Om te weten hoe de omvang van het potentieel aan leraren zich ontwikkelt, is zicht nodig op de instroom in de lerarenopleidingen. Deze cijfers geven input aan schattingen over de toekomstige arbeidsmarkt en geven een schatting van de populariteit van het leraarschap onder studenten.

De grafiek laat de ontwikkeling zien van het aantal studenten dat zich inschrijft voor de verschillende lerarenopleidingen 

  • hbo primair onderwijs, pabo (voor po) 
  • wo primair onderwijs (voor po, niet te verwarren met Academische pabo, deze valt onder de pabo) 
  • hbo lerarenopleiding voor 2e graads leraar (voor vo en mbo) 
  • hbo lerarenopleiding voor 1e graads leraar (vo, mbo) 
  • ulo: Universitaire lerarenopleiding voor 1 e graads leraren (vo, mbo)
     

Instroom lerarenopleidingen - naar soort ho en bevoegdheid

In aantallen

In het meest recente jaar is de pabo (hbo primair onderwijs) het soort lerarenopleiding met de meeste instromers. Sinds 2015 toont de instroom een stijgende trend, met in coronajaar 2020 een recordaantal van bijna 9700 studenten. Na 2020 is het aantal instromers ongeveer stabiel tussen de 7600 en 7900, met in het laatste jaar een stijging tot boven de 8500.

Hbo tweedegraads was tot en met 2018 het soort lerarenopleiding met de meeste instromers, maar staat sinds 2019 op de tweede plaats. Met uitzondering van coronajaar 2020 is het aantal instromers ieder jaar gedaald. Waar dit in 2013 nog ging om meer dan 8000 instromers, zijn het er in recente jaren minder dan 6000.

Hbo eerstegraads toont een stabiel aantal instromers rond de 2700.

De ULO (wo eerstegraads) toont een licht dalende trend in het aantal instromers. In 2013 waren dit er nog meer dan 1200, maar dit is sindsdien gedaald tot ongeveer 700.

De PWPO (wo primair onderwijs) bestaat pas sinds 2018, en heeft sindsdien een aantal instromers dat in de eerdere jaren onder de 50 zat, maar sindsdien is gegroeid tot rond de 100.

instroom lerarenopleidingen - naar tweedegraads tekortvakken

De instroom in de lerarenopleidingen voor tweedegraads tekortvakken is sinds 2016 voor alle tekortvakken bijna ieder jaar gedaald. Voor veel tekortvakken is de instroom bijna gehalveerd.

Nederlands heeft de meeste instromers (in het meest recente jaar iets minder dan 500), gevolgd door wiskunde (ongeveer 350). Natuurkunde, Duits, en scheikunde hebben ieder iets meer dan 100 instromers. Frans heeft met 76 instromende studenten de minste instromers.