Op deze pagina wordt de arbeidsparticipatie per onderwijssoort in beeld gebracht.

De eerste figuur toont het percentage werkenden en de werkloosheid (onder 'Gerelateerde grafieken'), naar behaald onderwijsniveau.

De tweede figuur toont de tevredenheid van afgestudeerden over de aansluiting tussen het gevolgde onderwijs en de arbeidsmarkt. Onder 'Gerelateerde grafieken' wordt de aansluiting bezien tegen het niveau en de richting van de opleiding evenals het startsalaris van afgestudeerden.

Nettoarbeidsparticipatie 15- tot 75-jarigen naar behaald onderwijsniveau

In procenten

CBS: EBB

De nettoarbeidsparticipatie is het hoogste onder hbo-ers en wo-ers. In 2024 had 83% van deze groep werk tegenover 75% van degenen met een havo-, vwo- of mbo niveau 2-4-diploma en 57% van degenen met een vmbo-diploma of alleen basisonderwijs. Op een kortstondige daling in 2020 na is de nettoarbeidsparticipatie voor alle onderwijsniveaus al sinds 2014 aan het stijgen. In 2024 is er voor het eerst een daling zichtbaar ten opzichte van een jaar eerder bij mensen met een havo-, vwo- of mbo 2-4-diploma en mensen met een hbo-, wo-master of doctordiploma. De daling in 2020 was in lijn met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die het gevolg zijn van de coronacrisis: het aantal werkenden nam af, het aantal werklozen nam toe. Sindsdien is de nettoarbeidsparticipatie voor alle onderwijsniveaus tot voorbij het punt van vóór de coronacrisis gegroeid.

Werkloosheid 15- tot 75-jarigen naar behaald onderwijsniveau

Als aandeel van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar

CBS: EBB

In 2024 was van de personen met basisonderwijs 8,3% werkloos. Voor personen die hun master of een diploma op vergelijkbaar niveau hebben behaald was dat 2,6%. In de jaren 2014 tot en met 2019 daalde de werkloosheid gestaag. In 2020 is echter sprake van een lichte stijging van het werkloosheidspercentage. Die stijging in werkloosheid is gerelateerd aan de coronacrisis en de effecten die deze had op de arbeidsmarkt. In 2021 daalde het werkloosheidspercentage weer, een ontwikkeling die in 2022 werd doorgezet maar stagneerde in 2023. In 2024 steeg de werkloosheid voor bijna alle onderwijsniveaus weer wat, met name onder degenen met basisonderwijs als behaald onderwijsniveau.

Tevredenheid aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, 2014/15 - 2017/18

Percentage afgestudeerden dat aangeeft dat de opleiding in (zeer) sterke mate een goede basis was om te starten op de arbeidsmarkt

Bron:CBS/ROA Schoolverlatersonderzoek, ROA (HBO-Monitor), VSNU (NAE)

De tevredenheid van afgestudeerden over de aansluiting tussen hun opleiding en de arbeidsmarkt verschilt per sector, maar ook binnen dezelfde sector. Van de afgestudeerden in 2017/18 is de tevredenheid het hoogst bij mbo-bbl (70%) en het laagst bij wo (56%).   

Deze resultaten voor het mbo zijn afkomstig uit het CBS/ROA Schoolverlatersonderzoek en voor het hbo uit de HBO-Monitor. Voor het wo zijn de resultaten afkomstig uit de tweejaarlijkse NAE in opdracht van de VSNU. 

Percentage schoolverlaters werkzaam op minimaal eigen niveau of eigen verwante richting, 2017/18

mbo, hbo en wo

Bron:CBS/ROA Schoolverlatersonderzoek, ROA (HBO-Monitor), VSNU (NAE)

Anderhalf jaar na afstuderen heeft 71% (wo) tot 80% (mbo-bol, mbo-bbl en hbo) van de studenten een baan op minimaal het eigen niveau. Wat betreft een baan in de eigen of verwante richting zijn de percentages wat lager; vooral voor de mbo-bol afgestudeerden. 

Zie de uitgebreidere brontabel onder 'Download deze grafiek. 

Salaris gediplomeerde schoolverlaters, 2017/18

Gemiddeld bruto uurloon (in euro's) naar sector en onderwijssoort

Bron: CBS/ROA Schoolverlatersonderzoek, ROA (HBO-Monitor)

Een hogere opleiding leidt over het algemeen tot een beter startsalaris. Onder de hbo-starters verdienen gediplomeerden in de richting 'Gezondheidszorg' het meest per uur, degenen die zijn opgeleid in de richting 'Taal en cultuur' het minst.