miljoen.
- Onder sector bovensectoraal zijn alle uitgaven opgenomen, veelal incidenteel, die voor meerdere of de gehele sector bestemd waren (zoals middelen voor arbeidsmarkt en ondernemerschapsbeleid, fair pay, onderzoek, internationaal beleid).
Periode Podiumkunsten Beeldende Kunst Musea Cultureel erfgoed Letteren Bibliotheken Film Creatieve industrie Archieven Cultuureducatie en participtie Bovensectoraal Totale uitgaven 2013 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 2014 89 97 103 100 92 112 149 98 116 101 68 101 2015 90 97 107 134 95 131 150 93 127 103 57 107 2016 93 105 157 116 97 137 153 92 120 114 69 119 2017 104 104 116 107 95 137 159 99 122 112 55 111 2018 107 108 129 194 98 140 157 93 125 130 58 127 2019 111 124 140 267 116 146 168 112 129 136 47 143 2020 114 123 138 225 121 154 195 106 136 136 124 144 2021 129 135 142 212 112 165 183 133 134 149 78 146 2022 146 150 253 197 162 218 251 158 152 177 240 193 2023 144 172 168 218 230 280 228 137 174 186 202 181 Publicatiedatum: 21 juli 2026
OCW-Uitgaven aan cultuur, per sector
In mln. euro’s
De bovenstaande figuur geeft per sector inzicht in de uitgaven aan cultuur in 2023 via de cultuurbegroting (artikel 14) van OCW. In 2023 werd het grootste deel van uitgaven besteed aan musea (21%) voor collectiebeheer, huisvesting, publieksactiviteiten van musea en aan de Podiumkunsten (bijna 21%), waarvan voor een groot deel van het budget naar orkesten en opera ging. De uitgaven aan cultureel erfgoed, met name aan monumentenzorg, waren 15% van het totaal.
Sector Bedrag Musea 272 Podiumkunsten 268 Cultureel erfgoed 197 Cultuureducatie en participtie 94 Bibliotheken 93 Film 92 Archieven 92 Bovensectoraal 65 Beeldende Kunst 55 Letteren 44 Creatieve industrie 33 Definitie: Landelijke uitgaven van OCW aan cultuur per sector in 2023
Bron: Intern OCW
Beschikbaarheid: jaarlijks
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Uitgaven provincies en gemeenten aan cultuur
Het CBS vraagt op verzoek van OCW aan provincies en gemeenten via de IV3-uitvraag de hoeveelheid financiën die is besteed aan cultuur. Deze cultuurlasten worden meegenomen uit de jaarrekeningen van gemeenten en provincies. Hieronder is te zien hoeveel provincies en gemeenten per sector in 2023 uitgaven aan cultuur. Deze sectorindeling is net iets anders dan bij de landelijke uitgaven, gezien deze cijfers uit de IV3-uitvraag komen.
Uitgaven provincies aan cultuur en media, per sector 2023
In mln. euro’s
Provincies gaven in 2023 zo’n €368 miljoen euro uit aan cultuur.
Sector Bedrag Podiumkunsten 43,39 Beeldende kunst en vormgeving 5,93 Kunst- en cultuureducatie 18,82 Film en video 4,75 Musea 42,95 Historische archieven 15,12 Cultureel erfgoed 139,85 Bibliotheken 49,94 Lokale pers en omroep 2,48 Overig 45,07 Definitie: Uitgaven van provincies aan cultuur per sector
Bron: CBS: Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023 | CBS
Beschikbaarheid: om de twee jaar
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Uitgaven gemeenten aan cultuur en media, per sector 2023
In mln. euro’s
Gemeenten gaven in 2023 bijna € 2,3 miljard uit aan cultuur.
Sectoren Bedrag (x miljoen euro's) Beeldende kunst en vormgeving 93 Bibliotheken 502 Cultureel erfgoed 139 Film en video 24 Historische archieven 79 Kunst- en cultuureducatie 202 Lokale pers en omroep 23 Musea 270 Overig 288 Podiumkunsten 650 Definitie: Uitgaven van gemeenten aan cultuur per sector
Bron: CBS: Detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, 2023 | CBS
Beschikbaarheid: om de twee jaar
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Uitgaven internationaal aan cultuur
Uitgaven aan cultuur als aandeel van de totale overheidsuitgaven in Europese landen 2011, 2015 en 2020
De grafiek laat de uitgaven aan cultuur van Nederland zien in vergelijking met andere Europese landen, als percentage van de totale overheidsuitgaven.
Met het aandeel van 1,1 procent overheidsuitgaven aan cultuur van de totale overheidsuitgaven ligt Nederland op het Europese gemiddelde. Maar Nederland is een relatief rijk land. Als we naar de uitgaven aan cultuur per hoofd van de bevolking in Europa zouden kijken, dan liggen de uitgaven van Nederland van 189 boven het Europees gemiddelde van € 128.
