Prognoses arbeidsmarkt mbo

Voor goed onderwijs is het belangrijk dat er voldoende en kwalitatief geschikte leraren zijn. Om voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt laat OCW jaarlijks arbeidsmarktramingen uitvoeren.

De hier gepresenteerde ramingen geven een beeld van de arbeidsmarkt voor leraren in het middelbaar beroepsonderwijs de komende jaren, uitgaande van de huidige situatie. Als daarbij tekorten worden verwacht, houdt deze voorspelling niet in dat klassen massaal leeg zullen staan. Er wordt slechts voorspeld dat, onder de nu bekende omstandigheden, er meer leraren nodig zijn om aan de vraag te voldoen dan er gevonden kunnen worden.

Door het ministerie van OCW wordt jaarlijks geraamd wat de studentaantallen in het middelbaar beroepsonderwijs de komende jaren zullen zijn. De basis voor de ramingen zijn de bevolkingsprognoses van het CBS. Uitgaande van dezelfde verhouding tussen deelnemers en leraren als momenteel, kan worden berekend wat de geraamde aantallen benodigde leraren in fte de komende jaren zullen zijn.

Ramingen totaal (zittend en evt. nieuw) benodigde leraren in het mbo

Ramingen totaal (zittend en evt. nieuw) benodigde leraren in het mbo In duizenden fte, periode 2021-2031
jaarfte x 1.000
202126,4
202226,7
202326,1
202425,6
202525,4
202625,3
202725,2
202825,0
202924,8
203024,5
203124,3

Voor de komende 10 jaar wordt een aanzienlijke leerlingdaling verwacht, en daarmee een verminderde behoefte aan leraren. De behoefte aan leraren in het mbo zal naar verwachting met ongeveer 2.000 fte dalen tussen 2021 en 2031.

Bij het bestaande lerarenkorps vindt uitstroom plaats om verschillende redenen (met als belangrijkste pensioen). Als er onvoldoende gediplomeerde instroom mogelijk is ontstaat er onvervulde vraag, oftewel tekorten.

Bron: CentERdata Brontabel als csv (139 bytes)

Voor het middelbaar beroepsonderwijs geldt dat een groot deel van de instroom van leraren niet afkomstig is van de lerarenopleiding, maar van het bedrijfsleven. Daarom is het mbo ook geen ‘gesloten systeem’ waarvoor ramingen kunnen worden gemaakt zoals voor het po en vo. Wat wel kan worden getoond is de verwachte instroom van leraren die in de komende jaren nodig zal zijn in het mbo.

Benodigde instroom van leraren in het mbo

Benodigde instroom van leraren in het mbo In fte, periode 2021-2031
jaarfteX1000
20211591
20222344
20231264
20241298
20251550
20261652
20271653
20281486
20291535
20301526
20311400

De vraag naar nieuwe instroom neemt naar verwachting de komende jaren af. De daling houdt vooral verband met de verwachte daling in deelnemersaantallen.

Bron: CentERdata Brontabel als csv (136 bytes)

Omdat de ramingen ook een signaalfunctie hebben zorgen zij ervoor dat de uitgangspunten waarop ze gebaseerd zijn veranderd kunnen worden. Als tekorten zich in de praktijk voordoen zijn er verschillende mechanismes die in werking komen. Een grote vraag naar leraren kan bijvoorbeeld meer mensen naar de opleiding trekken en wervingskracht hebben op zij-instromers. Verder zijn veranderingen in de leerling-leraar ratio en de mate waarin bevoegd wordt lesgegeven natuurlijk ook factoren die een rol spelen bij de uiteindelijke tekorten.