Deze indicator geeft inzicht in het percentage van het onderwijspersoneel dat een vast contract heeft in het po, vo en mbo. De indicator is uitgesplitst naar directie, onderwijsgevend personeel (leraren) en onderwijsondersteunend personeel. Het aandeel vaste contracten zegt iets over de werkzekerheid, wat weer invloed kan hebben op de aantrekkelijkheid van het beroep.
Leraren die met pensioen gaan verlaten vaak een vaste baan. Beginnende leraren hebben juist vaker een tijdelijk contract, al dan niet met uitzicht op vast. Kijk hier voor een overzicht van de contractvormen specifiek onder beginnende leraren.
Deze grafiek laat een weergave zien van het aandeel personen in de functiegroep directie dat een vast contract heeft in het po, vo en mbo. In de grafiek is de ontwikkeling in beeld gebracht van de afgelopen jaren.
Percentage vaste contracten directie po, vo en mbo, in de jaren 2011 tot en met 2025.
Percentage vaste contracten, per onderwijssoort uitgesplitst
PO VO MBO 2011 95,7 95,5 90,8 2012 96,4 94,4 90,6 2013 96,4 93,9 92 2014 95,6 93,4 91,9 2015 94,9 91,8 90,3 2016 93,4 91 88,6 2017 93,1 90,7 88,5 2018 91,6 91,2 88,9 2019 91,7 89,5 88,2 2020 91,6 88,2 87,7 2021 91,2 88 86,6 2022 90,6 88 85,5 2023 90,3 86 82,7 2024 90,4 89,1 83,9 2025 91,1 88 84,1 Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Deze figuur laat de ontwikkeling zien van het aandeel werknemers met een vast contract. Het gaat hierbij om het aantal personen met een vast contract (zonder dubbeltellingen), niet om aantallen vaste contracten.
Data beschikbaar: jaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 13 april 2026
Deze grafiek laat een weergave zien van het aandeel personen in de functiegroep leraren dat een vast contract heeft in het po, vo en mbo. In de grafiek is de ontwikkeling in beeld gebracht van de afgelopen jaren.
Percentage vaste contracten leraren po, vo en mbo, in de jaren 2011 tot en met 2025.
Percentage vaste contracten, per onderwijssoort uitgesplitst
PO VO MBO 2011 92,7 82,8 87,5 2012 93,7 83,7 88,1 2013 93,4 84,4 87,9 2014 92,3 82,9 86,1 2015 91,3 82,8 83,1 2016 91,3 82,7 83,5 2017 90,1 82,6 82,8 2018 88,3 82,1 81,9 2019 88,6 81,8 82,8 2020 89,3 81,8 80,5 2021 88,5 80,2 79,3 2022 88,5 78,3 79,2 2023 88,8 77,1 78,8 2024 89,6 79,2 80,2 2025 89,9 80,5 80 Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Deze figuur laat de ontwikkeling zien van het aandeel werknemers met een vast contract. Het gaat hierbij om het aantal personen met een vast contract (zonder dubbeltellingen), niet om aantallen vaste contracten.
Data beschikbaar: jaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 13 april 2026
Deze grafiek laat een weergave zien van het aandeel personen in de functiegroep onderwijsondersteunend personeel dat een vast contract heeft in het po, vo en mbo. In de grafiek is de ontwikkeling in beeld gebracht van de afgelopen jaren.
Percentage vaste contracten onderwijsondersteunend personeel po, vo en mbo, in de jaren 2011 tot en met 2025.
Percentage vaste contracten, per onderwijssoort uitgesplitst
PO VO MBO 2011 88,2 87,7 84,6 2012 89,8 88,7 87,5 2013 89,1 89,2 86,7 2014 88,4 88,5 84,9 2015 86,6 87,9 81,9 2016 85,6 87,3 81,1 2017 82,5 87,5 80,4 2018 75,5 86,5 79,8 2019 75,3 85 80,8 2020 77,6 83,6 79,5 2021 72,3 79,9 76,3 2022 69,8 75,9 74,9 2023 72,7 74,8 75,9 2024 77,5 76,8 77,6 2025 80,2 77,9 77 Bron: DUO, Salarisadministraties van instellingen.
Definitie: Deze figuur laat de ontwikkeling zien van het aandeel werknemers met een vast contract. Het gaat hierbij om het aantal personen met een vast contract (zonder dubbeltellingen), niet om aantallen vaste contracten.
Data beschikbaar: jaarlijks
Gepubliceerd in het CMS: 13 april 2026