Economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid naar geslacht en onderwijsniveau

Of iemand door betaald te werken in het eigen levensonderhoud (en dat van eventuele kinderen) kan voorzien, wordt gemeten aan de hand van twee indicatoren: economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid. Economisch zelfstandig zijn betekent minstens 70 procent van het netto (fulltime) minimumloon verdienen. Financiële onafhankelijkheid houdt in dat minstens het minimumloon (100 procent) verdiend wordt.

In de eerste grafiek is het aandeel economisch zelfstandigen onder vrouwen en mannen met hoogstens een vmbo-diploma, met een havo, vwo of mbo-diploma, en met een afgeronde bachelor- of masteropleiding te zien. De aandelen financieel onafhankelijken per onderwijsniveau staan in de tweede grafiek.

Economische zelfstandigheid naar onderwijsniveau, 2024

Economische zelfstandigheid naar onderwijsniveau, 2024 in procenten
opleidingsniveauvrouwenmannen
basisonderwijs, vmbo, mbo138,466,9
mbo2-4, havo, vwo69,484,9
hbo, wo83,790,6

In 2024 was 70 procent van de vrouwen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren en studenten) economisch zelfstandig. Dit aandeel ligt een stuk hoger onder hbo- of universitair geschoolde vrouwen. Van deze groep was 84 procent economisch zelfstandig, tegenover 69 van de vrouwen met een mbo-niveau of daarmee vergelijkbaar en 38 procent van de vrouwen met basisonderwijs of een vmbo-diploma. Het verschil komt vooral doordat hbo- of universitair geschoolde vrouwen vaker en meer uren werken, en per uur meer verdienen. Vrouwen met basisonderwijs of een vmbo-diploma daarentegen hebben verhoudingsgewijs vaak een uitkering, meestal een bijstandsuitkering.

Bij mannen was gemiddeld bijna 83 procent economisch zelfstandig en is het verschil tussen de onderwijsniveaus minder groot. Mannen zijn op elk onderwijsniveau vaker economisch zelfstandig dan vrouwen. Het kleinst is het man-vrouwverschil bij de hbo- of universitair geschoolden, het grootst bij de groep met basisonderwijs of een vmbo-diploma.

CBS-Inkomensstatistiek Brontabel als csv (121 bytes)

Financiële onafhankelijkheid naar onderwijsniveau, 2024

Financiële onafhankelijkheid naar onderwijsniveau, 2024 in procenten
opleidingsniveauvrouwenmannen
basisonderwijs, vmbo, mbo126,560,8
mbo2-4, havo, vwo56,379,8
hbo, wo78,287,7

In 2024 was 60 procent van de vrouwen van 15 jaar tot AOW-leeftijd (exclusief scholieren en studenten) financieel onafhankelijk. Bij de mannen was dat 78 procent. De aandelen per onderwijsniveau lopen net als bij economische zelfstandigheid sterk uiteen, opnieuw vooral bij vrouwen. Van de vrouwen met basisonderwijs of een vmbo-diploma was ruim een kwart financieel onafhankelijk. Bij vrouwen met een hbo- of wo-diploma lag het aandeel 3 keer zo hoog (78 procent). Bij mannen was dit verschil kleiner: 61 procent tegen 88 procent. Het man-vrouwverschil in financiële onafhankelijkheid is het grootst bij mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma.

CBS-Inkomensstatistiek Brontabel als csv (121 bytes)