Segregatie op de arbeidsmarkt

Tussen beroepsklassen zijn aanzienlijke verschillen te zien in het aandeel vrouwen dat er werkzaam is.

Het meten van het aantal vrouwen en mannen per beroepsklasse vindt plaats met behulp van de Enquête Beroepsbevolking (EBB). In onderstaande figuur is per beroepsklasse het aandeel vrouwen weergegeven.

Aandeel vrouwen per beroepsklasse

Aandeel vrouwen per beroepsklasse Werkzame beroepsbevolking 15 tot 65 jaar exclusief onderwijsvolgenden, in procenten
20202010
Totaal werkzame beroepsbevolking46,345,0
Zorg en welzijn80,081,1
Pedagogisch71,571,2
Dienstverlenend66,070,2
Bedrijfseconomisch en administratief54,658,4
Commerciële beroepen50,255,7
Creatief en taalkundig49,747,2
Openbaar bestuur, veiligheid en juridisch40,731,5
Overig34,540,2
Managers25,527,5
Agrarisch20,824,0
Ict16,510,8
Technisch13,710,7
Transport en logistiek13,511,4

Naar verhouding waren in 2020 de meeste vrouwen te vinden in de klasse zorg en welzijn (80,0%), gevolgd door de pedagogische (71,5%) en dienstverlenende beroepen (66,0%). Het laagst waren de percentages vrouwen in de technische en logistieke beroepen en de ICT (16,5% of minder). Van de managers was 25,5% vrouw.
Het totale aandeel vrouwen in de werkzame beroepsbevolking was in 2020 met 46,3% iets hoger dan tien jaar eerder (45,0%). Hun aandeel nam vooral toe in de beroepsklasse openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen. Ook werkten er meer vrouwen in de ICT en in technische beroepen. De sterkste afname van het aandeel vrouwen deed zich voor in de commerciële en dienstverlenende beroepen. Bij de zorg en welzijn-beroepen nam het aandeel vrouwen iets af.

CBS (Enquête Beroepsbevolking), Beroepenindeling ROA CBS 2014. Brontabel als csv (434 bytes)