Alle instellingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) die bekostigd worden door de Rijksoverheid ontvangen een budget voor alle personele en materiële kosten die zij maken: de lumpsum.
Voor het middelbaar beroepsonderwijs zijn kwaliteitsafspraken gemaakt. De mbo-instellingen krijgen extra middelen voor het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs van de instelling. In het bijzonder voor opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst, jongeren in een kwetsbare positie en gelijke kansen.
Het ministerie van Economische Zaken (EZ) was tot en met 2017 verantwoordelijk voor de bekostiging van het groene onderwijs. Vanaf 2018 is deze verantwoordelijkheid overgedragen aan het ministerie van OCW. De omvang van de OCW-uitgaven staat onder invloed van verschillende factoren, zoals beleidsintensiveringen, ombuigingen, stijgende of dalende studentenaantallen en loon- en prijsontwikkelingen.
Naast een overzicht van de totale OCW-uitgaven aan middelbaar beroepsonderwijs, zijn onder 'Gerelateerde grafieken' figuren te vinden over de OCW-uitgaven naar soort, per student en de totale ontvangsten.
De gegevens in de grafieken bestrijken de periode 2015-2019. Een langere tijdreeks is te vinden in de brontabel onder 'download deze grafiek'.
Totaal uitgaven
Mln euro
In deze grafiek zijn de totale uitgaven voor het mbo vanuit OCW en het bekostigingsdeel van OCW (veruit de grootste uitgavenpost) opgenomen. De bedragen zijn uitgedrukt in werkelijke bedragen van het betreffende jaar (lopende prijzen).
Onder de bekostiging valt de hoofdbekostiging (lumpsum), de kwaliteitsafspraken en de aanvullende bekostiging (onder meer voor het Regionaal investeringsfonds). De uitgaven (excl. de bekostiging) die bijdragen aan het totaal zijn te vinden in de grafiek 'Uitgaven OCW naar soort'.
| Periode | Totaal uitgaven | Bekostiging |
|---|---|---|
| 2015 | 4065,9 | 3686,7 |
| 2016 | 4118,2 | 3704,1 |
| 2017 | 4209,2 | 3786,8 |
| 2018 | 4601,9 | 4151,1 |
| 2019 | 4654,1 | 4210,2 |
Definitie: Het totaal van de uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector middelbaar beroepsonderwijs (inclusief educatie) binnen het onderwijsstelsel. Hierin zijn de apparaatskosten van OCW niet opgenomen.
De stijging in de totale uitgaven vanaf 2014 wordt voor een groot deel veroorzaakt door invoering van de Subsidieregeling Praktijkleren vanaf dat jaar en bekostiging groen onderwijs vanaf 2018.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per student (lopende prijzen)
x 1.000 euro
Door de schaal van de grafiek lijken de gemiddelde uitgaven per mbo-student (in werkelijk uitgegeven bedragen) behoorlijk te fluctueren. De gemiddelde uitgaven per mbo-student zijn de laatste jaren juist redelijk constant en bewegen in de periode 2015-2018 tussen 8,0 en 8,3 (x € 1.000).
In 2019 zijn de uitgaven per student wel gedaald. Dit heeft onder meer te maken met de stijging van het aantal bbl-studenten ten opzichte van het aantal bol-studenten. De bbl-studenten worden lager bekostigd maar tellen ongewogen mee in de prijs per student waardoor deze gemiddeld lager uitkomt.
| Periode | Uitgaven per mbo-student in lopende prijzen |
|---|---|
| 2015 | 8,1 |
| 2016 | 8 |
| 2017 | 8,1 |
| 2018 | 8,3 |
| 2019 | 8,2 |
Definitie: De uitgaven per student is het resultaat van de bekostiging in een jaar gedeeld door het aantal studenten in het middelbaar beroepsonderwijs inclusief vavo op de peildatum in hetzelfde jaar. Weergegeven in lopende prijzen.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Uitgaven per student (prijspeil 2019)
x 1.000 euro
Door de schaal van de grafiek lijken de gemiddelde uitgaven per mbo-student (op prijspeil 2019) behoorlijk te dalen. De gemiddelde uitgaven per mbo-student zijn de laatste jaren juist redelijk constant en bewegen in de periode 2015-2018 tussen 8,7 en 8,5 (x € 1.000).
In 2019 zijn de uitgaven per student wel gedaald. Dit heeft onder meer te maken met de stijging van het aantal bbl-studenten ten opzichte van het aantal bol-studenten. De bbl-studenten worden lager bekostigd maar tellen ongewogen mee in de prijs per student waardoor deze gemiddeld lager uitkomt.
| Periode | Uitgaven per mbo student op prijspeil 2019 |
|---|---|
| 2015 | 8,7 |
| 2016 | 8,5 |
| 2017 | 8,5 |
| 2018 | 8,5 |
| 2019 | 8,2 |
Definitie: De uitgaven per student is het resultaat van de bekostiging in een jaar gedeeld door het aantal studenten in het middelbaar beroepsonderwijs inclusief vavo op de peildatum in hetzelfde jaar. Weergegeven in prijspeil 2019, dat wil zeggen geÏndexeerd op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product waarbij 2019 = 100.
Bron: OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020
Ontvangsten OCW mbo: totaal ontvangsten
Mln euro
De totale ontvangsten van OCW voor het mbo zijn niet stabiel en kunnen van jaar op jaar erg van omvang wisselen. Ontvangsten ontstaan onder meer door afrekeningen die betrekking hadden op subsidies en regelingen.
| Periode | Totaal ontvangsten |
|---|---|
| 2015 | 10,9 |
| 2016 | 3,3 |
| 2017 | 2,8 |
| 2018 | 6,7 |
| 2019 | 3,9 |
Definitie: De in een eerder jaar teveel gedane uitgaven van OCW voor de instandhouding en exploitatie van de sector middelbaar beroepsonderwijs binnen het onderwijsstelsel en terugbetalingen op subsidies en regelingen.
Bron: Departementale Jaarverslagen OCW
Beschikbaar: jaarlijks in mei
Publicatiedatum: 20 mei 2020