Land 2011 2015 2020 European Union - 27 countries (from 2020) 1 1 1 Euro area - 19 countries (from 2015) 1 1 0,9 Belgium 0,9 0,9 0,9 Bulgaria 1,1 1,5 1,1 Czechia 1,5 1,4 1,4 Denmark 1,2 1,2 1,2 Germany (until 1990 former territory of the FRG) 0,9 0,9 0,9 Estonia 2,7 2,6 2,1 Ireland 0,8 0,9 0,8 Greece 0,2 0,2 0,3 Spain 1,3 1 0,9 France 1,3 1,2 1,2 Croatia 1,4 1,4 1,4 Italy 0,6 0,7 0,6 Cyprus 0,9 0,7 0,6 Latvia 2,4 2,9 2,2 Lithuania 1,4 1,8 2,1 Luxembourg 1,1 1,1 1,1 Hungary 1,6 1,6 2,6 Malta 1,4 2,1 2 Netherlands 1,1 1 1,1 Austria 1,1 1 0,9 Poland 1,5 1,5 1,4 Portugal 0,7 0,4 0,6 Romania 1,1 1,2 0,9 Slovenia 1,6 1,5 1,3 Slovakia 1,4 1,2 1,4 Finland 1 0,9 0,9 Sweden 1,1 1 1,1 Iceland 5,2 2,5 2,5 Norway 1,3 1,3 1,3 Switzerland 1,2 1,2 1,2 Bron: Eurostat
Toelichting:
Eurostat gebruikt de COFOG classificatie (Classification of the Functions of Government) , die internationale vergelijking mogelijk maakt. Er is gebruik gemaakt van COFOG 08.2 Cultural Services. Hierdoor kunnen cijfers iets afwijken van de cijfers over overheidsuitgaven elders op OCW in Cijfers omdat daar gebruik wordt gemaakt van andere definities. De uitgaven bij Eurostat gaan zowel over lokale, regionale als landelijke overheidsuitgaven.CULTURAL SERVICES (IS) Provision of cultural services; administration of cultural affairs; supervision and regulation of cultural facilities; operation or support of facilities for cultural pursuits (libraries, museums, art galleries, theatres, exhibition halls, monuments, historic houses and sites, zoological and botanical gardens, aquaria, arboreta, etc.); production, operation or support of cultural events (concerts, stage and film productions, art shows, etc.); grants, loans or subsidies to support individual artists, writers, designers, composers and others working in the arts or to organizations engaged in promoting cultural activities. Includes: national, regional or local celebrations provided they are not intended chiefly to attract tourists. Excludes: cultural events intended for presentation beyond national boundaries ; national, regional or local celebrations intended chiefly to attract tourists ; production of cultural material intended for distribution by broadcasting.
Klik hier voor meer informatie over de definities en berekeningen van Eurostat.
Beschikbaar: Jaarlijks
Publicatiedatum: 21 juli 2026
Overheidsuitgaven aan cultuur per hoofd van de bevolking in Europese landen 2011, 2015 en 2020
Land 2011 2015 2020 Iceland € 901,86 € 872,68 € 788,72 Norway € 403,88 € 384,63 € 370,22 Luxembourg € 402,27 € 365,75 € 328,86 Denmark € 299,08 € 293,85 € 285,62 Switzerland € 253,39 € 242,08 € 231,72 France € 238,25 € 232,94 € 229,40 Sweden € 237,80 € 229,70 € 216,80 Austria € 212,32 € 207,13 € 199,77 Finland € 198,32 € 194,82 € 192,93 Netherlands € 197,17 € 194,31 € 188,65 Belgium € 175,99 € 172,28 € 168,02 Slovenia € 150,82 € 149,89 € 147,53 Euro area - 19 countries (from 2015) € 144,04 € 142,34 € 140,68 Ireland € 145,95 € 142,62 € 134,38 Spain € 131,63 € 132,25 € 129,78 Estonia € 128,83 € 130,28 € 128,90 European Union - 27 countries (from 2020) € 130,58 € 129,48 € 128,37 Germany € 130,38 € 128,81 € 125,76 Latvia € 96,55 € 100,85 € 105,00 Czechia € 99,58 € 99,10 € 97,65 Cyprus € 88,72 € 87,96 € 83,90 Italy € 82,98 € 81,03 € 82,59 Hungary € 78,67 € 79,71 € 80,41 Croatia € 74,64 € 75,78 € 78,90 Malta € 96,63 € 91,20 € 77,93 Slovakia € 74,60 € 74,21 € 73,71 Lithuania € 60,54 € 63,26 € 66,14 Poland € 64,31 € 64,41 € 64,49 Portugal € 61,25 € 62,42 € 62,90 Romania € 29,53 € 30,01 € 30,86 Bulgaria € 21,29 € 21,79 € 22,57 Greece € 19,42 € 19,89 € 20,15 Bron: Eurostat
Toelichting:
Eurostat gebruikt de COFOG classificatie (Classification of the Functions of Government) , die internationale vergelijking mogelijk maakt. Er is gebruik gemaakt van COFOG 08.2 Cultural Services. Hierdoor kunnen cijfers iets afwijken van de cijfers over overheidsuitgaven elders op OCW in Cijfers omdat daar gebruik wordt gemaakt van andere definities. De uitgaven bij Eurostat gaan zowel over lokale, regionale als landelijke overheidsuitgaven.CULTURAL SERVICES (IS) Provision of cultural services; administration of cultural affairs; supervision and regulation of cultural facilities; operation or support of facilities for cultural pursuits (libraries, museums, art galleries, theatres, exhibition halls, monuments, historic houses and sites, zoological and botanical gardens, aquaria, arboreta, etc.); production, operation or support of cultural events (concerts, stage and film productions, art shows, etc.); grants, loans or subsidies to support individual artists, writers, designers, composers and others working in the arts or to organizations engaged in promoting cultural activities. Includes: national, regional or local celebrations provided they are not intended chiefly to attract tourists. Excludes: cultural events intended for presentation beyond national boundaries ; national, regional or local celebrations intended chiefly to attract tourists ; production of cultural material intended for distribution by broadcasting.
Klik hier voor meer informatie over de definities en berekeningen van Eurostat.
Beschikbaar: Jaarlijks
Publicatiedatum: 21 juli 2026